nieuws

Overzicht opzet ARW 2004

bouwbreed Premium

de beide huidige reglementen.

Het reglement zelf bestaat uit twee kolommen. De linkerkolom betreft de Europese aanbestedingen, de rechter de nationale aanbestedingen.

Bepalingen die voor beide aanbestedingen identiek zijn, zijn in beide kolommen opgenomen, zodat elke kolom de volledige tekst voor de gekozen procedure bevat.

Het reglement kent 9 hoofdstukken: algemeen, openbare procedure, niet-openbare procedure, onderhandeling met voorafgaande bekendmaking, onderhandeling zonder voorafgaande bekendmaking, onderhandse aanbesteding (bij dit hoofdstuk is in de kolom Europees niets ingevuld, omdat de Europese aanbestedingen deze vorm niet kennen), concessieovereenkomst, experimenteren, slotbepaling. De procedures zijn steeds weer geheel uitgeschreven, zodat niet meer met verwijzingsartikelen gewerkt wordt.

Openen van de enveloppen met inschrijvingsbescheiden

Art. 31 van het UAR-EG 1991 en art. 24 van het UAR 2001 verbood de inschrijver de enveloppen met inschrijvingsbescheiden afkomstig van de niet winnende inschrijvers te openen. Dit verbod is niet opgenomen in het ARW 2004, zodat het openen van alle enveloppen mogelijk is.De aanbesteder krijgt zo inzicht in de ramingen van de inschrijvers. Dit inzicht is slechts bedoeld, aldus de toelichting, om te kunnen beoordelen of de inschrijvingen serieus en rechtmatig zijn; de aanbesteder is verplicht de begrotingen vertrouwelijk te behandelen. De begrotingen hoeven niet teruggestuurd te worden.

Omkeren van de bewijslast bij onaanvaardbare aanbiedingen

Een onaanvaardbare aanbieding in de zin van het ARW 2004 is een aanbieding die hoger is dan de zorgvuldige raming van de aanbesteder, zie onder andere. art. 3.36.7. De aanbesteder kan deze aanbieding als onaanvaardbaar aanmerken en de procedure vervolgen met de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. De specificaties mogen hierbij uiteraard niet gewijzigd worden.

Merkt een aanbesteder een aanbieding van een inschrijver aan als onaanvaardbaar, dan is het vervolgens aan deze inschrijver om aan te tonen dat de raming van de aanbesteder onzorgvuldig is. Ten opzichte van het UAR-EG 1991 is dit een groter verschil dan ten opzichte van het UAR 2001. In art. 24 lid 9 UAR 2001 vormde de zorgvuldige begroting van de aanbesteder immers al een factor bij het niet hoeven op te dragen van een werk indien daarvoor goede gronden zijn.

In het reglement – en in de toelichting – komt de term geen passende aanbieding overigens ook voor, zie art. 5.2.1 en 7.6.3. Hieronder wordt blijkens de toelichting verstaan, de aanbieding die onaanvaardbaar en onregelmatig is, maar waarvan de inhoud daarenboven geen enkel verband met de met de opdracht en derhalve ongeschikt zijn om in de behoeften van de aanbesteder te voorzien. In een dergelijk geval kan de procedure worden voortgezet met de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.

Verklaring van het hoogste management

Volgens onder andere art. 2.31.2 ARW 2004 dient de inschrijver een verklaring te overleggen dat de inschrijving niet tot stand is gekomen onder invloed van een overeenkomst, besluit of gedraging in strijd met het Nederlandse of Europese mededingingsrecht. Voor deze verklaring is model K opgenomen in de bijlagen bij het reglement en de verklaring dient ondertekend te zijn door een bestuurder die de inschrijver rechtsgeldig vertegenwoordigt.

Geen rekenvergoeding wel een ontwerpvergoeding

De Parlementaire Enquêtecommissie stelde voor om ontwerpers voor hun inspanning een zekere vergoeding te geven; deze aanbeveling is door het Kabinet overgenomen, maar niet door regeling ervan in het ARW 2004. Het gaat hier om maatwerk aldus de algemene toelichting en aanbesteders doen dit maar in de bekendmaking of het selectiedocument.

Inlichtingen

Aan de inlichtingen zijn verschillende bepalingen gewijd, zie onder andere art. 2.16 (onder andere betreffende de inlichtingenbijeenkomst) en art. 2.17 inzake de alternatieve aanbieding. Betreffende het laatste artikel lezen we in de algemene toelichting dat met name bij alternatieven alsmede bij geïntegreerde contracten de gegadigde of inschrijver inlichtingen nodig kan hebben, die nauw gerelateerd zijn aan de door hem beoogde oplossing. Hier zitten haken en ogen aan voor inschrijver en aanbesteder.

De inschrijver zal willen voorkomen dat andere inschrijvers aan de hand van zijn vragen gevoel krijgen voor de oplossing die hij in gedachten heeft.

De aanbesteder wil daarentegen de mededinging niet vervalsen. De oplossing is dat aanbieders individueel een toelichting mogen vragen op het bestek, maar deze procedure mag alleen schriftelijk plaatsvinden (zo nodig langs elektronische weg) zodat discriminatie eventueel vast te stellen zal zijn.

Inschrijvers moeten het besluit tot een voorgenomen gunning aan kunnen vechten voordat een overeenkomst tot stand is gekomen, aldus het Alcatelarrest in een notendop. Het ARW 2004 regelt dit in o.a. art. 2.37. Inschrijvers krijgen bericht van het voornemen en binnen een bepaalde termijn kunnen zij dit aanvechten, tijdens welke procedure geen overeenkomst aangegaan mag worden, behoudens zwaarwegende belangen die nopen tot het aangaan van een overeenkomst.

Geschillenbeslechting

Hier is veel over te doen geweest: de aanbestedingsgeschillen worden niet langer ter beslechting aan de Raad van Arbitrage opgedragen, maar aan de burgerlijke rechter. Een punt van zorg, dat in alle commotie rond deze ontwikkeling niet veel aandacht heeft gekregen, betreft de verspreiding van de uitspraken. De Raad heeft er altijd een punt van gemaakt om alle uitspraken zo snel mogelijk(geanomiseerd) openbaar te maken. De uitspraken van de overheidsrechter zijn uiteraard ook openbaar, maar bereiken slechts langzaam en incidenteel de media. Voor de rechtsvorming is het dan ook van groot belang dat de uitspraken zo snel mogelijk terecht komen bij diegenen die in staat zijn om voor verspreiding zorg te dragen.

Ik neem dan ook, aan het slot van dit artikel, de gelegenheid te baat, al is dit strikt genomen geen onderwerp van het ARW 2004, om rechters maar ook advocaten op te roepen om uitspraken zo snel mogelijk aan het Instituut voor Bouwrecht of een ander publicerende organisatie te doen toekomen.

Geen passende aanbieding

komt ook voor

Reageer op dit artikel