nieuws

Stadslab effent hobbels en diepe kuilen

bouwbreed Premium

rotterdam – Hobbels en valkuilen zijn onlosmakelijk verbonden aan stedelijke vernieuwing. Om die in kaart te brengen, werkt KEI Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing, met het Stadslab.

Stadslab is een panel met deskundigen dat het stedelijke vernieuwingsproces binnen een bepaalde gemeente onder de loep neemt.

Een stad opknappen doe je niet zomaar, weet E. Agricola, directeur van het in Rotterdam gevestigde KEI Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing. Ze noemt de problemen legio. Te hoge ambities van gemeentebesturen, stroef verlopende onderhandelingen tussen corporaties en projectontwikkelaars of leidinggevenden die onvoldoende leiderscapaciteiten bezitten om de opknapbeurt van een wijk van de grond te krijgen. En dat zijn dan nog maar een paar van de addertjes onder het gras.

“Het werkt heel verhelderend om onafhankelijke deskundigen hun mening te vragen over de manier waarop je het stedelijke vernieuwingsproces aanpakt. Zij hebben een frisse kijk op de zaken en kennen de problemen veelal uit eigen ervaring. Wij leveren zulke experts in onze Stadslabs. Zo�n panel kan bijvoorbeeld bestaan uit een projectontwikkelaar, de directeur van een corporatie en een architect.”

Participanten

Kei Kenniscentrum Stedelijke Vernieuwing is een onafhankelijk bureau waarin 190 publieke en private partijen samenwerken. Hierin kunnen gemeenten zitten, ministeries, projectontwikkelaars en advies- en architectenbureaus.

Voor hen fungeert de organisatie als vraagbaak en kenniscentrum. Andere geïnteresseerden kunnen gebruikmaken van de website (www.kei-centrum.nl), die de meest uiteenlopende gegevens bevat over stedelijke vernieuwing. Variërend van basale informatie tot en met gedetailleerde verslagen van hoe specifieke gemeenten te werk zijn gegaan.

Voor de deelnemers zijn in de loop der jaren ruim tien Stadslabs gehouden in onder meer Groningen, Den Haag en Amersfoort.

“Een gemeente die een Stadslab in huis wil halen, moet natuurlijk niet bang zijn anderen een kijkje in de keuken te gunnen”, stelt Agricola.

“In de eerste plaats geef je het panel van het Stadslab inzage in de manier waarop de stedelijke vernieuwing wordt vormgegeven. En daarnaast publiceren wij de bevindingen op onze website zodat ook anderen er hun voordeel mee kunnen doen.”

Voor veel gemeenten wegen de voordelen van een Stadslabsessie zwaarder dan de mogelijke nadelen van openbaarmaking, zo is de ervaring van Agricola.

Doeltreffend

“Weliswaar duurt een Stadslab slechts een dagdeel, meestal een middag, niettemin kan in die betrekkelijke korte tijd de vinger op de zere plek worden gelegd. En kunnen adviezen worden gegeven over hoe het stedelijke vernieuwingsproces doeltreffender gestalte kan krijgen. Bijvoorbeeld doordat het panel aan de directeur van een corporatie tips geeft hoe hij effectief met projectontwikkelaars kan omgaan.”

Een jaar na het Stadslab wordt desgewenst een tweede sessie gehouden. Agricola: “Resultaten worden besproken en de deelnemers krijgen nieuwe tips. Onze werkwijze levert goede resultaten op. Het Stadslab wint dan ook aan populariteit. Het liefst zouden we elke twee maanden ergens met een panel naar toe willen gaan. Ik hoop dat het in de toekomst zover komt.”

Reageer op dit artikel