nieuws

Orders en weer zitten bouw tegen

bouwbreed Premium

amsterdam – Een op de drie bouwbedrijven heeft in februari stagnatie ondervonden in het onderhanden werk. Dat blijkt uit de maandelijkse conjunctuurmeting van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB). De Amsterdamse economen verrichtten het periodieke onderzoek onder ruim vierhonderd hoofdaannemers in opdracht van de Europese Commissie.

De helft van de hoofdaannemers wijt de stagnatie aan het uitblijven van orders. Een groep van 14 procent wijst het slechte weer als oorzaak aan. In januari waren het moeizaam verwerven van nieuwe orders en de weersomstandigheden ook al de belangrijkste stagnatieoorzaken.

Het onderhanden werk wordt in verhouding tot de omvang van het bedrijf per saldo door meer bedrijven (31 procent) als klein beschouwd. Slechts 6 procent zegt het als groot te beoordelen. Van de bedrijven geeft 63 procent aan het onderhanden werk normaal te vinden.

Ook de verwachtingen van de bouwbedrijven over de ontwikkeling van het prijsniveau zijn negatief. Een maand geleden waren de bedrijven per saldo nog positief over de te verwachten prijsontwikkeling. Eind februari verwachtte 4 procent van de bedrijven een stijging van de afzetprijzen.

Een groep van 7 procent daarentegen stelt zich in op een daling. In de b&u is het aandeel bedrijven dat een prijsstijging verwacht, even groot als het aandeel bedrijven dat een prijsdaling verwacht (beide 4 procent). Voor de gww geldt dat slechts 2 procent een stijging van de prijzen verwacht, terwijl 18 procent een daling voorspelt.

In de gww zijn de vooruitzichten nog altijd het meest negatief. Dit geldt ook voor de verwachte personeelsontwikkeling. In 29 procent van de directiekamers heerst de verwachting dat de personeelsomvang zal afnemen. Ook in de b&u verwachten per saldo meer bedrijven in personeelsomvang af te nemen dan toe te nemen. Het percentage dat een inkrimping van het personeelsbestand verwacht, ligt hier met 15 procent echter een stuk lager.

Eind februari nam de omvang van de orderportefeuille in zowel de burgerlijke als utiliteitsbouw met 0,1 maand licht toe tot 7,4 maanden. In de grond-, water- en wegenbouw is de omvang van de orderportefeuille gelijkgebleven aan die van vorige maand (4,2 maanden). De orderportefeuille in de gww schommelt al sinds februari vorig jaar rond dit niveau. In de subsector wegenbouw is de omvang van de orderportefeuille toegenomen met 0,3 maand. In de grond- en waterbouw echter nam hij af met 0,3 maand. De omvang van de orderportefeuille in de bouwnijverheid bedroeg in februari – evenals de afgelopen twee maanden – 6,7.

Reageer op dit artikel