nieuws

Flinterdun bladgoud voor juweeltjes

bouwbreed Premium

den haag – Vijfduizend velletjes bladgoud waren nodig om de ornamenten van het voormalige ministerie van Justitie aan Het Plein in Den Haag in oude luister te herstellen. Ook het naastgelegen pand dat vroeger het ministerie van Koloniën huisvestte werd door hoofdaannemer Koek & Reinders Glas- en schilderwerken onderhanden genomen.

J. de Jongh, directeur van Koek & Reinders Glas- en Schilderwerken, kijkt goedkeurend naar de monumentale gevels van de gebouwen Koloniën en Justitie. “Er is veel ornamentaals aan die panden. Smeedwerk op het dak bijvoorbeeld. Zoals die windvaan. En dan nog het bladgoud van Justitie natuurlijk. Dat moest nodig vernieuwd worden. Het was helemaal grauw.” Met een tevreden glimlach: “Dat probleem is opgelost. Kom straks maar eens kijken als de zon er op staat!”

De monumenten dateren van de tweede helft van de negentiende eeuw. Koloniën verrees rond 1860 naar een ontwerp van de toenmalige Stadbouwmeester Willem Nicolaas Rose. Tien jaar later kreeg even verderop het ministerie van Justitie een nieuw onderkomen in een gebouw van de hand van C. Peters. Het zijn juweeltjes van negentiende-eeuwse bouwkunst. “We zijn er dan ook zuinig op”, zegt N. van Baarlen senior objectmanager van de Rijksgebouwendienst.

Specialistisch

De onlangs afgeronde opknapbeurt kostte een slordige 650.000 euro. Onder leiding van glas- en schildersbedrijf Koek & Reinders werden lood-, smeed- en voegwerk gerepareerd en duivenweringen vernieuwd. Het meest bijzondere van de opknapbeurt was het aanbrengen van nieuw bladgoud. Een specialistisch werk, waarvoor het schildersbedrijf enkele experts inschakelde.

K. Wasmus, verantwoordelijk voor het aanbrengen van het verguldsel, toont een flinterdun stukje papier met in het midden een goudkleurig vierkant. “Ik had tweehonderd boekjes met zulke velletjes nodig om het bladgoud op de gevels te herstellen. Een boekje bevat vijfentwintig blaadjes met bladgoud ter grote van 8 bij 8 millimeter. Voor dit gebouw zijn dus vijfduizend van die blaadjes gebruikt.”

Zilver, koper en platina vormen de ingrediënten van het verguldsel dat via een ingewikkeld procédé is gemaakt. “Het wordt gesmolten bij een temperatuur van 1500 graden en daarna gegoten in staafjes van 2,5 centimeter bij 2,5 millimeter. Vervolgens wordt het gewalst tot een dikte van 0,003 millimeter en een lengte van 35 millimeter, waarna het wordt geknipt in stukjes van 3 bij 2,5 centimeter. Nadat het vervolgens is geslagen tot een afmeting van 120 bij 120 millimeter, varieert de dikte van een honderdzeventigste millimeter tot zelfs een achtduizendste millimeter.”

Met dat ongelofelijk dunne materiaal gaan Wasmus en zijn collega�s aan de slag. Eerst brengen ze een soort lijmlaag aan op de ondergrond. “Die mag niet te dik zijn want dan zie je het bladgoud niet meer. Hij mag ook niet te dun zijn want dan waait het verguldsel weg.”

Bij het aanbrengen van het verguldsel worden kwastjes van eekhoornhaar gebruikt.

“Dat is het zachtste haar dat er bestaat. We lichten het bladgoud van het papier en brengen het aan. Dat moet heel nauwkeurig gebeuren. Hoe lang het duurt voordat de gevel weer opnieuw verguld moet worden, is afhankelijk van de ligging. De gevel die we nu onderhanden hebben genomen, ligt op het oosten en heeft daardoor niet zoveel last van de wind. Ik schat dat hij pas over een jaar of twintig weer opnieuw moet worden verguld.”

Reageer op dit artikel