nieuws

Overbouwing Wilhelmina toont afstandelijkheid

bouwbreed Premium

amsterdam – De Vereniging Pakhuis Wilhelmina en de Ontwikkelings Combinatie Nieuw Amerika (OCNA) staan tegenover elkaar. De huurders van het voormalige pakhuis in Amsterdam verzetten zich tegen de overbouwing van hun huisvesting. Zij verliezen hun daglicht en vinden de situatie brandgevaarlijk. Aan de andere kant kunnen de toekomstige huurders van de appartementen hinder ondervinden van het werk in de ateliers. De conflictsituatie is kenmerkend voor de afstandelijkheid van deze tijd, vindt een filosoof.

De problemen zijn voorspelbaar. De huurders van Pakhuis Wilhelmina hebben weliswaar �gewonnen� bij de voorzieningenrechter, die nader onderzoek heeft gelast naar de brandveiligheid van de overbouwing. Gevreesd wordt een �schoorsteeneffect� in de nauwe ruimte tussen de twee gebouwen, waardoor brand in het pakhuis via de gevel zou kunnen overslaan naar het dak. Bewoners van de appartementen zouden dan niet kunnen vluchten, noch door de brandweer in veiligheid kunnen worden gebracht.

Dat leek de voorzieningenrechter plausibel. De aannemer mag van hem doorgaan met bouwen tot de goothoogte van het pakhuis, maar mag slechts verder bouwen als uit een nieuw rapport blijkt dat de brandveiligheid is gewaarborgd. Dat rapport zal er ongetwijfeld komen. OCNA heeft reeds opdracht gegeven aan bureau Nieman om de situatie nader te onderzoeken. Wellicht moeten wat aanpassingen plaatsvinden, zoals het aanbrengen van een sprinklerinstallatie.

Dat neemt de conflictueuze situatie tussen de huurders van het Pakhuis Wilhelmina en de toekomstige bewoners van de appartementen echter niet weg. Om het ontstaan daarvan te begrijpen moet men de historie van het bouwterrein kennen.

Jano van Gool, woordvoerder van de Vereniging Pakhuis Wilhelmina, geeft een toelichting: “Voorheen was dit een desolaat havengebied, ten oosten van het Centraal Station. De havenfunctie is sinds de jaren zestig verplaatst naar het westen van Amsterdam. Ik ben in 1988 naar Pakhuis Wilhelmina gekomen. Het is in 1997 door de centrale gemeenteraad van Amsterdam aangewezen als �broedplaats� voor kunstenaars en startende bedrijven.”

De Stichting Pakhuis Wilhelmina (niet te verwarren met de Vereniging van huurders) heeft het gebouw voor de symbolische som van één gulden in eigendom verkregen van het Grondbedrijf van de gemeente Amsterdam. De grond is in erfpacht uitgegeven. De Stichting heeft het pakhuis vervolgens laten verbouwen en renoveren. Daarbij is geen rekening gehouden met de toekomstige overbouwing, hoewel de Stichting wel heeft getekend voor het gedogen van en het meewerken aan een overbouwing.

De toelichting van Van Gool wijkt niet wezenlijk af van die van ir. P.J.M. Jonkergouw en B. Tervoort, projectleider respectievelijk hoofdopzichter van Ymere uit Amsterdam, ontstaan uit het Woningbedrijf Amsterdam en de Wonen Voor Allen (WVA). Ymere is de partner van OCNA die het meest betrokken is bij de bouw van het appartementengebouw Chicago. De andere partners zijn Johan Matser Projektontwikkeling en Woningcorporatie het Oosten.

Jonkergouw: “De gemeente was bereid van het pakhuis een �broedplaats� te maken en heeft het gebouw voor een laag bedrag aan de Stichting Pakhuis Wilhelmina verkocht. De gemeente en de Stichting wisten wat er ging gebeuren: Chicago zou gedeeltelijk over het Pakhuis Wilhelmina heen worden gebouwd. Er is overleg geweest, het ontwerp heeft verschillende stadia doorlopen.” Jonkergouw vindt dat beide plannen tegelijk hadden moeten worden ontwikkeld. De gemeente heeft de touwtjes in handen gehad, maar onvoldoende voorwaarden aan het pakhuis gesteld. De Stichting Pakhuis Wilhelmina had de huurders wellicht beter moeten informeren.

Topje van ijsberg

Het is een eigenaardige toestand. Noch de eigenaar en huurders van Pakhuis Wilhelmina, noch de bij de bouw van appartementengebouw Chicago betrokken partijen zijn gelukkig met de conflictsituatie. Bovendien zijn de kosten per woning van de overbouwing zeer hoog. Desondanks is het jarenlange proces van voorbereiding en uitvoering gewoon doorgegaan.

“Dit heeft iets te maken met onze samenleving”, vindt drs. J. Flameling van het Filosofisch Bureau Ataraxia in Amsterdam. “Het sociale proces ontbreekt. Ik heb Van Gool eens gevraagd: �zijn jullie wel eens met elkaar om de tafel gaan zitten�? Nee, was het antwoord. Als mediator zou ik vervolgens vragen: �denken jullie niet dat het komt doordat jullie je volgens een bepaald patroon gedragen, met deze situatie als resultaat?� Dan komen zij er zelf achter, dat in onze samenleving afstandelijkheid is ontstaan. Dat te veel naar regels wordt gekeken, of naar het ontbreken daarvan. Maar het gaat niet alleen over regels, het gaat ook over mensen!”

Flameling wijst erop dat regels voor verschillende duiding vatbaar zijn. “De vraag is of ze rechtvaardig worden toegepast. Ik vind het verlenen van een bouwvergunning in dit geval merkwaardig. Het oordeel van de rechter is ook merkwaardig, want het bouwproces zal niet stilstaan bij de dakgoot. Het is naïef als de rechter denkt, dat de partijen dan opeens wel aan tafel gaan zitten.”

Volgens de filosoof is het ook vreemd dat een ambtenaar vergunning heeft verleend op grond van het ontbreken van regels voor een situatie, die hij of zij heeft moeten zien aankomen. “De vraag is: waarom doen mensen in concrete situaties wat ze doen, waarom denken ze dat ze het goed doen en dat ze het beoogde zullen bereiken? Ik kan me voorstellen dat aan de ene kant de ambtenaar en de rechter gedacht hebben: �dit is een prachtig plan, het moet doorgaan, in dat kraakpand zitten slechts wat kunstenaars�. Ik kan me voorstellen dat aan de andere kant de kunstenaars vooroordelen hebben over de projectontwikkelaar.” Beide partijen lijken onvoldoende moeite te hebben gedaan om als goede buren met elkaar om te gaan.

Afstandelijkheid

“Misschien gaan procedures tegenwoordig sneller dan mensen”, veronderstelt Flameling. “En wellicht zijn er zoveel mensen bij zulke projecten betrokken, dat zij geneigd zijn maar geen rekening meer met elkaar te houden. Er is sprake van een proces van afstandelijkheid.”

Het resultaat van deze handelwijze is meestal niet zichtbaar, maar in de renovatie van Pakhuis Wilhelmina en de overbouwing van Chicago wordt het wel werkelijkheid. Het heeft praktische gevolgen. Jonkergouw van Ymere: “De toekomstige huurders van de appartementen moeten ondertekenen dat ze zich bewust zijn dat mogelijk hinder kan ontstaan door de werkzaamheden in het pakhuis. Als het nodig is, kan de Milieudienst Amsterdam bemiddelen.”

De huurders van Pakhuis Wilhelmina bereiden zich ook op de situatie voor. Van Gool: “Als er een ruimte vrijkomt krijgen mensen die al in het pand zitten voorrang. We zullen er toch mee moeten leven.” Hij hoopt nog dat de overbouwing niet door zal gaan, maar de kans daarop lijkt klein. De bouwmassa�s zullen elkaar bijna raken, maar de afstand tussen de mensen blijft groot.

Partijen tonen begrip voor elkaar

maar vinden geen oplossing

Reageer op dit artikel