nieuws

BAM gokt op oude belofte van minister

bouwbreed

rotterdam – Een belofte van de minister van Justitie ruim 150 jaar geleden, moet BAM en twee divisiedirecteuren vrijuit doen gaan in het bouwfraudeproces. Daarop gokt de verdediging van Nederlands grootste bouwbedrijf, bleek gisteren voor de Rotterdamse rechtbank.

Volgens BAM-advocaat C. Waling heeft toenmalig minister van justitie N. van Rosenthal de Tweede Kamer verzekerd dat verklaringen voor een parlementaire enquêtecommissie “nooit en te nimmer” zullen leiden tot strafrechtelijke vervolging. Waling haalde die keiharde belofte uit verslagen van de debatten die rond 1850 zijn gevoerd omtrent de invoering van de Wet op de parlementaire enquête.

BAM en divisiedirecteuren E.K. en J. van V. zijn in 2002 door de enquêtecommissie bouwnijverheid nadrukkelijk verhoord over de bouwfraudeaffaire. Inmiddels worden ze strafrechtelijk vervolgd door het Openbaar Ministerie. Volgens Waling zouden juist zij – gezien de eeuwenoude belofte – recht hebben op immuniteit. De zaak tegen de bouwer en zijn medewerkers moet in haar ogen dan ook per direct worden stopgezet.

De advocate wees daarbij ook op een brief van minister B. Korthals (justitie) van vlak voor de start van de bouwfraude-enquête. Daarin waarschuwde de bewindsman dat de enquête het justitieel onderzoek niet mag doorkruisen. Waling meent, net als de advocaten van de overige verdachten in het bouwfraudeproces, dat dat zeer zeker is gebeurd.

“De parlementaire enquêtecommissie heeft ondanks de waarschuwingen van de minister, strafrechtelijk getint onderzoek gedaan. Ze heeft zich laten bijstaan door strafrechtdeskundigen en heeft getuigen aan een ware inquisitie onderworpen. De commissie is in feite op de stoel van de rechter gaan zitten. Daardoor hebben de verdachten in deze strafzaak geen kans meer op een eerlijk proces.”

Net als eerder de raadsmannen van Koop Tjuchem, KWS en Heijmans deden, klaagde ook de BAM-advocaat over een “een ongelijke behandeling” van haar cliënt. “Er hebben ontzaglijk veel bouwbedrijven en personen meegedaan aan vooroverleg. Toch worden die allemaal niet vervolgd, maar BAM wel. Dat betekent enorme reputatieschade en concurrentieachterstand.”

Het OM legde de verweren, net als eerder, naast zich neer. Volgens officier van justitie M. Koelewijn is indertijd duidelijk afgesproken dat aannemers incognito mochten optreden, wanneer ze vermoedden dat hun verklaring voor de enquêtecommissie tot vervolging zou kunnen leiden.

De aanklager meldde verder dat de vervolging van juist de vier bouwers en hun medewerkers een weloverwogen besluit is geweest.

Rechtbankvoorzitter P. Hofmeijer Rutten maakte duidelijk ook nog geen aanleiding te zien om op basis van het gevoerde verweer de zaken tegen de BAM-verdachten te beëindigen. Wel meent ze dat de aanklacht van overtreding van de Wet economische mededinging (maken van prijsafspraken) is verjaard door een vormfout. Justitie krijgt echter nog de kans om die te herstellen.

Eind deze week beslist de Rotterdamse rechtbank over het verzoek om getuigen te horen. Alleen al KWS heeft er vijftig opgeroepen, waaronder oud-ministers Jorritsma, Korthals en Netelenbos.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels