nieuws

Tienpuntenplan ONRI voor vernieuwing bouwsector

bouwbreed Premium

De bouwsector staat negatief in de belangstelling. Bij werkelijke vernieuwing van de bouw moet volgens Jan Coppes juist de kracht van de sector uitgangspunt zijn. De sector is opdrachtgevers én opdrachtnemers. Want de performance van de bouw is een collectieve prestatie; zowel daar waar het goed gaat als daar waar het faalt. De kracht van […]

De bouwsector staat negatief in de belangstelling. Bij werkelijke vernieuwing van de bouw moet volgens Jan Coppes juist de kracht van de sector uitgangspunt zijn. De sector is opdrachtgevers én opdrachtnemers. Want de performance van de bouw is een collectieve prestatie; zowel daar waar het goed gaat als daar waar het faalt.

De kracht van de sector ligt in de creativiteit om oplossingen te bedenken voor de vele maatschappelijke vraagstukken; in de combinatie van een analytische en praktische aanpak van problemen en in het vermogen tot een multidisciplinaire benadering en samenwerking. Hoe nu deze enorme positieve energie binnen de sector te mobiliseren om tot vernieuwing te komen?

Er zijn in de afgelopen jaren al veel verstandige dingen gezegd en geschreven over vernieuwing van de bouwsector, door AWT, ArTB en PSIB en onlangs in de nota �Perspectief voor de bouw�� van de ministeries van EZ, VROM en V&W. Als vertegenwoordiger van de advies- en ingenieursbureaus wil ONRI aanvullende voorstellen doen voor verbetering van het voorbereidende en ontwerpdeel van het bouwproces. Dit neemt niet weg dat onderdelen ook goed toepasbaar zou zijn op het hele bouwproces.

1 -Elk project is maatwerk Er bestaat niet zoiets als één algemene contractvorm voor alle bouwprojecten. Er zijn met de grote verscheidenheid aan contractvormen (van traditionele bestekken tot DBFMO) goede ervaringen opgedaan. De kunst en uitdaging is om voor ieder project de juiste contractvorm te selecteren.

2 -Brug tussen kennisvraag en kennisaanbod De kennisontwikkeling staat in Nederland op een hoog peil. Maar de kennis is erg versnipperd en veel te weinig toepassingsgericht. Als we Nederland willen positioneren als vooraanstaande kenniseconomie, moeten we deze kennis optimaal exploiteren. ONRI-bureaus kunnen bij uitstek die brugfunctie vervullen tussen de kennisvraag van hun opdrachtgevers en het aanbod van kennisinstituten, universiteiten en dergelijke. ONRI-bureaus handelen in de toepassing van kennis. Ze passen die toe in projecten van publieke en private opdrachtgevers, in Nederland en het buitenland. Dit biedt klanten de mogelijkheid het maximale uit de adviesmarkt te halen.

3 -Van risico afwentelen naar risicomanagement Ieder project heeft risico�s. Die moeten bij die partijen neergelegd worden, die ze het beste kunnen beheersen en verzekeren. Onbeperkte aansprakelijkheidseisen of risico�s neerleggen bij partijen die ze niet kunnen verzekeren is maatschappelijk gezien onverstandig.

4 -Nieuwe zakelijkheid voor iedereen Het aangaan van een zakelijke overeenkomst betekent accepteren dat alle partijen er beter van worden. De beste stimulans om tot een goed project te komen is een win-winsituatie voor alle partijen, met prikkels voor gezamenlijk zoeken naar oplossingen. Eenzijdige overeenkomsten lokken verkeerd gedrag uit.

5 – -Optimaliseer het totale project Bij het selecteren van een ingenieursbureau voor een project is het goed om te realiseren dat de kosten van het ingenieursbureau vijf tot tien procent uitmaken van de totale bouwsom. Voor de totale levenscyclus van het project zijn die kosten zelfs slechts twee tot drie procent. Kiezen voor het goedkoopste ingenieursbureau bespaart misschien twintig tot dertig procent op deze twee à drie procent. Een beter gekwalificeerd ingenieursbureau kan het project – over de hele levenscyclus – twintig procent goedkoper ontwerpen. Dat is een besparing van twintig procent over de resterende 97 à 98 procent!

6 – -De klant legt de lat De opdrachtgever bepaalt de kwaliteit van de gewenste dienstverlening. Om verschillende redenen, zoals beperkingen van budget, tijd en draagvlak, is dat niet altijd de kwaliteit die het ingenieursbureau gewend is te leveren. Het ingenieursbureau moet een beter gevoel ontwikkelen voor wat de klant – en de eindgebruiker die hij vertegenwoordigt – precies wenst.

7 – -Stimuleer samenwerking in de aanbodketen In een groot of complex project zijn vele aanbiedende partijen actief. Een betere communicatie tussen deze partijen voorkomt fouten, vertraging, budgetoverschrijding en onbegrip. Middelen en instrumentarium zijn beschikbaar; denk aan ICT als PAIS en VISI. Het zou helpen als opdrachtgevers hierbij het voortouw zouden nemen en de toepassing in projecten krachtig zouden bevorderen.

8 –Meer zielen zijn meestal niet meer vreugd Aanbesteding van een ingenieursdienst onder tien of zelfs twintig bureaus is commercieel én maatschappelijk onverantwoord. De totale offertekosten voor bureaus zijn dan vaak even groot als die van de totale opdracht. Bovendien is het prijsopdrijvend, want de voor niets gemaakte kosten moeten toch weer terugverdiend worden. Verder kost het beoordelen van grote aantallen offertes onnodig veel tijd, waar hoegenaamd geen meerwaarde tegenover staat.

9 – – -Maak dilemma�s bespreekbaar Gedragscodes zijn slechts het begin. We moeten een klimaat creëren, waarin dilemma�s rond integriteit bespreekbaar zijn tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Benoem de problemen, en bouw een structuur waarbinnen ze opgelost kunnen worden.

10 -Cultuurverandering Men schreeuwt om cultuurverandering in de bouw en zegt dat daar wel een generatie overheen zal gaan. Niet roepen, doen! Te beginnen bij de bouwopleidingen, nu! Daarbij moeten we alle ervaring met goed verlopen bouwprojecten snel verspreiden. Al het goede van de bouw is bijna overal al eens vertoond. (En anders is bekend hoe men het in het buitenland heeft aangepakt.) De goede voorbeelden zijn vaak nog te geïsoleerd zijn en te weinig bekend bij diegenen die het moeten weten. Er moet een olievlekwerking komen van deze best practices, zodat ze snel gemeengoed worden in de bouw.

Om tot een vernieuwing in de bouwsector te komen is een open en flexibele opstelling nodig, met respect voor elkaars standpunten. ONRI is bereid om mee te veranderen.

AUTEURSNAAM:Ir. J.G.A. Coppes

Voorzitter ONRI in Den Haag

De ONRI, Nederlandse Organisatie van Advies- en Ingenieursbureaus heeft een gezamenlijke omzet van vier miljard euro, waarvan één miljard in het buitenland. Nederland is wereldwijd de vierde exporteur van ingenieursdiensten.

ONRI-bureaus leveren met 25.000 personeelsleden (van wie 80 procent HBO+) specifieke technische dienstverlening.

Reageer op dit artikel