nieuws

In veel schoolwoningen komen nooit woningen

bouwbreed

waddinxveen – De schoolwoning, die eind jaren negentig zijn intrede deed, is gedateerd. Dit concludeert R. de Rooij, directeur van Topos Architecten uit Waddinxveen. “Gemeenten nemen hun besluiten op basis van leerlingprognoses die vaak niet kloppen. Van ombouw is in de praktijk nauwelijks sprake.”

Het leek een goed idee: bouw in kinderrijke nieuwbouwwijken schoollokalen die op termijn – wanneer het kindertal terugloopt – kunnen worden verbouwd tot woningen. “Alles beter dan die noodlokalen, die afschuwelijke houten keten”, zegt De Rooij. “Bouw dan iets met toekomstwaarde, was eind jaren negentig de heersende gedachte en architecten gingen aan tafel met woningcorporaties en gemeenten.”

De Rooij onderzocht als vice-voorzitter het fenomeen schoolwoning namens de Stichting Architecten Research Onderwijsgebouwen (Staro) die werkt onder auspiciën van de Bond van Nederlandse Architecten en maakt na zes jaar de balans op. Van de inmiddels 43 gerealiseerde schoolwoningen van bij de Staro aangesloten architectenbureaus, blijkt maar één schoolgebouw te zijn omgebouwd naar een andere functie. En dan niet eens tot woningen, maar tot gehandicaptenhuisvesting.

“De gebouwen hadden net zo goed meteen als school ontworpen kunnen worden”, aldus De Rooij. “Van de meeste schoolwoningen is iedereen het er inmiddels over eens: het zullen nooit woningen worden.”

Het grote probleem is volgens hem dat gemeenten, die sinds 1997 verantwoordelijk zijn voor onderwijshuisvesting, hun keuze voor te kleine schoolgebouwen en tijdelijke onderkomens baseren op leerlingprognoses, die in de praktijk, zo blijkt uit het onderzoek, vaak lager uitvallen.

“Neem de voorspelling dat het voornamelijk starters zouden zijn die de Vinex-locaties zouden bevolken. Het merendeel bestaat uit jonge gezinnen met kinderen van lagere schoolleeftijd. De onderwijsbehoefte blijkt veel groter te zijn dan voorzien. Met een beetje pech zien deze kinderen nooit een echte school van binnen en zitten ze een schoolleven lang in tijdelijke gebouwen met een beperkte kwaliteit.”

Een schoolwoning betekent, meent De Rooij, automatisch een beperking voor de school. “Een gemeenschapsruimte ontbreekt vaak, ruimte voor nevenfuncties is er niet, de gangen zijn krap, de trappen smal en de plafonds vaak te laag. Het gaat altijd ten koste van de onderwijskwaliteit.”

De Rooij pleit voor echte, mooie, moderne schoolgebouwen, waar “gemeenten zich veel verantwoordelijker voor zouden moeten voelen.” “Echte schoolgebouwen zijn een icoon voor de wijk en hebben zo�n uitstraling dat jonge gezinnen daar toch wel op af komen.” Ga liever iets te ruim zitten dan te krap, is zijn advies aan de gemeenten. “Investeer in een flexibele constructie, zodat uitbreiding mogelijk is, maar ook multifunctionaliteit. Het verdient zich terug. Mik niet alleen op ombouw tot woningen als het leerlingenaantal terugloopt, maar hou rekening met tal van andere functies die in het gebouw kunnen zetelen. Net zo min als de school weet of de tijdelijke huisvesting echt tijdelijk is, weet een corporatie wat de woonvraag is over vijftien jaar.”

De niet-permanente onderwijshuisvesting en de leerlingprognoses worden 14 oktober tijdens een gratis symposium in het Nederlands Architectuur Instituut te Rotterdam ter discussie gesteld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels