nieuws

Energiebeoordeling ook voor bestaande gebouwen

bouwbreed Premium

utrecht – Januari 2006 moet in heel Europa de EPBD van kracht worden, een richtlijn voor de energieprestaties van gebouwen. Daarna moeten niet alleen nieuwe, maar ook bestaande gebouwen worden beoordeeld op hun energetische kwaliteit. Is Nederland daar wel klaar voor? Deze vraag werd voorgelegd aan clustermanager Hans van Eck van SenterNovem.

SenterNovem ontwikkelt het �beoordelingsinstrumentarium� waarmee straks niet alleen nieuw te bouwen, maar ook alle bestaande utiliteitsgebouwen en woningen onder de loep worden genomen. De innovatie/energie/milieuorganisatie doet dat in opdracht van het ministerie van VROM, waarvan het directoraat-generaal Wonen verantwoordelijk is voor invoering van de Europese richtlijn in Nederland.

Centraal in de EPBD ofwel Energy Performance of Building Directive staat een energiecertificaat of -label. Dat moet eigenlijk net als de stickers op wasmachines en koelkasten aangeven in welke klasse van energieverbruik het bouwwerk valt.

In ons land zal voor nieuwbouw de reeds langer bestaande en daardoor gemakkelijk te accepteren EPC (energieprestatiecoëfficiënt) de basis vormen voor dit certificaat, aldus Van Eck. Het verkrijgen van de bouwvergunning staat straks gelijk aan het verkrijgen van het energielabel.

Voor bestaande bouw worden de binnenkort te lanceren EPA-U, het energieprestatieadvies voor utiliteitsgebouwen, en de reeds in gebruik zijnde EPA-W voor woningen en woongebouwen, ingezet als uitvoeringsmiddelen. De beide EPA�s zijn gefundeerd op de beoordelingsrichtlijnen (BRL�s) 9501, -02 en -03.

Dat de EPA-U er nog niet is, heeft alles te maken met de Europese richtlijn. Van Eck: “Gezien de korte tijd die nog rest heeft de overheid besloten de kwaliteitsborging van de energieadvisering voor utiliteitsbouw eerst op het gewenste EPBD-niveau te brengen, omdat daar straks naar wordt verwezen.”

Tevens moeten, bij het van kracht worden van de richtlijn in januari 2006, alle verwijzingen in de normen rondom het Bouwbesluit zijn geregeld. Een omvangrijke opgave.

Markteffecten

“Van het certificaat op zich verwacht ik in de nieuwbouw weinig markteffecten, het is gewoon een papiertje meer erbij. Werken volgens de EPN is in de gebouwensector immers al de standaard. Maar voor de bestaande woningen wordt het een heel ander verhaal”, meent Van Eck. “Door de grotere diversiteit in woningtypen, bouwwijzen, leeftijden en dergelijke zal de invoering van een energiecertificaat daar veel onderscheidener zijn.”

Het verplichte certificaat zal aan de kant van de adviseurs een stabiele epa-markt bieden, anders dan in het huidige vrijwillige traject, waarin door het wegvallen van de EPR nogal wat onzekerheid bestaat. Aan de kant van gebouweigenaren lijkt het certificaat in eerste instantie te leiden tot verhoging van de administratieve lasten (zij het beperkt), maar het certificaat biedt de eigenaar wel zicht op de kwaliteit van het gebouw en daarmee op de verkoopbaarheid en/of verhuurbaarheid. Daarmee vertegenwoordigt het certificaat een bepaalde economische waarde, aldus Van Eck.

Hij ziet dat professionele partijen dit inmiddels beginnen op te pakken, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het duurzaam vastgoedfonds van Triodos. In dit fonds worden duurzame kwaliteitsaspecten meegenomen bij de waardering van gebouwen.

De overheid streeft ernaar om de mate van energiezuinigheid in de prijs van een woning te laten doorklinken. Van Eck: “Het energielabel is duidelijk bedoeld als stimulans voor energetische verbeteringen, zowel in de koop- als in de huursector.” Waarbij Van Eck de huursector als iets lastiger aanduidt dan de koopsector, want daar is een duidelijk transactiemoment aanwezig bij verkoop van de woning. “Wat dat momentum in de huursector moet zijn is nog niet uitgekristalliseerd.”

Het energielabel gaat voor de bestaande bouw niet, zoals het Bouwbesluit voor nieuwbouw, minimumeisen stellen. “Brussel wil via het label veel eerder de energiekwaliteit van bestaande gebouwen transparant maken. Duidelijk wordt wanner een gebouw energetisch slecht is. Dat zal bij ontwikkelaars, corporaties en beleggers van invloed zijn op het strategisch voorraadbeheer. Er zal benchmarking ontstaan die in de huidige kopersmarkt – er is volop leegstand in de kantorenmarkt – zijn invloed niet zal missen. Al gaat het meer om het emotionele effect dan om geld, want energiegebruik maakt maar zo�n 2 procent uit van de totale exploitatiekosten”, aldus Van Eck. Volgens hem zijn de emotionele effecten op de consumentenmarkt het grootst.

Hoe hard is de datum van 4 januari 2006 waarop de EPBD in heel Europa van kracht moet worden? Van Eck: “Er is een overgangstermijn van drie jaar op uitvoering en verlening van de certificaten. Verder uitstel is mogelijk als kan worden aangetoond dat binnen die termijn de certificeringscapaciteit niet kan worden gerealiseerd.” Wel hard is, dat de nationale implementatie van de richtlijn uiterlijk op 4 januari 2006 door het parlement wettelijk moet zijn bekrachtigd.

Spannend traject

De feitelijke implementatie van de Nederlandse versie van de EPDB wordt een spannend traject, verwacht clustermanager Hans Van Eck van SenterNovem, want wie gaan het certificaat verstrekken en wie gaan de borging en het beheer daarvan voor hun rekening nemen?

Op het gebied van de EPA-W zijn tussen de tweehonderd en driehonderd bureaus actief. Voor de EPBD zullen er naar schatting zeshonderd nodig zijn. “Dat aantal gaan we wel halen denk ik, want het is een zekere markt. Voor de utiliteitsbouw zal het kennisniveau een stapje hoger moeten liggen dan voor de woningmarkt. In dat opzicht is een rol weggelegd voor de grotere bureaus, de energiebedrijven en uiteraard de installatiebranche.”

Reageer op dit artikel