nieuws

Handen uit de mouwen

bouwbreed Premium

Hoe voorkomen we dat Nederland in ruimtelijk opzicht verder verrommelt? Of positiever: hoe zorgen we ervoor dat het land aantrekkelijk blijft en aantrekkelijker wordt voor bewoners en bedrijven? Dat is de kernvraag die de komende Nota ruimte moet beantwoorden. Beleidsmedewerker Gert Stremler van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf geeft antwoord: gebruik ontwikkelingsplanologie.

Het resultaat van zo�n veertig jaar ruimtelijk ordeningsbeleid is niet in alle gevallen iets om echt trots op te zijn. Nieuwbouwwijken die na 20 jaar herstructureringswijken zijn, lintbebouwing van blokkendozen en schuttingen langs onze filewegen, troosteloze bedrijventerreinen en recreatiegebieden waar je in het weekend voor in de rij moet staan.

Natuurlijk is dat wat karikaturaal gesteld. Maar de afgelopen decennia hebben wel laten zien dat er een grote kloof bestaat tussen mooie tekentafelplannen en het �concrete� eindresultaat. Een onnodige kloof. Met goede wil van alle partijen samen (burgers, bedrijven en overheden) kan het anders en beter.

Hindermacht

De hoop is gericht op de komende Nota ruimte van minister Dekker. De eerste tekenen zijn goed. Het ministerie wil zich ontwikkelen van hindermacht tot ontwikkelkracht. Belangrijk voor ons is echter het veranderend denken, niet restrictief maar constructief. Het motto daarbij is �centraal wat moet, decentraal wat kan.� Een volgende stap is zo�n motto goed in te vullen.

Centraal wat moet betekent duidelijke keuzes van het Rijk. Een keuze in het perspectief van nationale belangen. Willen we wel of geen groei van Almere met bijbehorende infrastructuur en groen? Besluiten we positief of negatief over de Zuiderzeelijn?

Komt er wel of geen doorgetrokken A4, wel of geen �rood-groene� ontwikkeling in het Groene Hart? Dat soort vragen moet het Rijk beantwoorden. Helder en duidelijk. Het houdt vervolgens ook een bundeling van geldstromen vanuit het Rijk in.

Kortom: we zien een rijksoverheid die in voorkomende gevallen een duidelijke en daadkrachtige regierol vervult. Een belangrijk onderdeel van die regievoering is het aantrekken van marktpartijen die bereidt zijn hun – vaak risicovolle – bijdrage te leveren met geld en creativiteit.

Vrijblijvendheid

�Decentraal wat kan� betekent dat lagere overheden, bedrijven en burgers gezamenlijk de rest van het werk doen. En ook kunnen doen, niet onnodig gehinderd door regels en voorwaarden van rijkswege, zoals rode contouren. Dan kan een kruisbestuiving van publieke en private creativiteit en geldstromen plaatsvinden. Bestuurders, ondernemers, burgers en de spreekwoordelijke boeren en buitenlui brengen samen hun eigen regio tot ontwikkeling, bijvoorbeeld in een ontwikkelingsmaatschappij of gebieds-NV Dat vraagt voor velen een andere manier van werken. Bestuurders en ambtenaren schuiven hun papier in de la, trekken de jas aan en gaan – eventueel gelaarsd – het veld in. Ondernemers kijken verder dan alleen hun winstmarges en voelen zich mede-verantwoordelijk voor het gewenste eindresultaat. Ze zijn het ook. Het Rijk op afstand, maar niet buiten beeld.

Tegelijk met de nieuwe decentrale aanpak moeten duidelijke �verantwoordingsmomenten� worden afgesproken. Een voorbeeld hiervan zijn de woningbouwafspraken die minister Dekker (VROM) met een twintigtal regio�s gaat maken. De minister wil wel graag 80.000 nieuwe woningen, maar zegt er in één adem bij er niet op afgerekend te kunnen worden, omdat ze zelf geen huizen bouwt. Decentralisatie mag geen vertaling krijgen als vrijbrief voor vrijblijvendheid. Kortom: het proces van plan tot project is een belangrijk element. Dat mag en moet geen hinderpaal zijn.

Ontwikkelingsplanologie

Inmiddels zijn er evenveel ruimtelijke plannen als rapporten over procesmanagement verschenen. Natuurmonumenten, VNO-NCW, ANWB en Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) hebben in 2001 het voorbeeld gegeven met hun initiatief �Samen, anders, beter�. Daar hoeft de uitvoering dus niet op te wachten. Na het inhoud geven van het motto (centraal wat moet, decentraal wat kan) en de keuzes die daar uit voortvloeien, kan de stap tot uitvoering worden gemaakt. Daarvoor is een gezonde dosis goede wil nodig. Dat betekent vooral dat markt en overheid over hun eigen deelbelang heenkijken en het gezamenlijk eindresultaat voor ogen houden: een Nederland waar je als natuurbeschermer en recreant, als bouwer en ontwikkelaar en natuurlijk als burger trots op kunt zijn.

Dat is geen ruimtelijke ordening in de traditionele zin, maar een ontwikkeling die we zo snel mogelijk uitgevoerd moeten willen zien. We noemen haar ontwikkelingsplanologie. Handen uit de mouwen, laarzen aan en aan de slag!

Drs. G.P. Stremler is

beleidsmedewerker bij het AVBB

Ingeklemd weiland tussen de Zoetermeerse Vinex-locatie Oosterheem en de hsl.Foto: Ton Borsboom

Belangrijk is

het veranderend denken

Reageer op dit artikel