nieuws

Illustere Hollandse stedendokter jubileert

bouwbreed Premium

rotterdam – Stedenbouwkundige Riek Bakker viert binnenkort haar zestigste verjaardag en het 10-jarige jubileum van BVR. Ze gaat het iets rustiger aan doen, maar houdt er niet mee op. “Ondanks de omslag in de politiek, blijven infrastructurele werken hoog op de agenda. Ik sta daar graag met mijn neus bovenop.”

Weerstand breken en bemiddelen. Het zijn de kwaliteiten waarmee stedenbouwkundige Riek Bakker in haar loopbaan heel wat innovatieve plannen wist te realiseren. Want, zegt ze, “Bij complexe projecten en infrastructurele veranderingen gaat het altijd om grote partijen met grote belangen die vaak haaks op elkaar staan. Dat vergt kneden en smeden en overtuigingskracht.”

Riek Bakker is in de afgelopen tien jaar als directeur van BVR, adviseurs stedelijke ontwikkeling, landschap en infrastructuur, bekend geworden als “de Hollandse stedendokter” of “regisseur van het veranderende Nederland.” Zelf zou ze niet zo gauw haar werk kunnen vangen in één titel. Bouwmanager, troubleshooter, adviseur, stedenbouwkundige?

“Wat wij bij BVR doen, bestond tien jaar geleden niet. Wij zijn meegegroeid met de behoeften van onze opdrachtgevers. Die zijn heel divers. BVR wordt er bijgehaald als complexe processen stagneren of in het slop dreigen te raken. Of die zo onoverzichtelijk groot zijn, dat het vraagt om een frisse buitenblik met een krachtige doorkijkvisie. Een ingewikkeld vraagstuk ontwarren, daar zijn we goed in.”

Weerstandbreker

Onlangs werd ze tijdens de feestelijke presentatie van het boek �BVR Nl regie en ruimte� ter ere van haar aanstaande zestigste verjaardag en het 10-jarige jubileum door Felix Rottenberg betiteld als de �nationale weerstandbreker�. Dit was bedoeld als een groot compliment: iemand die in staat is om als een soort bulldozer bestuurlijke muren te doorbreken, zodat er vaart komt in besluitvormingsprocessen. Zoals ze zelf vaak zegt: “Niet eindeloos rondkakelen en tijd vermorsen. Je moet de kunst verstaan van het onderhandelen, zodat je met z�n allen slagvaardig wordt.”

Bakker kent haar Nederlandse pappenheimers. Eigenzinnige bouwondernemers, weerbarstige belangenorganisaties, aarzelende politici die soms zoveel regels bedenken dat elke daadkracht sneuvelt in de bestuurlijke strooppot, en oeverloos rondpratende burgers op inspraakavonden. Ze heeft zich er in de afgelopen jaren altijd handig en autonoom tussendoor bewogen. Zoeken naar harmonie en bemiddelen tussen mensen, leerde ze al jong. Toen haar vader, hoofd van een groot gezin in Meppel, plotseling overleed, stond haar moeder er alleen voor. Als enig meisje temidden van zeven broers probeerde ze de �boel bij elkaar te houden�.

Ze zegt: “Bij zo�n ramp kunnen er twee dingen gebeuren. Of je zakt weg of je wordt er dapper van en zwengelt jezelf er overheen. Met mij gebeurde het laatste. Wat ik daaraan heb overgehouden – en dat komt me bij mijn werk te pas – is het bedrijven van psychologie. Om iets voor elkaar te krijgen moet je bij de één aardig zijn, en bij de ander juist op z�n tijd met de vuist op tafel slaan. Waar ik niet tegen kan is ruzie. Ik streef naar harmonie, het met z�n allen prettig hebben.”

Ze ging na haar eindexamen het huis uit om in Boskoop tuin- en landschapsarchitectuur te studeren. Weer zat ze als meisje tussen de jongens, en dat is altijd zo gebleven: haar werk is een mannenwereld, hoewel haar kantoor BVR in Rotterdam wordt bevolkt door opvallend veel vrouwen.

Maar voor haar is het verschil tussen mannen en vrouwen absoluut geen issue. Het gaat uitsluitend om kwaliteit. Met haar nuchtere stijl van communiceren en directe aanpak, inspireert ze haar werkrelaties tot handelen. Daarmee heeft ze zo�n beetje half Nederland helpen vormgeven en verbouwen. De inrichting van Nederlands grootste Vinex-wijk Leidsche Rijn, de herinrichting van het centrum van Helmond, de toekomstbestemming van de Veenkoloniën in Drenthe, de herinrichting van het oude Philipsterrein in Eindhoven, de inrichting van de Kop van Zuid in Rotterdam en Almere, de plannen voor een Zuiderzeelijn diagonaal door Nederland, de spoorzone bij Haarlem, Masterplan Almelo, het UCP rondom het station Utrecht -noem een drastische infrastructurele, stedenbouwkundige of innovatieve ruimtelijke ingreep of het draagt de stempel van Bakker.

