nieuws

Europese handel emissierechten staat in de startblokken

bouwbreed Premium

Wereldwijd hebben vele landen afgesproken de uitstoot van broeikasgassen (CO2) te verminderen. Dit is door een groot aantal landen vastgelegd in het Kyoto-protocol. In beginsel zal het emissiehandels-systeem onder Kyoto in 2008 van start gaan. Het betreft handel tussen landen. Omdat de Verenigde Staten bestrijden dat uitvoering van Kyoto zal helpen om de opwarming van […]

Wereldwijd hebben vele landen afgesproken de uitstoot van broeikasgassen (CO2) te verminderen. Dit is door een groot aantal landen vastgelegd in het Kyoto-protocol. In beginsel zal het emissiehandels-systeem onder Kyoto in 2008 van start gaan. Het betreft handel tussen landen.

Omdat de Verenigde Staten bestrijden dat uitvoering van Kyoto zal helpen om de opwarming van de aarde door minder uitstoot van broeikasgassen gunstig te beïnvloeden, is voor bekrachtiging van Kyoto onder het zogenaamde Kyoto-protocol de medewerking van Rusland gewenst. Rusland heeft nog niet getekend maar staat nog steeds welwillend tegenover Kyoto. De kans is derhalve groot dat Kyoto op 1 januari 2008 van start gaat.

Hierop vooruitlopend heeft de Europese Unie een Europese Richtlijn opgesteld inzake de handel in emissierechten die in 2003 in werking is getreden.

De Richtlijn moet de Europese handel in emissierechten vanaf 2005 mogelijk maken. Het gaat om emissiehandel tussen bedrijven. De bedoeling is om dit onder meer te realiseren via handel in emissierechten. Onder deze Richtlijn worden rechten op CO2 vervuiling uitgegeven aan bedrijven en bedrijven die teveel verontreinigen moeten rechten bijkopen of de uitstoot verminderen. Bedrijven die minder verontreinigen dan waarvoor rechten zijn toegekend, kunnen deze rechten reserveren voor toekomstige jaren of verkopen.

Het gaat om forse bedragen. De Europese handel in emissierechten gaat derhalve van start voor Kyoto. Doelstelling van het Europese systeem is echter de reductie van 8 procent uit het Kyoto-protocol. Hoe gaat het systeem in Europa werken? Bedrijven die onder de Richtlijn vallen, moeten vanaf 2005 een CO2-vergunning hebben om CO2 uit te mogen stoten. Hiervoor krijgen bedrijven een hoeveelheid emissierechten toegewezen op basis waarvan zij CO2 emissies mogen uitstoten.

Ingevolge bijlage I van de Richtlijn gaat het vooralsnog om de sectoren energieopwekking, raffinaderijen, ijzer, staal, kolen, cement, glas, keramiek, papier en kartonindustrie en om bedrijven met en verbrandingsinstallatie van 20 megawatt of meer.

Voordat de Europese emissiehandel van start kan gaan, dienen de lidstaten de Richtlijn te implementeren in hun nationale stelsels. In Nederland vindt dit plaats via een wijziging van de Wet milieubeheer (Wm). De Raad van State heeft reeds advies uitgebracht over het wetsontwerp. Een dezer dagen zal het wetsontwerp worden ingediend bij de Tweede Kamer.

Voor de uitvoering van het systeem van handelen in emissierechten wordt een zelfstandig bestuursorgaan ingesteld, de Nea. De Nea krijgt een aantal taken. De belangrijkste zijn het verlenen van de emissievergunning om CO2 te mogen uitstoten. Ook is het Nea belast met de uiteindelijke verlening van emissierechten aan bedrijven. Dit laatste is een uitvoerende taak omdat de toewijzing van emissierechten aan de betrokken bedrijven in handen is van de ministers van VROM en EZ die een nationaal allocatieplan opstellen. Het eerste allocatieplan geldt voor de periode 2005 – 2007.

De totale hoeveelheid toe te wijzen emissierechten is afgeleid van de Nederlandse Kyoto- doelstelling. Op basis hiervan reduceert Nederland zijn emissies van broeikasgassen in 2012 met gemiddeld 6 procent ten opzichte van het niveau uit het jaar 1990. In totaal mag de Nederlandse industrie 115.000.000,00 (mton) CO2 uitstoten in de periode 2005/2007.

In het conceptplan wordt in Nederland 94,1 mton aan ruim 206 installaties van de emissiehandel deelnemers toegewezen voor de periode 2005/2007. Aan de sector bouw wordt toegewezen 1,2 mton.

Omdat het ontwerp nationaal allocatieplan nog geen kracht van wet heeft, geldt voor de eerste periode een andere wettelijke basis. Toewijzing van de emissierechten geschiedt gratis (grandfathering). De hoeveelheid toe te wijzen emissierechten per bedrijf is gebaseerd op historische gegevens. Uitgegaan wordt van de gemiddelde emissies uit 2001 en 2002. Deze gegevens zijn door de bedrijven zelf opgegeven en vervolgens getoetst.

Ook wordt rekening gehouden met een correctie voor de verwachte jaarlijkse groei per sector. Bij deze correctie is rekening gehouden met reeds genomen maatregelen van bedrijven ter vermindering van hun uitstoot. Daarbij is aangesloten bij vrijwillige afspraken omtrent energie-efficiency, zoals het Convenant, Bench marking, het kolenconvenant en de Meerjarenafspraken.

De bedoeling is dat tegen toewijzingsbesluiten van emissierechten beroep in enige instantie wordt opengesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Op 1 januari 2005 gaat binnen Europa de emissiehandel van start. In bijna alle landen moet nog veel gebeuren op het gebied van implementatie en uitvoeringswetgeving. Op dit moment bestaan er nog veel juridische onzekerheden met betrekking tot de status van een aantal onderwerpen.

Experimenteel

De juridische praktijk zal worden geconfronteerd met een aantal vragen waarop een antwoord nog gevonden moet worden. Daarbij zal vrijwel zeker de eerste periode (2005-2007) worden beschouwd als een experimentele fase om ervaring op te kunnen doen met emissiehandel. Vanaf 2008 gaat de eerste periode dan van start onder het Kyoto protocol. De kans is groot dat het Europese emissiehandelsysteem tevens de basis zal vormen voor de wereldwijde systeem onder het Kyoto protocol vanaf 2008.

Reageer op dit artikel