nieuws

Achting constructeur Buffermanagement

bouwbreed Premium

Het door Gerard Doos goed geschreven artikel �Achting techniek constructeur stevig gedaald� (Cobouw 2 september 2004, nummer 160) is voor mij aanleiding mijn visie hierover onder uw aandacht te brengen. Een belangrijk aspect voor het gebrek aan waardering door opdrachtgevers is mijns inziens, dat constructeurs niet voldoende �staan� voor hun vak en rol in het […]

Het door Gerard Doos goed geschreven artikel �Achting techniek constructeur stevig gedaald� (Cobouw 2 september 2004, nummer 160) is voor mij aanleiding mijn visie hierover onder uw aandacht te brengen.

Een belangrijk aspect voor het gebrek aan waardering door opdrachtgevers is mijns inziens, dat constructeurs niet voldoende �staan� voor hun vak en rol in het proces. Dat komt vooral door de reactie “Ik doe weinig.” als antwoord op de slechte honoraria.

Ik hecht er vooral aan een totaalpakket aan te bieden, dus niet alleen het advies- en bestekstraject, maar ook het hele engineringstraject. Alleen het werkplaatswerktekenen hoort bij de leveranciers thuis.

Ook het kostenaspect, dat wil zeggen de raming van de constructieve bouwkosten en de directie begroting door de constructeur behoort naar mijn idee bij de constructeur en niet bij een bouwkostenbureau. Zolang kostenaspecten een argument zijn in de keuzes die gemaakt worden, dient het onderdeel uit te maken van het vak van de adviseur en dus ook van zijn opdracht.

Een ander belangrijk element in de achteruitgang van het constructeursvak is de wijze van aanbesteden van opdrachten. Er zijn vele aanbieders, maar er is slechts een adviesvrager voor een specifiek project. Er is dus geen sprake van een open en transparante markt. De marktprijs is niet bekend, en ook de kostprijs is vooraf ongewis. Eigenlijk mag van opdrachtgevers minstens gevraagd worden om bij een offerteaanvraag bekend te maken bij welke partijen ook offertes zijn aangevraagd.

Bovendien zou je mogen verlangen dat bij gunning de andere partijen worden bericht wie het werk heeft gekregen en voor welke prijs. Dat gebeurt nu niet. De offerteaanvraag is nu een loterij, met “Schrijf uw eigen lotnummer.” als vraagstelling, en “Het laagste nummer wint”. Werkhonger doet dan de rest.

Alleen indien alle collegae een andere houding aannemen vervalt het loterijsysteem en ontstaat er naar mijn idee meer ruimte in de bureaubudgetten. Op deze wijze is het dan mogelijk dat het advieswerk serieus wordt verricht en groeit er weer achting voor het werk. Natuurlijk weten opdrachtgevers dat ook. Maar zij moeten van zichzelf als echte handelaren afdingen.

Budgetbewaken en besparen zijn vanaf de eerste dag belangrijk. Dus bij het contracteren van adviseurs, nog voor er een streep op papier staat. Dan ontstaat er volgens mij vast voldoende ruimte voor een fraaier projecttapijt en dat zie je tenminste.

Het artikel �Buffermanagement mogelijk na cultuuromslag” (Cobouw 27 augustus 2004, nummer 156) is voor mij reden kond te doen van het volgende.

Al enkele jaren geleden hebben we samen met ProRail en enkele civieleaannemers deze methodiek, toen �Theory of constraints (TOC)� geheten, toegepast op enkele buitendienststellingen, onder andere bij het inschuiven van een tunneltje onder de spoorbaan in Houten.

Voor alle deelnemers (onderaannemers) was het zeer moeilijk om de netto tijd voor hun specifiek activiteit op te geven. Men was (en is nog) gewend om de eigen werkzaamheden zo in te schatten dat er al een buffer in zit.

Ook was er het probleem dat de ploegen voor de volgende activiteit al ruim voor de normaliter ingeplande tijd beschikbaar moeten zijn om het estafettestokje over te nemen. Dit blijft een kwestie van afprijzen, en dat blijft naar mijn mening lastig, want wie betaalt? En wat als schaarse machines ook ingezetmoeten worden op andere projecten waar ze pas op tijdstip �x� vrij gaan komen.

Ook de bonus/malus-regeling is daarbij uit de kast gehaald. Probleem daarvan is wie de bonus gaat betalen. Is de buitendienststelling korter, dan kan de vervoerder weer eerder gaan rijden. Maar hij heeft wel een aangepaste

treindienst en/of een vervangende (bus-)organisatie op touw gezet en kan die moeilijk op uur �y� voortijdig afbreken. En om de sporen nog enkele uren na de buitendienststelling ongebruikt te laten liggen is voor de (noeste) werkers zeer lastig te verteren.

Holland Railconsult

Daalse Kwint

gvanroekel@hr.nl

Reageer op dit artikel