nieuws

Nederland is écht groter dan Randstad

bouwbreed Premium

Na ruim tien jaar eindeloos debat en drie ministers van VROM die er weinig van bakten, is er weer een nota over de ruimtelijke ordening die de eindstreep in de Tweede Kamer dreigt te gaan halen. Minister Dekker heeft een Nota ruimte gemaakt. Dat is goed nieuws. Volgens Jaap Modder moeten aan zon nota twee eisen worden gesteld. De eerste is dat er een zekere urgentie voor moet zijn. En de andere is dat zon nota ook moet kunnen worden gevoerd.

Aan de eerste eis wordt in zekere zin voldaan. Over de gesneefde Vijfde nota ruimtelijke ordening van Jan Pronk werd wel gezegd dat het een oplossing was op zoek naar een probleem. Maar de economie komt Sybilla Dekker te hulp. Versterking van de concurrentiepositie van Nederland in Europa is de ratio voor deze nota.

De Vierde nota ruimtelijke ordening, die eind jaren �80 verscheen had ook een echt probleem: Nederland was in recessie (erger dan nu). Daarom moest de Vierde nota onze concurrentiepositie in Europa weer herstellen. En zo kwamen de mainports Schiphol en Rotterdamse haven op de agenda alsmede de zogeheten �achterlandverbindingen�, de snelle treinverbindingen naar Parijs en Duitsland. Europa was in die tijd kennelijk nog het achterland. Dekker is dus terug bij de probleemstelling van de Vierde nota. Kan de minister deze nota ook uitvoeren? Daar lijkt het nog helemaal niet op. Zeker, nationale ruimtelijke ordening is vooral verhalen vertellen over hoe Nederland mooi kan worden. Veel ontwikkelkracht, investeringsvermogen, is in Den Haag niet te vinden.

De volkshuisvesting is in de jaren negentig geprivatiseerd en het enige echte �spending department� in de ruimelijke ordening is het Ministerie van Verkeer & Waterstaat.

Handicap

De VROM-begroting zelf bestaat vooral uit overdrachtsuitgaven (huursubsidie). Bovendien kiest dit kabinet niet voor een anticyclische investeringsimpuls. De ambitie van de Nota ruimte, verbetering concurrentiepositie in Europa, moet het dus vooral van peptalk hebben.

De minister van VROM heeft verder de handicap dat de beperkte middelen voor de uitvoering van het ruimtelijk beleid niet op haar eigen begroting staan maar bij collega Peijs. Voor de hand zou dus liggen dat deze nota dan op zijn minst het kabinetsbrede kader zou moeten vormen voor ruimtelijk relevante investeringen van het rijk. Maar dat is, ook deze keer, niet gelukt. We zullen het dus voornamelijk met de visie van de minister moeten doen. En op die visie valt wel wat af te dingen. Het is in de eerste plaats alles Randstad wat de klok slaat.

Zeker, naast de Randstad worden ook vijf andere stedelijke netwerken genoemd. Maar ze staan teveel op afstand van het troetelkind Randstad. Daar wonen vijf van de zestien miljoen Nederlanders maar kennelijk vormen die 5 miljoen landgenoten de motor van economisch Nederland. Dat zal wel wat te maken hebben met het feit dat de meeste Haagse ambtenaren uit de Randstad komen, maar het blijft storend.

Het lijkt wel of de ontwikkelingen in Europa een beetje voorbij gaan aan Den Haag. In het Europese concurrentieveld zullen regio�s als Eindhoven, Maastricht, Twente en Arnhem-Nijmegen steeds meer betekenis krijgen. Zij liggen immers veel meer in Europa dan de perifere Randstad. Dat laatste is overigens een goede reden voor actieve steun voor de Randstad. Maar het eenzijdig mikken op de Randstad als enige motor is overdreven, gedateerd en ook riskant.

De liefde van minister en kabinet voor de Randstad gaat zelfs zover dat een magneetzweefbaan/hogesnelheidslijn van de Randstad naar Groningen belangrijker is geworden dan een serieuze hoge snelheidslijn naar Noord Rijn Westfalen (hsl-Oost). Die deelstaat is met 18 miljoen inwoners de belangrijkste handelspartner van Nederland. Hier wordt een belangrijke lijn uit de Vierde nota vergeten: het belang van de �achterlandverbindingen�.

