nieuws

Overheid moet meer en verstandig uitbesteden

bouwbreed Premium

rotterdam – De nadruk bij pps-projecten voor wegeninfrastructuur ligt veel te veel bij de uitvoerende, private partijen met hun DBFM-contracten. Een succesvolle pps in de wegenbouw vraagt een sterke regierol van de overheid, een bundeling van projectactiviteiten tot vier private rollen met verschillende expertises en verlaten van het automatisme voor willen afsluiten van een geïntegreerd contract.

Dat zegt directeur B. Keibek van OC&C Strategy Consultants naar aanleiding van de lopende discussie over een vermeend gebrek aan enthousiasme van de markt voor publiek private samenwerking.

Minister Peijs van Verkeer en Waterstaat betwijfelde in een interview in de Volkskrant of het bedrijfsleven wel mee wil in pps-constructies terwijl dat gezien wordt als dé mogelijkheid om bij krappe budgetten toch noodzakelijk geachte werken uit te voeren. Oud minister De Boer van Verkeer en Waterstaat heeft ambtenaren van het ministerie van Financiën verweten geen serieus werk te maken van publiek private samenwerking. Bepaalde vormen van pps kunnen bovendien in het gedrang komen als projecten Europees moeten worden aanbesteed ook als de grond waarop het moet worden gerealiseerd in handen is van een particulier, een ontwikkelaar of projectontwikkelende bouwer.

OC&C Strategy Consultants doet veel gevoelig onderzoek voor het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse overheid. Twintig procent van hun werk is voor de overheid. Dat cliënten het werk dat het Rotterdamse bureau doet daarom maar weinig noemen vindt Keibek niet erg, de top van het bedrijfsleven helpen met hun wezenlijke problemen is voor hem genoeg. “Dat dat in stilte moet gebeuren is vanzelfsprekend en is goed te accepteren”, zegt Keibek. De huidige discussie over pps, en specifiek pps in de wegeninfrastructuur, is voor hem nu aanleiding om wel naar buiten te treden.

Publiek private samenwerking kan voordelen hebben weet Keibek. Grotere en meer intensieve inbreng van private partijen kan door de overheid worden benut om haar hoofdbeleidsdoelen op gebied van infrastructuur te bereiken. Bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid bijvoorbeeld kunnen door publiek private samenwerking tegen lagere kosten, met hogere kwaliteit en meer maatschappelijk nut worden behaald.

Wil de samenleving die voordelen smaken dan moeten overheid en bedrijfsleven pps optimaal inrichten. De aanzet daarvoor ziet Keibek gegeven in het rapport �Samen werken aan de weg� van zijn adviesbureau voor het Ministerie van Financiën. Het is twee jaar geleden opgesteld maar behoort inmiddels tot het publieke domein.

Kenmerkend voor de aanpak die Keibek voorstaat is de waardeketen, te weten het geheel van activiteiten om het maatschappelijk nut van het voorgenomen stuk infrastructuur te verwezenlijken. De waardeketen loopt in tijd gezien na elkaar en grofweg van tracébepaling via uitwerken van een concept en het technisch ontwerp naar de bouw. Is de infrastructuur eenmaal aangelegd dan volgen gelijktijdige activiteiten als onderhoud, beheer, gladheidsbestrijding en verkeersmanagement.

De nadruk bij de huidige aanpak voor pps ligt volgens Keibek te veel op de aanleg door de bouwer van de infrastructuur. Het gaat erom de geheel waardeketen te bezien op wie welke activiteit het beste kan doen. Bundelen van activiteiten, daar waar dat bedrijfseconomische voordelen oplevert, leidt volgens hem dan tot optimalisatie van de waardeketen in de zin van een hogere waarde van het eindproduct.

Keibek onderscheidt bij een pps voor weginfrastructuur vier rollen voor private partijen: de conceptontwikkelaar, de infraverschaffer, de wegbeheerder en de verkeersmanager. Vervullen van deze rollen, onder een sturende rol van de overheid, kan voordelen opleveren. De conceptontwikkelaar bijvoorbeeld heeft met een slim concept de mogelijkheid de kosten voor beheer laag te houden. Een slim concept en lage onderhoudskosten is moeilijker.

Conceptontwikkeling moet voor grote projecten serieus worden ingevuld, benadrukt Keibek. Ligt het tracé al vast en is de mer er ook al dan is het mosterd na de maaltijd om met een slim concept te komen. De markt moet dus eerder slim kunnen doen. Het serieuze van de conceptontwikkeling zou tot uitdrukking moeten komen in de vergoedingen die daarvoor betaald worden, commercieel niveau is een vereiste.

Automatisme

Bij realisatie van weginfrastructuur in een pps-constructie is al bijna een ingesleten gewoonte dat het wegconcept en de uitvoering daarvan door dezelfde een partij wordt gedaan. Dat kan de beste oplossing zijn, maar automatisme bij zo�n besluit is volgens Keibek niet gewenst. De ideale vorm voor het inrichten van de infraverschaffing is het DBFM, waarbij de private partij ontwerpt, bouwt, financiert en onderhoudt. Integratie van ontwerp, bouw en onderhoud maakt besparingen mogelijk. Om het ook zo te doen moet echter aan een aantal voorwaarden zijn voldaan.

DBFM-constructies kosten de private partijen elk tussen de 1 en 2 miljoen euro. Die kosten worden uiteindelijk gedragen door de overheid. Een bieding met vijf kandidaten betekent dat de integratie in DBFM zich bij een besparingspotentieel van 10 procent pas terugverdient bij een projectomvang van meer dan vijftig miljoen euro. Is de omvang lager dan is het beter D en B en M apart aan te besteden.

Een tweede voorwaarde is of er significante lifecycle keuzes te maken zijn. Het onderhoud integreren in een opdracht heeft alleen zin als dat het geval is. Voorts is de vraag bij integreren of de geografische schaal van het werk groot genoeg is. Als de schaal waarop het onderhoud kan worden ingericht te klein is, vervallen de voordelen van bijvoorbeeld een slim wegdek of geluidwering.

Tenslotte is het van belang na te gaan of de aanbesteding wezenlijk verschillende ontwerpen zal opleveren. Is dat te verwachten en is de omvang van het werk groot genoeg, maar zijn er geen life cycle voordelen, dan is een integratie van DB met M apart aan te bevelen. Als geen verschillende ontwerpen worden verwacht dan is het beter D, B en M apart te doen.

Keibek pleit voor een krachtige rol van de publieke partij, ook bij grote private inbreng van de vier onderscheiden rollen (conceptontwikkelaar, infraverschaffer, wegbeheerder en verkeersmanager). Het primaat van de overheid moet bij regie liggen en niet bij de uitvoering.

De overheid als centrale manager moet meer dan nu uitbesteding overwegen. Uitbesteden moet werkelijk uitbesteden zijn, met alle verantwoordelijkheden en vrijheden. De centrale manager bemoeit zich niet met een foute bouwtekening. De centrale manager zal sturen op output en niet hoe dit tot stand komt.

Het belang van een strakke regie om alle deelnemers en activiteiten te coördineren zal evident zijn.

Automatisme bij

pps-contracten niet gewenst

Reageer op dit artikel