nieuws

Zeezand vaker naar grote projecten

bouwbreed

den haag – De winning van Noordzeezand groeit de laatste twintig jaar gestaag en zal de komende dertig jaar spectaculair verder stijgen. Met name voor de Tweede Maasvlakte en de containerterminal in Vlissingen zijn grote hoeveelheden nodig. Het kabinet wil ook diepe winning van beton- en metselzand gaan toestaan.

Dat blijkt uit het Regionaal ontgrondingenplan Noordzee 2 dat staatssecretaris Schultz van Haegen (water) afgelopen week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Zeezand wordt voornamelijk gebruikt als ophoogzand op land en voor kustsuppletie. Slechts een klein deel wordt gebruikt als bijmengzand in de beton- en metselmortelindustrie, asfaltindustrie en kalkzandsteenindustrie. Soms wordt zand gewonnen om pijpleidingen en kabels af te dekken.

In 1974 werd nog maar 2,8 miljoen kuub zand gewonnen uit de Noordzee. Tot eind jaren tachtig groeide het aantal kuubs gestaag om begin jaren negentig even te stabiliseren rond 13 miljoen kuub (zie staatje).

Eind jaren negentig is de hoeveelheid toegenomen tot 23 kuub. Na 2000 trad een sterke toename op tot 35 miljoen kuub. Daarvan is 20 miljoen kuub aangevoerd voor ophoogzand op land en 15 miljoen voor kustsuppletie. De verwachting is dat de stijgende trend de komende jaren zal doorzetten.

Vooral voor grote infrastructurele projecten zijn nog enorme hoeveelheden zand nodig. Voor de tweede Maasvlakte gaat het om 400 miljoen kuub, voor de containerterminal in Vlissingen is vorig jaar een vergunning verleend voor 20 miljoen kuub. Het ministerie doet geen concrete voorspellingen over de hoeveelheden beton- en metselzand.

Momenteel gaat met slechts om enkele honderdduizenden tonnen per jaar die worden bijgemengd met zeer grof zand in de betonindustrie. Het teruglopende aantal winlocaties op land betekent vrijwel zeker een ommekeer aan de vraagzijde.

Gebruik van zeezand bij kunstwerken betekent wel een extra ontziltingsslag, maar dat kan tegenwoordig totdat er bijna geen spoortje zout is te vinden.

Het winnen van zand in vaargeulen is buitengewoon kosteneffectief. Het �bijproduct� levert voordeel op voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer. Ook die cijfers zijn explosief gestegen van rond de 2 miljoen kuub in de jaren zeventig en tachtig tot 12 miljoen kuub sinds halverwege jaren negentig.

Rijkswaterstaat wil diepere winning toestaan (beneden de 2 meter NAP) en ook vaker toestemming geven voor de aanleg van permanente depots. Bij kleinere winlocaties (beneden de 10 miljoen kuub en 500 hectare) kan de winner volstaan met een milieuonderzoek. Voor grotere locaties is een mer verplicht. Voor de winning is het toegestaan gebruik te maken van een sleephopperzuiger, winzuiger of steekhopperzuiger.

Reageer op dit artikel