nieuws

Taboe op bouwen in buitengebied moet doorbroken

bouwbreed Premium

den haag – Bouwen in het buitengebied is goed mogelijk als de plannen kwaliteit uitstralen. Dit zegt algemeen secretaris B. van de Klundert van de VROM-Raad. “En kwaliteit definieer je door erover te praten, door concurrentie tussen bijvoorbeeld architecten te organiseren.”

De VROM-Raad, een adviesorgaan van de regering, is de afgelopen maanden het land in geweest om vijf debatten te organiseren over Buiten Bouwen. De raad bereidt nu een advies voor aan de minister.

Duidelijk is dat het taboe dat op bouwen in het buitengebied kleeft, moet worden doorbroken. “Het mag best mogelijk worden nieuwe dorpen te bouwen, als de kwaliteit maar hoog in het vaandel staat, en niet de contingenten”, aldus Van de Klundert.

Die nadruk op visie en kwaliteit zal de VROM-Raad ook in haar advies over buiten bouwen benadrukken. Hij hoopt dat dit ook zal doorklinken in de Nota Ruimte, die binnenkort verschijnt.

Eén van de uitgangspunten van deze nota is het kabinetscredo �decentraal wat kan, centraal wat moet�. Provincies, de stedelijke regio�s van de Kaderwetgebieden en gemeenten krijgen meer mogelijkheden om zelf de ruimtelijke ordening te regelen.

De VROM-Raad komt binnenkort met een advies over ontwikkelingsplanologie. Hierin zal worden ingegaan op de mogelijkheden om op creatieve wijze kwaliteit te bevorderen. “Als een overheid weinig financiële middelen heeft, kan ze van de grondopbrengst iets afromen om dat vervolgens in te zetten voor een versterking van het lokale of regionale gebied”, licht Van de Klundert toe.

In het nieuwe ruimtelijke ordeningsbeleid gaat het er niet meer alleen om wat niet mag, maar om wat mogelijk is. Van de Klundert: “Wat betreft buiten bouwen moet dat gebeuren op basis van een visie, die is neergelegd in landschapsplannen en structuurplannen.”

Richtlijnen

Maar in het nog meer decentraliseren van regelgeving schuilt naar zijn mening ook een groot gevaar, namelijk dat van het individuele belang. “Gemeentebestuurders zitten dicht op de bevolking, waardoor ze een druk voelen om tegemoet te komen aan de wensen van een individuele burger. Even een woning regelen voor de zoon van die zielige vrouw bijvoorbeeld. Dat is begrijpelijk. Daarom moeten die bestuurders worden ondersteund in het �kwaliteitsdenken� door ze van Rijkswege richtlijnen te geven.”

Gebeurt dat niet, zo waarschuwt Van de Klundert, dan dreigt inderdaad die verrommeling in het buitengebied en aantasting van het landschap waar iedereen zo bang voor is.

De vijf regiodebatten hebben de VROM-Raad bevestigd dat elke regio kampt met eigen problemen en derhalve vraagt om een eigen aanpak. Van de Klundert: “In Friesland gaat het bij buiten bouwen vooral om het versterken van de bestaande dorpen, om de economische en sociale impuls. Hier zou je ook geen nieuwe dorpen moeten bouwen omdat dan de bestaande kernen worden leeggezogen, terwijl dat in Brabant juist wel weer mogelijk is.”

De “typische Brabantse identiteit” is er volgens Van de Klundert debet aan dat het eindeloos aanbreien uit den boze is. “Mensen willen de grens van een dorp snel kunnen bereiken. Een nieuw dorp bouwen kan hier dus wel passend zijn.”

Een sleutelbegrip is naar mening van Van de Klundert schaarste. “Neem het provinciale beleid �Ruimte voor ruimte�. Wie in bijvoorbeeld Brabant een stal sloopt, krijgt ergens anders een bouwkavel terug. Die kavels zijn waardevol omdat er schaarste is, wat vervolgens weer gunstig is voor de onderhandelingspositie van de overheid. Maar in Friesland moet je weer geen schaarste creëren.”

Elke regio kampt met eigen problemen

Reageer op dit artikel