nieuws

Bouw smaakvol product op het juiste moment

bouwbreed Premium

gaan we bouwen?

Ter vergelijking: zelfs tijdens het hoogtepunt van de Vinexbouw werden er in de provincie Zuid-Holland 15.500 huizen opgeleverd. En kijken we naar de cijfers van het eerste kwartaal van dit jaar dan stokt de teller van de bouwaanvragen voor heel Nederland op slechts 14.000 woningen. Kortom, er moet heel wat gebeuren om de bouwproductie omhoog te tillen.

De discussies over de Nota ruimte zijn inmiddels in alle hevigheid losgebarsten. NVB vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers is niet ontevreden over de uitgangspunten in het werk van minister Dekker.

Kiezen voor decentraal wat kan en centraal wat moet is een juist uitgangspunt. En ook gemeenten en provincies meer regietaken geven bij de ruimtelijke invulling is goed omdat zij nu eenmaal dichter bij het vuur zitten en beter weten waar wel en niet kan worden gebouwd. Tenslotte is ook het toestaan van bouwen voor eigen behoefte op het platteland een erkenning voor de vele dorpsgemeenten die hun gemeenschappen door vertrek van voorzieningen teloor zagen gaan.

Tot zover niets aan de hand. Meer moeite hebben wij als brancheorganisatie van ruim 200 middelgrote en grote professionele ontwikkelaars met de vraagtekens die de Nota ruimte oproept. In haar Nota ruimte laat minister Dekker er geen misverstand over bestaan dat tenminste veertig procent van de uitbreidingsbehoefte van woningen en arbeidsplaatsen moet plaatsvinden in binnenstedelijk gebied. Maar wat is precies binnenstedelijk en wat moeten wij verstaan onder het begrip uitbreidingsbehoefte? Wordt bijvoorbeeld het bebouwen van leegstaande fabrieksterreinen met woningen gezien als uitbreiding of vervanging?

Het lijkt zoeken naar spijkers op laag water maar het is van wezenlijk belang. Want als ons voorbeeld volgens minister Dekker vervangingsbouw betekent dan kunnen we onze borst wel nat maken. Want dan betekent het dat straks gauw 50 procent tot procent van de totale bouwproductie in binnenstedelijk geperst moet gaan worden.

Voor Zuid-Holland zou dat bijvoorbeeld betekenen dat er jaarlijks zo�n 13.000 woningen in binnenstedelijk gebied moeten worden gebouwd. Dat betekent dus bouwen in nóg hogere dichtheden, met nóg meer flats dan we feitelijk nu al bouwen en nóg meer verlies van openbaar groen in onze steden en dorpen, terwijl elk woonwensenonderzoek laat zien dat er naar appartementen en dergelijke �benauwde� locaties maar een begrensde vraag is.

De overheid wil graag de midden en hogere inkomens aan de stad binden, maar door zo�n beleid te voeren jaagt ze deze mensen juist de stad uit. Met als gevolg veel frustratie bij marktpartijen die graag consumentgericht willen bouwen, een blijvend lage bouwproductie en een tekortschietende doorstroming.

De enige manier om de bouwproductie en de doorstroming op gang te brengen is dat wát er wordt gebouwd in de smaak valt bij de consument. Het is eigenlijk heel simpel: een goed product op een goede locatie op het juiste moment en voor de juiste doelgroep verkoopt nog steeds goed, maar een bouwplan dat niet aan deze basisvoorwaarden voldoet, wordt onverbiddelijk afgestraft. Wij pleiten dus sterk voor consumentgericht bouwen. Dat betekent dus ook eengezinswoningen in een groene �setting� en patiowoningen voor senioren. Maar dergelijke woningbouw neemt wel iets meer ruimte in beslag en dat is iets waar met name onze landelijke overheid – op de huid gezeten door natuur- en milieuorganisaties – tamelijk allergisch voor is. Deze organisaties vinden dat Nederland al veel te vol is en dat er daarom in hoge dichtheden moet worden gebouwd. Eerst hebben zij naar onze mening dus gezorgd voor veel dichtbebouwde Vinex-wijken en nu hebben zij hun pijlen gericht op de bestaande wijken in Nederland.

Nu hebben deze wijken nog een gemiddelde woondichtheid van 25 woningen per hectare, maar als het aan de natuur- en milieuorganisaties ligt gaat dat straks ook naar de 30 woningen of meer. Leve de leefkwaliteit, maar niet heus. Vaak wekken de milieuorganisaties de indruk dat Nederland als we niet oppassen wordt volgebouwd.

Op dit moment is zo�n dertien procent van de oppervlakte van Nederland stedelijk. Dat wil zeggen bedekt met woningen en andere gebouwen, wegen en rails. Tot het midden van deze eeuw zal dit ruimtebeslag licht groeien tot minder dan 17 procent, om daarna te stabiliseren.

Wij hebben eens berekend wat het betekent als je de woningen heel dicht op elkaar bouwt (60 woningen per hectare) en wat ruimer bouwt (20 woningen per hectare) en het verschil blijkt nog geen één procent ruimtebeslag uit te maken in het midden van deze eeuw. En voor dát kleine verschil persen we ons straks dus boven op de buren, verarmt ons woon- en leefklimaat en lossen we het vraagstuk van de stagnerende bouwproductie nooit op.

Nico Rietdijk en Frits Nuss maken deel uit van de directie van de NVB, Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers in Voorburg.

info@nvb-bouw.nl

Leve de leefkwaliteit, maar niet heus

Reageer op dit artikel