Het gaat volgens haar altijd weer om hetzelfde basisprincipe: partijen binden en een proces op gang brengen dat ze �scheppend begeleid�. Maar, meent ze, er is in de afgelopen jaren wel wat veranderd. Ze noemt de bouwfraude-enquête, waarbij heel veel narigheid naar boven kwam. Hoewel ze ook realistisch constateert dat er niks nieuws onder de zon was. “Ook vroeger werd alles verdeeld zodat iedereen aan de bak bleef. In de jaren negentig liep het echter uit de hand omdat de overheid kolossale opdrachten gaf, terwijl de Europese regelgeving doordrong en grote onduidelijkheid veroorzaakte.”

En ze noemt als grote verandering de cultuuromslag in de politiek. Na de Paarse jaren van economische hoogconjunctuur kwam de ontnuchtering van Balkenende I en II. Pragmatisme en realisme, daar ging het opeens om. De politieke wisseling van de wacht ervoer zij als stedenbouwplanner aan den lijve. Bestuurlijk Nederland maakte pas op de plaats. Veel opdrachten vielen weg of werden op de lange baan geschoven. De economische dip maakte de verlamming compleet. “Het was opeens springtij”, zegt Bakker in haar werkkamer met uitzicht op de Nieuwe Waterweg.

“We kunnen nu constateren dat er een einde is gekomen aan een periode van bestuurders die groots en meeslepend projecten willen neerzetten. Dat begon allemaal in de jaren zeventig: met massieve masterplannen konden bestuurders sturing geven aan sociaal maatschappelijke ontwikkelingen. Stedenbouw en ruimtelijk ordening was het speerpunt van idealisten. Daar was helemaal niks mis mee. Ik heb daar zelf als directeur Stadsontwikkeling en later als directeur Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting in Rotterdam met veel plezier en succes sturing aan gegeven. Maar elke tijd creëert behoefte aan andere projecten. Nu is het beleid gericht op kleinschalig en korte termijn. Iedereen wil over vier jaar afgerekend kunnen worden op de beloofde prestaties. Deze mentaliteitsomwenteling had ook voor ons enorme consequenties. Onze werkwijze is juist gestoeld op de lange adem, op lange termijn veranderingen, op processen met een sociaal-maatschappelijke sturing.”

Het leidde ertoe dat BVR na tien vruchtvolle jaren dreigde kapot te gaan. Na lang wikken en wegen besloot ze dat een bedrijf dat al die tijd had gebloeid niet zomaar mocht ophouden. Er werd een tweede, inhoudelijke directeur – Hilde Blank – aangetrokken, zodat Bakker zich meer in het vrije veld kon gaan bewegen. Ze ging actief opdrachten werven, praten met alle fracties van de politieke partijen, met bestuurders en private partijen. “Ook wij moesten ons aanpassen. We moeten nu meer switchen tussen de wens om snel te scoren en de blijvende noodzaak tot structurele projecten op lange termijn. Er is minder behoefte aan grote, integrale plannen. Het gaat meer om een flexibele samenwerking tussen marktpartijen en de publieke sector. Om lokale netwerken tussen wonen, werken, mobiliteit en recreatie.”

Nota ruimte

Dat BVR een omslag heeft gemaakt richting het nieuwe pragmatisme blijkt vooral uit haar verrassend positieve houding ten aanzien van Dekkers Nota ruimte. Terwijl er in de kranten en op thema avonden breedvoerig wordt gediscussieerd over Dekkers plannen voor het Groene Hart voor de aanstaande vijftien jaar (“het laatste beetje groen wordt vogelvrij verklaard”, is doorgaans de strekking) meent Bakker klip en klaar “dat minister Dekker goed bezig is”.

Ze noemt het een verfrissing dat Dekker niet alles probeert te regelen en te controleren. “Ze gaat uit van een nauwe samenwerking tussen overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties in de regio. Het proces moet niet sterk van bovenaf worden gestuurd, maar juist van onderaf. De Rijksoverheid wordt de bewaker van de grote lijnen, de lagere overheden krijgen op hoofdlijnen meer bevoegdheden. Het idee is dat decentralisatie de dynamiek zal vergroten. Alle belanghebbenden moeten in een pril stadium van de besluitvorming meepraten over de grote lijnen. Ik vind dat getuigen van vertrouwen in lokale overheden. En er kan best wel wát af van het Groene Hart. We moeten gewoon erkennen dat het oude beleid niet heeft gewerkt. Ondanks strakke sturing vanuit Den Haag zijn er jaar in jaar uit stukjes grond opgesnoept via lobby�s tussen lokale bestuurders en projectontwikkelaars. Wat Dekker doet is het economisch belang in de gaten houden. En voor ons kantoor gaat het erom dat de motor van de ruimtelijke ontwikkeling blijft ronken.”

Bakker kan het niet nalaten haar stokpaardjes te berijden. “We moeten oppassen dat we de boot niet missen. Europa bepaalt onze toekomst. De regelgeving uit Brussel heeft meer invloed op onze ruimtelijke ordening dan Den Haag. We zouden veel meer geldstromen uit Brussel onze kant op moeten trekken. Onze positie in Europa is mede afhankelijk van de infrastructuur om ons heen. Met andere woorden: grote, grensoverschrijdende projecten zijn van levensbelang. Ik blijf daar graag met mijn neus bovenop staan.”

�Wat wij bij BVR doen,

bestond tien jaar geleden niet�

�Grote, grensoverschrijdende projecten

zijn van levensbelang�

Reageer op dit artikel