nieuws

Brinkman: slagvaardige organisatie essentieel

bouwbreed Premium

Brinkman, nu nog voorman van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf, noemt het “buitengewoon pijnlijk” dat bij de samenvoeging van het AVBB, Vianed, BouwNed, WRI, VOC Betonbouw en Bolegbo-Vok zon honderd arbeidsplaatsen verloren gaan. Maar, benadrukt hij, dat offer wordt gebracht voor een groter belang: dat van de gehele bedrijfstak.

“We hebben echt een slagvaardiger organisatie nodig”, verzekert Brinkman. “De buitenwereld vraagt om één duidelijke mening van bouwend Nederland. Of dat nou andere organisaties of departementen zijn. Nu moeten ze langs zeventien verschillende loketten, die soms ook nog eens zeventien verschillende meningen uitdragen. Dat is onnodig verwarrend.”

Volgens Brinkman speelt voor de ondernemingen – zeker in deze economisch mindere tijd – ook het kostenaspect mee. Bouwbedrijven zijn doorgaans lid van meerdere organisaties en betalen daar fors voor. “Maar dat is niet de hoofdreden om samen te gaan. Veel belangrijker is dat we sneller tot besluiten komen. We zijn daar intern te veel tijd aan kwijt.”

Heeft de bouwfraude-affaire nog een rol gespeeld in het besluit te fuseren?

“Absoluut. Als je in crisissituaties zit, is slagkracht essentieel. Je moet snel reageren, de buitenwacht verwacht dat van je. Maar als je dan eerst op veel verschillende fronten moet overleggen, schiet dat natuurlijk niet erg op. Dat is, denk ik, ook wel gebleken.”

De grote bouworganisaties BouwNed en Vianed hebben pas na heftige discussies met hun achterban besloten mee te doen. Heeft u dat verbaasd?

“Dat er veel discussie is geweest, is op zich logisch. Die verenigingen hebben allemaal een eigen identiteit ontwikkeld. Een pijpenlegger doet nu eenmaal wat anders dan een huizenbouwer. De kantorenbouwer heeft andere contacten dan de railbouwer. Belangrijke opgave voor de nieuwe bouworganisatie zal dan ook zijn voor al die verschillende groepen herkenbaar te blijven. Laat duidelijk zijn: we zetten niet een paar juristen en economen neer die de boel even in elkaar schuiven. Het gaat er juist om dat Bouwend Nederland een organisatie wordt van ondernemers en ondernemingen. We zullen in de eerste plaats de voorwaarden moeten helpen scheppen waardoor bedrijven in continuïteit kunnen renderen.”

U bent niet bang dat de verschillen tussen de diverse bloedgroepen te groot zijn?

“Nee, vergeet niet dat de overheid heel veel regels over ons uitstort die niet specifiek voor de pijpenlegger of huizenbouwer zijn. Opleidingen, pensioenen, mededinging; het zijn allemaal onderwerpen die van toepassing zijn op de hele sector. Voor de meer gespecialiseerde belangen wordt bovendien de mogelijkheid geboden om binnen de organisatie vakgroepen op te richten. Het zal duidelijk zijn dat een kabellegger niet hoeft mee te praten over de energieprestienorm van woningen. Maar de woningbouwers hebben daar misschien wel behoefte aan. Dat wordt straks gefaciliteerd binnen de organisatie.”

De gespecialiseerde aannemers, verenigd in de Conga, doen niet mee. Is dat een probleem?

“De gespecialiseerde aannemers zijn zelf nog volop bezig zich te organiseren. Daarom komt het ze niet uit nu al op te gaan in een ander verband. Ze zijn bang dan ondergedompeld te raken. De specialisten willen juist heel herkenbaar zijn. Dat is te begrijpen. De Conga heeft echter nadrukkelijk aangegeven blijvend contact met de nieuwe organisatie te willen houden, onder meer over arbeidsvoorwaarden. We hebben ook geen enkel belang op dat punt uit elkaar te gaan.”

Sterker nog, om de cao algemeen verbindend te kunnen verklaren zijn de gespecialiseerde aannemers nodig.

“Nou ja, dat is natuurlijk ook een van de redenen waarom wij de Conga als volwaardig gesprekspartner zien. We willen voor een duidelijk representatief deel van de bedrijfstak afspraken kunnen maken. Ik denk dat dat ook in het belang is van de werknemers. Als je op te veel verschillende plekken over arbeidsvoorwaarden gaat praten, wordt het een onoverzichtelijk gebeuren.”

Verwacht u dat de Conga uiteindelijk toch nog aan boord komt?

“Dat is een beslissing die de gespecialiseerde aannemers zelf moeten maken. Ze zijn daar vrij in. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de leden van de VBKO. Een deel heeft te kennen gegeven zelfstandig verder te willen, een ander deel wil opgaan in de nieuwe organisatie. Dat moet kunnen. Maar voor ons is helder: Bouwend Nederland is met ingang van volgend jaar dé vereniging voor de bouw- en infrabedrijven. Dat is onze ambitie en dat is het verlangen van de buitenwereld.”

Over die naam, Bouwend Nederland. Hoe is die tot stand gekomen?

“Dat was nog niet makkelijk. Er waren al heel veel merknamen en we wilden met iets nieuws komen. Een verzonnen naam was geen optie, omdat je die weer uit moet leggen. Het begrip bouw moest er perse in zitten en de naam moest iets van activiteit uitstralen. En: de hele sector moest zich er in kunnen vinden. Reclame-goeroes zijn toen met Bouwend Nederland gekomen. Ik ben daar enthousiast over. Je hoort bij die naam als het ware de heistelling slaan en ziet de metselspecie tussen de stenen verdwijnen.”

�Je ziet de

metselspecie tussen

de stenen verdwijnen�

Reageer op dit artikel