nieuws

Isoleren is verantwoordelijkheid leverancier én dakdekker

bouwbreed

De thermische isolatie van platte daken is sinds 1 januari 2003 aan strengere regels gebonden. Polyurethaan bijvoorbeeld moet voortaan in de meeste gevallen minimaal 7 cm dik zijn, minerale wol 11 cm. Te dun isolatiemateriaal gebruiken is een economisch delict en dus strafbaar. Toch is er nog regelmatig sprake van verkeerd toegepaste isolatie. Meer voorlichting […]

De thermische isolatie van platte daken is sinds 1 januari 2003 aan strengere regels gebonden. Polyurethaan bijvoorbeeld moet voortaan in de meeste gevallen minimaal 7 cm dik zijn, minerale wol 11 cm. Te dun isolatiemateriaal gebruiken is een economisch delict en dus strafbaar. Toch is er nog regelmatig sprake van verkeerd toegepaste isolatie. Meer voorlichting is daarom hard nodig.

De wettelijke eisen voor thermische isolatie zijn de laatste jaren strenger geworden. Sinds 1992 moet een �uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte een warmteweerstand (Rc) hebben van minimaal 2,5 m2 K/W� (Bouwbesluit). Deze minimumeis is aangescherpt in het Bouwbesluit van 2003 dat voorschrijft ook de koudebruggen (veroorzaakt door bevestigingsmaterialen) te betrekken in de bepaling van de Rc-waarde. Dit is overigens een Europese bepaling. Er zijn al opdrachtgevers die deze waarde opschroeven.

In Duitsland is een Rc-waarde van 4 de overheidsnorm bij nieuwbouw. Er is reden om aan te nemen (milieu) dat het ook in Nederland die kant opgaat. Behalve milieueisen zijn aangescherpte veiligheidsnormen van grote invloed op aard, dikte en wijze van bevestigen van isolatiemateriaal.

Wie zich overigens de ongekend hevige stormen van 1990 weet te herinneren, begrijpt dat een betere mechanische verankering van dakbedekkingen en isolatielagen bepaald geen overbodige luxe was.

De verankering van isolatiemateriaal – hoe nodig ook – beïnvloedt de isolerende werking nadelig. Bevestigingspennen fungeren als koudebruggen: de warmte geleidt langs het materiaal naar buiten. Voor een deel is dat te ondervangen door grotere platen te monteren en het aantal benodigde pennen te beperken. Daarmee kom je er echter niet: om dezelfde isolatiegraad te bereiken, is dikker materiaal vereist.

Voor polyurethaan, een veel gebruikt isolatiemateriaal, speelt nog iets anders. Sinds 1 januari 2004 mag dat geen blaasmiddel HCFK meer bevatten; de vervanger pentaan heeft minder goede isolerende eigenschappen (minimaal 15 procent). Alweer: dikker materiaal vereist. Maar hoeveel dikker? Het antwoord op deze vraag heeft alles te maken – behalve met de warmteweerstand Rc – met de warmtegeleidingscoëfficient l van het toegepaste isolatiemateriaal. De nieuwe CE-markering van 13 mei 2003 schrijft vermelding van de l waarde dan ook voor. Met de beide waarden l en Rc valt de benodigde dikte van het materiaal betrekkelijk eenvoudig te berekenen. Maar dan komt het: hoe verdisconteer je de invloed van de dakbevestigers? Het nieuwe Bouwbesluit noemt twee rekenmethodes. Jammer genoeg hebben die allebei hun bezwaren en kunnen ze tot verkeerde uitkomsten leiden.

Sommige leveranciers van isolatiemateriaal bieden de helpende hand. Zo is er de zogenoemde �Rekenschijf�, een toepasbaar hulpmiddel om de dikte van de isolerende laag te berekenen. En er zijn internetsites die kosteloos software aanbieden waarmee snel betrouwbare resultaten kunnen worden verkregen.

De berekening van de dikte van het materiaal is weliswaar niet makkelijk, maar hoeft niet verkeerd te gaan, gezien de hulpmiddelen die er zijn. De dakdekker die zich in de materie verdiept, kan zijn verantwoordelijkheid – een juiste interpretatie en toepassing van alle isolatie-eisen – waarmaken. Hij kan zijn isolatiewerk zonder problemen aan alle eisen en normen laten voldoen. Toch worden er nog gebouwen opgeleverd die onvoldoende geïsoleerd zijn, bijvoorbeeld met polyurethaan platen van 5 centimeter dikte terwijl 7 centimeter veelal de verplichte norm is, of met 10 cm dikke minerale wol terwijl 11 cm daarvoor de norm is.

Er zijn dus nog steeds dakdekkers die werken met te dun isolatiemateriaal. Formeel zijn ze strafbaar. Immers, wie zich niet houdt aan het Bouwbesluit, pleegt een economisch delict en kan daarvoor een boete krijgen, of zelfs worden vervolgd door het Openbaar Ministerie. De meeste dakdekkers zullen dit niet weten of niet ten volle beseffen. Dat heeft deels te maken met de controle op naleving van de isolatievoorschriften uit het Bouwbesluit. Die controle is minimaal. De VROM-inspectie die dat zou kunnen (moeten?) doen, laat weten pas in actie te komen als er klachten zijn van gemeenten, niet eerder.

Controle of niet, de voorschriften zijn helder, het juiste materiaal en de rekenmethodes voorhanden. Hoe nu verder? Hoe krijgen we alle dakdekkers zo ver dat ze daken isoleren volgens de normen uit het Bouwbesluit?

Dit is niet alleen een zaak voor wetgever en handhaver. Ook leveranciers van isolatiemateriaal hebben hier een verantwoordelijkheid te nemen. Zij moeten de dakdekker goed voorlichten en wijzen op de nieuwe voorschriften voor nieuwbouwdaken. Zij bij uitstek kunnen de dakdekker adviseren over een correcte toepassing en de voorgeschreven dikte van isolatiemateriaal.

Dat gebeurt ook wel, maar nog niet door alle leveranciers. Er zijn nog steeds leveranciers die isolatiemateriaal leveren dat niet aan de vereiste specificaties voldoet. Dat is mijns inziens jammer, onnodig en nog slecht voor de omzet ook.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels