nieuws

SEV krijgt weinig duidelijkheid over nieuwe Woningwet

bouwbreed Premium

rotterdam – Geeft de vernieuwing van de Woningwet concrete voor- of nadelen aan consumentgericht bouwen? Bij de SEV is daarover weinig duidelijkheid te krijgen, al doet de publicatie Flexibel gunnen in eerste instantie anders geloven.

Soepelheid vragen van de vergunningverlener is weliswaar een sympathieke oplossing, maar wel een die een wettelijke status ontbeert en dus risico�s inhoudt.

Projectontwikkelaars willen zowel ontwerpers als toekomstige bewoners van hun projecten zo lang mogelijk keuzevrijheid bieden. Immers, de moderne woonconsument eist terecht invloed op het bouwproces en dat gaat heel wat verder dan de kleur van de tegels in het toilet.

Neen, over vorm, indeling en afwerking van de woning kan de woonconsument soms heel eigenzinnig denken en dat vaak tot in een laat stadium van de bouw.

Bij demonstratieprojecten met industrieel Flexibel Bouwen (IFD) wordt getracht om de gewenste ruimte tot wijziging in te bouwen. Ontwerpende en uitvoerende partijen raken daar steeds beter op ingespeeld.

Maar hoe zit het vervolgens met de overheid. Als maker van wetten en verlener van vergunningen kan die behoorlijk dwars liggen. De Wet ruimtelijke ordening, het Bouwbesluit, de gemeentelijke bouwverordening en de Woningwet lijken een flexibel bouwproces in de weg te staan. De vergunningverlener wenst al duidelijkheid, terwijl de uiteindelijke koper of huurder nog helemaal niet in beeld is.

Bij flexibel gunnen moet gedurende het bouwproces veel meer speelruimte overblijven, zonder dat daarvoor de wettelijke grenzen worden omgebogen. Maar dat vraagt in de praktijk om soepele vergunningverleners.

Nu zijn die bij gemeentelijke bouwdiensten en zelfs bij welstandcommissie wel te vinden, maar aangezien soepelheid geen wettelijke status heeft, zal de echte flexibiliteit toch moeten worden gevonden in de regelgeving zelf.

Gelukkig bieden Woningwet en Bouwbesluit daartoe enkele interessante mogelijkheden, aldus de SEV.

Voor een grotere flexibiliteit zorgen bijvoorbeeld de getrapte vergunningsaanvraag van de nieuwe Woningwet en de vrije indeelbaarheid volgens het nieuwe Bouwbesluit. Ook de forse uitbreiding van het aantal vergunningvrije bouwwerken en het vervallen van �ouderwetse� regeltjes draagt er aan bij.

Volgens de SEV kan ook een grote mate van flexibiliteit worden bereikt, doordat bij de aanvraag van een bouwvergunning van bepaalde onderdelen de detailtekeningen later mogen worden ingediend. Zo kunnen tot drie weken voor de feitelijke bouw van het betreffende onderdeel nog wijzigingen of aanvullingen worden doorgevoerd.

Toch blijkt in de praktijk dat vaker wel dan niet vergunningen moeten worden aangevraagd voor soms kleinschalige wijzigingen of al langer bekende en goed gedocumenteerde uitbreidingen. Uit vier in de SEV-publicatie �Flexibel gunnen� besproken IFD-demonstratieprojecten blijkt het gemeentelijke hemd in de meeste gevallen nader dan de rok.

Over late aanpassingen binnen in de woning wordt vaak niet moeilijk gedaan, maar zodra het om de buitenzijde gaat treden allerhande �ouderwetse� reflexen in werking.

Door die reflexen moest bijvoorbeeld bij een wild wonen-project in Almere uiteindelijk voor elk van de achttien in concept gelijkwaardige woningen een aparte bouwvergunning worden aangevraagd.

Ander voorbeeld: bij een zogenaamd bouwdoosproject op de Vinex-locatie Rotterdam Nieuw Terbregge werden de funderingen voor toekomstige uitbreidingen standaard aangebracht. Toch zullen de bewoners straks voor hun uitbreiding opnieuw een vergunning moeten aanvragen.

Zeer positief scoorde bij dit project de flexibiliteit die ontstond door de getrapte vergunningsaanvraag.

Reageer op dit artikel