nieuws

Spoedwetgeving planschadeovereenkomst

bouwbreed Premium

Tot vorig jaar mei werd aangenomen dat planschadevergoedingsovereenkomsten rechtens toelaatbaar waren. In het arrest Nunspeet/Mulder (HR 2 mei 2003, Gst. 2003, 102) werd door de Hoge Raad echter bepaald dat onder de huidige wetgeving geen ruimte is om planschade bij overeenkomst te verhalen op de projectontwikkelaar. Een planschadevergoedingsovereenkomst is een overeenkomst tussen een gemeente en […]

Tot vorig jaar mei werd aangenomen dat planschadevergoedingsovereenkomsten rechtens toelaatbaar waren. In het arrest Nunspeet/Mulder (HR 2 mei 2003, Gst. 2003, 102) werd door de

Hoge Raad echter bepaald dat onder de huidige wetgeving geen ruimte is om planschade bij overeenkomst

te verhalen op de

projectontwikkelaar.

Een planschadevergoedingsovereenkomst is een overeenkomst tussen een gemeente en bijvoorbeeld een projectontwikkelaar. In deze overeenkomst is vastgelegd dat in ruil voor de medewerking van de gemeente aan wijziging van een bestemmingsplan, de projectontwikkelaar de eventuele aansprakelijkheid voor planschadevergoedingen als gevolg van het gewijzigde bestemmingsplan, van de gemeente overneemt. Op deze wijze wordt derhalve eventuele planschade afgewenteld op de projectontwikkelaar.

De vrees bestond dat als gevolg van deze uitspraak, gemeenten planologische medewerking aan bouwactiviteiten weigeren, omdat zij niet de mogelijkheid hebben om de planschadekosten op de projectontwikkelaar te verhalen.

Om de hiermee verband houdende stagnatie van woningbouwproductie te voorkomen, hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Vereniging van Nederlandse Projectontwikkelaarsmaatschappijen (Neprom) en het NVB Vereniging voor Ontwikkelaars & Bouwondernemers, aangedrongen op spoedwetgeving.

Minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, heeft gehoor gegeven aan deze vraag en inmiddels is de tekst van het wetsvoorstel van het nieuwe artikel 49a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de memorie van toelichting, bekend geworden. De verwachting is dat dit wetsvoorstel in het najaar van 2004 in werking treedt. Het nieuwe artikel Artikel 49a luidt als volgt:

1. Voor zover schade die op grond van artikel 49 voor vergoeding in aanmerking zou komen, haar grondslag vindt in een besluit op een verzoek om ten behoeve van de verwezenlijking van een project bepalingen in een bestemmingsplan op te nemen of te wijzigen dan wel om vrijstelling te verlenen, anders dan bedoeld in artikel 31a of 31b, kunnen burgemeester en wethouders met de verzoeker overeenkomen dat die schade geheel of gedeeltelijk voor zijn rekening komt.

2. De verzoeker die een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid heeft gesloten, is belanghebbende bij een besluit van burgemeester en wethouders op een aanvraag om schadevergoeding op grond van artikel 49 terzake van de wijziging van het bestemmingsplan dan wel de verlening van de vrijstelling waarom hij heeft verzocht.

Kanttekening

Uit de memorie van toelichting volgt dat in dit artikel de mogelijkheid voor de gemeente is gecreëerd tot het sluiten van een planschadevergoedingsovereenkomst met de verzoeker. Voorts wordt hierin overwogen dat wanneer de planologische wijziging mede aspecten van het algemene belang dient, partijen bij hun overeenkomst een afspraak tot verdeling van de planschadekosten maken, en deze derhalve niet uitsluitend voor rekening van de verzoeker zullen komen.

Bij deze overweging kan een kritische kanttekening worden geplaatst. Het gevaar is immers reëel aanwezig dat tussen partijen, nadat de overeenkomst is gesloten en medewerking aan de planologische wijziging is verleend, discussie ontstaat of de toerekening van planschadekosten aan het algemene respectievelijk particuliere belang op een juiste wijze heeft plaatsgevonden. Indien in de praktijk, nadat het project is gerealiseerd, zou blijken dat met het project het algemeen belang meer wordt gediend dan bij het sluiten van de overeenkomst werd verwacht, zal de projectontwikkelaar kunnen betogen dat hij teveel aan planschadekosten heeft betaald. Alsdan zou de projectontwikkelaar met een beroep op de memorie van toelichting, een gerechtelijke procedure tegen de gemeente aanhangig kunnen maken teneinde het geld terug te vorderen met alle kansen van dien.

Voortraject

Een ander belangrijk aspect van het wetsvoorstel is dat de projectontwikkelaar op grond van het tweede lid van artikel 49a WRO, van rechtswege belanghebbende is bij de beslissing op verzoeken om planschade ex artikel 49 WRO met betrekking tot het op zijn verzoek genomen besluit tot planherziening of ontheffing ten behoeve van de verwezenlijking van een project. Dit betekent een versterking van zijn rol in het proces van schadevaststelling. Hiermee is vooral beoogd dat in het voortraject met de belangen van de verzoeker (projectontwikkelaar) rekening wordt gehouden. Daarna is het vooral het werk van de onafhankelijke deskundige schadebeoordelingscommissie dat de inhoud van het uiteindelijke besluit pleegt te bepalen, aldus de memorie.

Mr. E.A.M. Gerritsen

Advocaat bij Bierman AittonWaiboer Advocaten en Notarissen in Tiel wammes@baw.nl

Reageer op dit artikel