nieuws

Hoorn en Heddes blijven bakkeleien

bouwbreed Premium

hoorn – Aanvankelijk wilden partijen de zaak in der minne schikken nadat op 10 april 2001 de toneeltoren van de in aanbouw zijnde schouwburg Het Park instortte. Maar toen de gemeente Hoorn naar de rechter stapte om Heddes Bouw te dwingen veiligheidsmaatregelen op de bouwplaats te treffen, is het juridische getouwtrek begonnen dat nu al drie jaar duurt en waarvan het einde nog lang niet in zicht is.

Dat het aanwijzen van een verantwoordelijke partij een moeilijk en langdurig proces zou worden, was op voorhand te verwachten. Een bodemprocedure door de gemeente Hoorn gestart, moet uitsluitsel geven. Maar omdat er tijdens die procedure ook zaken speelden met een spoedeisend karakter, volgden een paar kort gedingen.

In één daarvan daagt Heddes Bouw Hoorn voor de rechter om de beëindiging van de aannemingsovereenkomst aan te vechten omdat van een wanprestatie, op grond waarvan het contract is beëindigd, geen sprake zou zijn. Heddes krijgt ongelijk van de rechter, maar gaat tegen dit vonnis in hoger beroep. Daarin bekrachtigt het gerechtshof echter het oordeel van de rechtbank.

In maart 2003 zegt directeur Kees van Iwaarden van Heddes Bouw in Cobouw niet gek op te kijken als de rechter in de bodemprocedure de hele zaak anders gaat beoordelen. Hij krijgt gelijk als de rechter in het tussenvonnis van de bodemprocedure op basis van de Uniforme Administratieve Voorwaarden (UAV) oordeelt dat er sprake is van een eenzijdige opzegging van de aannemingsovereenkomst door Hoorn. Immers, zo oordeelt de rechter, Heddes kón de noodmaatregelen destijds niet uitvoeren zonder goedkeuring van opdrachtgever Hoorn. Op grond hiervan honoreert de rechtbank de eis van Heddes Bouw tot betaling van de volledige aanneemsom.

Heddes is dus naar mening van de rechtbank in Alkmaar terecht naar de kort-gedingrechter gestapt om de beëindiging aan te vechten. Dat het vonnis in kort geding (en hoger beroep) Heddes geen gelijk gaf, had volgens Van Iwaarden te maken met het feit dat de zaak te complex was.

“Wij vroegen een voorziening vooruitlopend op de bodemprocedure. Het feit dat die voorziening niet is toegewezen, wil niet zeggen dat je de zaak hebt verloren.”

De rechtbank stelt partijen nu in de gelegenheid een hoger beroep in te stellen voordat het eindvonnis wordt gewezen. Hoorn zal zich mogelijk op grond van de uitspraken in het kort geding op het standpunt stellen dat de beëindiging van het contract terecht was. Zoals het er nu voor staat, wordt de aannemer vooralsnog verantwoordelijk gehouden voor het �schouwburgdrama�.

Of Heddes Bouw hier tegen in hoger beroep gaat, is de vraag want financieel schiet hij er niets mee op.

Tegen het eindvonnis van de rechtbank is een hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof. Kunnen de partijen zich dan nog niet vinden in het vonnis dan is de gang naar de Hoge Raad nog een mogelijkheid.

Reageer op dit artikel