nieuws

Repareren van overheidsbeleid doen we niet

bouwbreed Premium

gouda – Een vrijwel geheel vernieuwde werkgeversdelegatie gaat vanaf woensdag de cao-onderhandelingen in. Als het aan voorzitter Bertil Bolwijn ligt, is er voor 1 april een akkoord. “Op 31 maart loopt deze cao af, dan moet er een nieuwe zijn.”

Het optimisme van Bolwijn staat in schril contrast tot de zaken die Bolwijn wil realiseren. Alleen al de afschaffing van de automatische prijscompensatie (apc) en zijn opmerking geen kabinetsbeleid te willen compenseren, zullen aanleiding geven tot de nodige discussies tussen de cao-partijen.

Toch vindt hij het niet meer dan logisch. Bij de prijscompensatie wordt achteraf gekeken wat de stijging van de consumentenprijzen is geweest en vervolgens de loonstijging berekend op basis daarvan. “Wat werkgevers willen is zekerheid. Er zijn nauwelijks meer sectoren waar de apc nog bestaat. Vaak wordt gezegd dat het voor ons toch niet uitmaakt omdat wij gestegen prijzen vergoed krijgen via de risicoregeling. Die wordt momenteel echter vaker niet dan wel toegepast.”

De onderhandelingen voor deze bouw-cao staan uiteraard geheel in het teken van het najaarsakkoord. Dat heeft zo zijn voordelen, omdat de loonstijging al bekend is, nul, maar ook zijn nadelen. In de eerste plaats omdat de bouwbonden al in een vroeg stadium hebben aangekondigd de negatieve gevolgen van het kabinetsbeleid te willen compenseren via de cao. “Wij repareren geen overheidsbeleid”, klinkt het uit de mond van Bolwijn.

Later komt een kleine nuance als het gaat over de stijgende ziektekostenpremies. “Natuurlijk. Als je als bedrijf je werknemers aan goedkopere aanvullende verzekering kunt helpen door een collectief contract af te sluiten, dan moet je dat zeker doen. Maar ervoor betalen, dat niet.”

Het past in de filosofie van de werkgeversonderhandelaar ervoor te zorgen dat er geen dure cao komt. “In de primaire sfeer liggen er afspraken in het najaarsakkoord. Waar we voor op moeten passen, is dat we via de secundaire arbeidsvoorwaarden niet toch toegaan naar een loonsomstijging van een paar procent. Dat kan niet.”

Het hoeft volgens hem ook niet. “Het gaat niet altijd om geld als je het hebt over zaken als arbeidsomstandigheden of modernisering van de cao. Heel vaak kunnen zaken geregeld worden met behulp van bestaande geldbronnen die anders ingezet worden.”

Een goed voorbeeld vindt hij het aanvullingsfonds ww, waaruit nu nog de eindejaarsuitkering aan wao�ers uit wordt betaald. “Niemand kon mij zo vertellen wanneer dat fonds opgericht was en waarom. Ongetwijfeld zullen er goede sociale motieven aan ten grondslag hebben gelegen, maar gelden die nu nog? Mijn voorstel zou zijn om een deel van dat fonds te gebruiken voor de reïntegratie van wao�ers. Daar hebben die mensen meer aan dan aan een uitkering”, is Bolwijns� overtuiging.

Juist omdat er over de primaire arbeidsvoorwaarden nauwelijks discussie mogelijk is, is wat hem betreft er tijd rijp om de modernisering van de cao verder gestalte te geven. De afgelopen jaren zijn er wat proeven bij bedrijven gedaan met cao�s à la carte, bijvoorbeeld het ruilen van geld voor vrije tijd. Op die voet wil hij verdergaan en daarmee ook het arbeidsvoorwaardenbeleid verder decentraliseren naar bedrijfsniveau en individualiseren op het niveau van de werknemer.

Zo biedt het akkoord in de Stichting van de Arbeid ruimte voor eenmalige uitkeringen aan werknemers. “Wij vinden dat zoiets dan niet op bedrijfstakniveau zal moeten, maar op bedrijfsniveau.” Het heeft alles te maken met een enquête die het AVBB onder zo�n 600 bedrijven heeft gehouden. Daaruit komt naar voren dat de omzetverwachtingen van de ondernemers slecht zijn, niet alleen voor 2004, maar ook voor 2005.

Het geeft voor Bolwijn aan dat prioriteiten liggen bij het op peil houden, liefst nog verbeteren van de rendementen van bedrijven en verhoging van de arbeidsproductiviteit.

Verder is er nog een punt dat wat hem betreft zeker opgelost moet worden, de reisuren, het onderwerp van staking tijdens de vorige onderhandelingen. “Nog steeds wordt die regeling door menig aannemer onrechtvaardig gevonden. Wij vinden dat dit onderwerp niet in de cao geregeld moet worden, maar op ondernemingsniveau”, zegt Bolwijn.

Ondanks alle problemen en de geringe financiële ruimte, is hij vol vertrouwen over de onderhandelingen. “Wij streven naar een langlopende cao. Dat geeft zekerheid. Mocht dat niet lukken, dan zal het een kortlopende worden. Daar kunnen we zo uit zijn. We (Bolwijn en zijn FNV-Bouw-opponent en eveneens nieuweling voor de bouw-cao John Kerstens) hebben inmiddels aan elkaar kunnen snuffelen. Ik heb de indruk dat er goed te praten valt”, besluit Bolwijn.

�Wat werkgevers willen is zekerheid�

Reageer op dit artikel