De hsl-Oost is voor wat betreft het deel tussen Utrecht en Arnhem en tussen Arnhem en Oberhausen een boemel-traject met een navrant gebrek aan capaciteit. Daar gaat ook deze Nota ruimte opnieuw aan voorbij.

Heftiger

In algemene zin lijkt Europa in Den Haag nog altijd iets abstracts te zijn waar men weinig mee kan. Vergeten wordt dat er een metropool van tien miljoen mensen net over de grens bij Arnhem-Nijmegen ligt, het Ruhrgebied.

Vergeten wordt dat Europa, en dat wordt alleen maar heftiger, het nieuwe speelveld is waarop burgers actief zijn en waarop zowel samengewerkt als geconcurreerd moet worden. Dat betekent verbinden en onderscheiden. Dat betekent investeren in snelle lijnen naar Europa en het optuigen van krachtige regio�s, ook buiten de Randstad. Het vraagt om investeren in regio�s als Twente, Eindhoven, Maastricht en Arnhem-Nijmegen.

Bestuurskracht is een volgende conditie en niet te vergeten een adequate gereedschapskist. Beleid is immers niets zonder uitvoering. De opgaven in de regio Arnhem-Nijmegen zijn representatief voor wat er ook in andere regio�s nodig is. Het gaat in de eerste plaats om goede verbindingen met de buitenwereld.

Die buitenwereld is niet meer alleen Nederland. In de regio Arnhem-Nijmegen zijn het de snelle treinverbindingen met het Ruhrgebied en Frankfurt. Adequate verbindingen binnen de regio�s vragen daarnaast veel meer aandacht. In de regio Arnhem-Nijmegen betreft dat vooral de uitbreiding van Waaloverschrijdende verbindingen. Er doen zich grote knelpunten voor op de A50, tevens onderdeel van het nationale wegennet. Maar daarbij heeft Nijmegen een tweede stadsbrug nodig. Het bestaande railnet in deze regio vraagt om herontwikkeling. Dat moet leiden tot een stadsregionaal net dat de ruggengraat van de verstedelijking moet worden.

Voor het behoud van een internationaal concurrerende arbeidsmarkt is een hoog aandeel hoog opgeleiden van groot belang. Dat vraagt in onze regio om uitbreiding van centrumstedelijke milieus. Plannen daarvoor liggen klaar maar uitvoering vraagt om meer inzet dan van de regio alleen. Last but not least vraagt ook de ontwikkeling van het stedelijk buitengebied aandacht.

Minister Dekker herkent in haar nota de omslag die daar plaatsvindt maar verbindt het niet met een actieve opgave voor de ruimtelijke ordening. De Nota ruimte kan een succes worden. Maar dat vraagt meer dan het eenzijdig inzetten op de Randstad als nationale motor. Investeren in de stedelijke regio�s die dichter bij Europa liggen, is minstens even belangrijk (risicospreiding is een bijkomend argument).

Tekort

Een kabinetsnota met deze visie zou tevens de draaischijf moeten worden van de ruimtelijk relevante investeringen van de ministeries van Verkeer & Waterstaat, LNV, EZ en natuurlijk ook VROM zelf. Dat de minister weinig voelt voor inspraak op de nota is na tien jaar vruchteloos gepalaver en gepolder over nationale nota�s ruimtelijk beleid wel begrijpelijk.

Toch doet mevrouw Dekker zichzelf hiermee een beetje tekort. De kwesties die ze aan de orde stelt met haar nota, rechtvaardigen in ieder geval een kort en wat mij betreft scherp publiek debat op nationaal niveau. Dat moet en kan zij niet uit de weg gaan.

Jaap Modder is voorzitter van de regio Arnhem-Nijmegen (KAN)

modder@kan.nl

Dekker is terug bij de probleemstelling van de Vierde nota

Reageer op dit artikel