nieuws

Archeologische wet brengt hoge kosten met zich mee

bouwbreed

volgens Marnix Scholten en Jos Berenschot terecht de nodige kritische vragen gesteld. Het gaat met name om de complexe situaties van de archeologie in de binnensteden in relatie tot de hoge kosten en inspanningen voor alle betrokken partijen.

Verder is in het wetsvoorstel onvoldoende aandacht geschonken aan de vraag wanneer er opgegraven moet worden of wanneer volstaan kan worden met behoud ter plaatse. Zowel voor gemeenten als de bouwwereld zal het er niet makkelijker op worden.

Onlangs is na de nodige vertraging het wetsvoorstel inzake de wijziging van de Monumentenwet en een aantal andere wetten aangeboden aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel wordt aangehaald als de �Wet op de archeologische monumentenzorg� en is vooral bedoeld om het Verdrag van Valletta (Malta) in de Nederlandse wetgeving vorm te geven. Het doel is om mogelijk aanwezige archeologische waarden in de bodem te beschermen. Het betreft een ingrijpende wetswijziging waarvan de gevolgen merkbaar zullen zijn bij zowel de decentrale overheden als in de bouwwereld en dan met name bij de aanvragers van bouw-, aanleg- of ontgrondingenvergunningen of bij initiatiefnemers van mer-plichtige activiteiten.

Veel bodemverstorende activiteiten die van invloed kunnen zijn op de archeologische waarden in de bodem moeten in de praktijk worden getoetst aan het gemeentelijke bestemmingsplan.

Het meest sprekende voorbeeld is de aanvraag van een bouwvergunning. Vandaar dat gemeenten in de toekomst bij het opstellen van bestemmingsplannen het archeologisch belang een volwaardige plaats moeten geven. Hiervoor zal vooronderzoek moeten worden verricht door gemeenten en waar mogelijk dienen archeologische waarden in het plan te worden ontzien. De provincie kan goedkeuring aan een bestemmingsplan onthouden wanneer zij van mening is dat in het plan onvoldoende rekening is gehouden met het archeologisch belang. Mochten geldende bestemmingsplannen onvoldoende waarborg bieden dan kan de provincie archeologische attentiegebieden aanwijzen. Binnen deze gebieden dient de betreffende gemeente dan alsnog een bestemmingsplan vast te stellen of te herzien.

Inhoudelijk biedt de nieuwe wet gemeenten de mogelijkheid om een aanlegvergunning verplicht te stellen in bestemmingsplannen in het belang van archeologische waarden. Daarbij kunnen gemeenten bepalen dat de aanvrager van een aanleg- of bouwvergunning of vrijstellingsbesluit een rapport moet overleggen waaruit naar het oordeel van de gemeente in voldoende mate blijkt dat de archeologische waarde van het terrein voldoende is vastgesteld. De kosten hiervan komen voor rekening van de aanvrager. Bovendien kunnen aan een dergelijke vergunning of vrijstelling voorwaarden worden verbonden. In een uiterst geval kan het zelfs leiden tot een weigering.

Voorwaarden

Eén van de uitgangspunten van het wetsvoorstel is gebaseerd op het veroorzakersprincipe: degene die een bodemverstorende activiteit veroorzaakt moet de archeologische (meer)kosten dragen. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze kosten in de periode 2001-2010 tussen de 102 en 145 miljoen euro zullen bedragen.

De bouwwereld zal deze kosten grotendeels voor haar rekening moeten nemen. Indien het gaat om excessieve kosten die redelijkerwijs niet voor rekening van de veroorzaker moeten komen kan de gemeente op verzoek een schadevergoeding toekennen. Daarbij kan de aanvrager van een ontgrondingenvergunning verplicht worden archeologisch vooronderzoek te verrichten. Zonodig kunnen ook aan deze vergunning voorwaarden gesteld worden.

Ten slotte zal de Wet milieubeheer worden gewijzigd. Dit zal met name gevolgen gaan hebben op activiteiten die op grond van het Besluit-m.e.r. verplicht over een milieu-effect rapportage dienen te beschikken. Het bevoegd gezag kan aangeven welke maatregelen er moeten worden getroffen in verband met de archeologische waarden. De laatste jaren werd overigens bij grootschalige projecten al vaak Valletta-conform gehandeld. De gevolgen zullen hier dus niet zo groot zijn.

Het is nog niet bekend wanneer de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking zal treden. De gevolgen kunnen groot zijn, de bekendheid ermee is nog klein. Voor gemeenten zal het wetsvoorstel leiden tot een verzwaring van hun taken. De bouwwereld moet zich op haar beurt realiseren dat in de toekomst zwaardere eisen gesteld kunnen gaan worden aan een bouw- en ontgrondingenvergunning of vrijstelling. Bovendien kan men tegen aanzienlijke onvoorziene uitgaven aanlopen. Weliswaar kan de gemeente onder omstandigheden een vergoeding naar billijkheid toekennen, een dergelijke formulering is echter voer voor discussie.

Mrs. M.J. Scholten en J.H.M. Berenschot

Advocaten bij CMS Derks Star Busmann advocaten en notarissen in Arnhem

(m.scholten@cmsderks.nl)

Wijziging heeft gevolgen voor decentrale

overheden en bouwwereld

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels