nieuws

Bouwproductie in 2004 stabiel

bouwbreed Premium

Zo te zien is de bouwproductie dit jaar nog niet aan een herstel toe. Wel lijkt de daling van de omzet gestuit. De vooruitzichten die het EIB aan het begin van 2004 presenteerde, wijken nauwelijks af van de meest recente berekeningen die zijn gemaakt. De nieuwbouw van woningen stevent af op een duidelijke toename, in het bijzonder in de nieuwbouw. De utiliteitsbouw raakt dit jaar nog verder in het slop, waarbij de vooruitzichten voor 2005 eerder duiden op een verdergaande krimp dan het omgekeerde. Alleen herstel en verbouw en onderhoud onttrekken zich aan de malaise.

In de grond-, water- en wegenbouw zijn de vooruitzichten niet veel anders. Een dalende productie in 2004 voor nieuwbouw en een redelijke stijging van de onderhoudsproductie. Onderhoud en verbetering deinen het minste mee op de golven van de conjunctuur.

De aandacht voor de kwaliteit van de voorraad is groot en de historie leert dat alleen in tijden van langdurige laagconjunctuur sterk in de onderhoudsbudgetten wordt gesneden. Na 2004 lijkt de weg omhoog weer aan te breken, met uitzondering van de utiliteitsbouw waar het herstel is voorzien in 2006.

De stagnatie in de bouwproductie wordt in vrijwel alle bedrijven gevoeld. Maar weinigen zullen zich kunnen onttrekken aan de door de conjunctuur gedicteerde beperking van de vraag. De mogelijkheden om vanuit bouwbedrijven de productie uit te breiden, zijn beperkt. Het karakter van de vraag brengt dat eenmaal met zich mee. De vraag naar uitbreiding van de voorraad manifesteert zich in de nieuwbouw van woningen. De uitbreiding tempert het effect van de negatieve economische omstandigheden. In de utiliteitsbouw ontbreekt deze schokbreker goeddeels, waardoor malaise in een deel van het bedrijfsleven een zeer sterke doorwerking op de productie heeft. De overheid ondervindt ook de gevolgen van de stagnatie in de groei en reageert daarop met bezuinigingen. Een procyclisch beleid derhalve.

In vroeger jaren egaliseerde de overheid via vraagvergroting nog wel eens de dalen in de bouwproductie. Overigens is de vraag van de rijksoverheid op de bouwmarkt niet meer dan een schimmetje op het totaal: in 2004 in totaal 1,7 miljard euro, waarvan slechts 250 miljoen euro voor het openbaar bestuur, 425 miljoen euro voor het onderwijs en 550 miljoen euro voor gebouwen voor gezondheidszorg. Het restant van de publieke u-bouw is feitelijk niet aan de overheid toe te rekenen. Let wel, het gaat hier om alle lagen van de overheid. De uitgaven voor gebouwen voor het openbaar bestuur zijn voor Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen. De hier genoemde getallen laten zien dat zelfs als de overheid de wens zou hebben een anticyclisch beleid te voeren, de mogelijkheden feitelijk ontbreken om wezenlijke invloed op de productieomvang in de bouw uit te oefenen.

Het EIB verwacht voor volgend jaar een verbetering van de productie over vrijwel de gehele linie. Naar verwachting zal dan ook de daling van het aantal arbeidsplaatsen stoppen en ombuigen in een licht groei. Er is geen reden om aan te nemen dat de vooruitberekeningen die wijzen op een herstel van de werkgelegenheid in de bouw tot een niveau in 2009 van weer bijna 490.000, zouden moeten worden bijgesteld. Gehoopt moet worden dat de actuele situatie in de bouw geen bres zal slaan in de beschikbare arbeid in de komende jaren.

De prognoses voor de economische ontwikkeling in de komende jaren worden allengs positiever. Wel blijft het herstel langer uit dan gehoopt en door sommigen verwacht. Hoe langer de stagnatie duurt, hoe meer kans op een herschikking in de bedrijfstak. Wie is er sterk genoeg om ook in krappe tijden op de been blijven? In hoeverre is de schaal van een bedrijf een voor- of een nadeel? Vooralsnog doen bedrijven over de gehele linie een stapje terug. Over een paar jaar zullen we zien of de dan weer groeiende productie door evenveel bedrijven als tot nog toe wordt gerealiseerd.

Reageer op dit artikel