nieuws

Justitie verslikt zich in tijdstip dagvaarding bouwbedrijven

bouwbreed Premium

Wanneer heeft justitie de bouwbedrijven laten weten dat ze worden verdacht van het maken van prijsafspraken? Het is een cruciale vraag gebleken in het bouwfraudeproces dat vorig week is begonnen en afgelopen maandag een voorlopig hoogtepunt bereikte.

De Rotterdamse rechtbank besliste dat het Openbaar Ministerie de wegenbouwdivisies van BAM, Heijmans, Koop en Volker Wessels niet langer mag vervolgen voor karteloverleg, strafbaar gesteld in de Wet economische mededinging (Wem). Daarbij oordeelde de rechter dat justitie de vier bouwbedrijven te laat heeft ingelicht over de bestaande verdenking; de aanklacht werd daarom verjaard verklaard en geschrapt.

Justitie had vóór mei 2003 de bouwondernemingen moeten laten weten dat zij verdacht worden van overtreding van de Wem. Het OM deed dat in de ogen van de rechtbank pas vorige maand, met de uitreiking van de dagvaardingen.

Maar volgens justitie wisten de bouwers in maart 2002 al dat zij verdacht werden van bouwfraude. Toen vielen honderden rechercheurs binnen bij een groot aantal aannemers, onder wie de vier die nu terechtstaan. Het OM meent dat met die invallen de verjaringsklok niet verder doorloopt.

De rechtbank ziet de invallen echter niet als opening van een strafrechtelijk onderzoek. En dus is toen voor de aannemers niet formeel vast komen te staan dat zij verdacht werden van een strafbaar feit, bepaalden de rechters. Die konden dit besluit overigens nemen omdat – sinds een recente wetswijziging – nooit eerder een uitspraak is gedaan over een dergelijk verjaringsgeschil. Jurisprudentie was niet voorhanden.

Advocaten van BAM, Heijmans, KWS en Koop Tjuchem claimden na het besluit van de rechtbank onmiddellijk de overwinning. In hun ogen is een zeer belangrijk onderdeel uit de aanklacht verdwenen. Een veroordeling wegens vooroverleg zou de aannemers immers op een zwarte lijst kunnen doen belanden en dus kunnen leiden tot uitsluiting van overheidsopdrachten.

Justitie maakt zich intussen geen zorgen. Alleen de minst zware beschuldiging is geschrapt. De bouwbedrijven zullen wel terecht moeten staan voor (de veel zwaardere feiten) oplichting, valsheid in geschrifte en deelname aan een criminele organisatie. Een veroordeling op die punten kan oplopen tot acht jaar cel voor personen en honderdduizenden euro�s aan geldboetes voor bedrijven.

Acht van de twaalf gedagvaarde bouwbazen zullen zich bovendien gewoon moeten verantwoorden voor het maken van illegale prijsafspraken, aldus justitie.

Reageer op dit artikel