nieuws

Voelbaar

bouwbreed Premium

Het poldermodel dat ons land regeert gaat uit van consensus. We moeten het allemaal eens zijn en dan pas doen we iets of laten we juist iets na. Dus geen zwart/wit, maar grijs en vaak nog minder dan grijs. De minste mensen in ons landje wonen niet in steden, maar hebben wel de meeste invloed […]

Het poldermodel dat ons land regeert gaat uit van consensus.

We moeten het allemaal eens zijn en dan pas doen we iets of laten we juist iets na. Dus geen zwart/wit, maar grijs en vaak nog minder dan grijs.

De minste mensen in ons landje wonen niet in steden, maar hebben wel de meeste invloed op vele ontwikkelingen. Dat lijkt mij de wereld op zijn kop.

De laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) wijzen uit dat

weer meer mensen (plus 7 procent) in steden zijn gaan wonen. Dus nog minder mensen wonen buiten de steden, in dorpen en kleinere gemeenten, dus echt in de provincie.

In Zuid-Holland woont 66 procent van de bevolking in steden en in Noord-Holland 63 procent. In Flevoland is de stijging 50 procent, door de snelle groei van Almere. In andere provincies, zoals Drenthe, Noord-Brabant en Gelderland is de stijging van de bevolking in steden tegenover het platteland tussen de 10 en 13 procent. Dat is een flinke stijging en ik ben bang dat deze bevolkingsverschuiving gevolgen moet hebben voor een aantal gremia waar belangrijke beslissingen vallen.

De Randstad met zes miljoen inwoners vertegenwoordigt de helft van onze totale economie. Met alle respect voor de rest van ons landje, vind ik dat men daarmee stevig rekening moet houden. Uiteraard hebben steden meer geld nodig dan de kleinere gemeenten, maar niet alleen absoluut maar ook in verhouding. Het grote steden beleid van onze rijksoverheid moet serieus verbeteren, want blijkbaar zit de economische motor in die gebieden. Maar met geld alleen bereikt men niet alles. Grote steden dienen zelf ook een beter beleid te voeren, men moet professionelere bestuurders en topambtenaren aantrekken die de grote (steden) problemen en potenties daadkrachtig aanpakken.

Aan de andere kant hebben al die stedelingen het buitengebied nodig om gezond te kunnen recreëren. Dus het buitengebied is heel belangrijk in de landsdelen waar de grote steden zich bevinden en die natuurgebieden mogen best enkele minuten gaans met auto of trein liggen. Met andere woorden: het zogenaamde Groene Hart hoeft niet in de Randstad te liggen, maar het kan er ook nabij liggen. Of, waarom kunnen mensen niet fatsoenlijk en met respect voor de natuur wonen en recreëren in een Groen Hart?

De beslissingen over de stedelijke gebieden nemen allerlei politici niet slechts in de desbetreffende gemeenteraden, maar die beslissingen vallen ook in de 12 Provinciale Staten en in de Eerste en Tweede Kamer. De vertegenwoordiging van de grote steden in die gremia valt tegen.

Veel bestuurders zijn gerekruteerd uit de landelijke gebieden en kleinere gemeenten. Vanuit het provinciehuis in Haarlem kijkt men altijd met argwaan naar Amsterdam en in het Zuid-Hollandse provinciehuis doet men dat ook naar Rotterdam. De verdeelsleutel van gekozen politici moet dus anders en meer proportioneel om de bevolking en de bedrijven in de grote recht te doen.

Een voorbeeld daarvan is de nieuwe manier om Tweede Kamerleden te kiezen. De helft van de 150 Kamerleden zal voortaan regionaal gekozen zijn en de andere helft volgens een traditionele lijst. Het regionale kiesstelsel doet denken aan een districtenstelsel, waarbij iedere regio zijn vertegenwoordiger(s) kiest in Tweede en Eerste Kamer maar volgens mij ook in de Provinciale Staten. En juist in de Provinciale Staten is zo�n districtenstelsel heel belangrijk, omdat de Provincie in de toekomstige Ruimtelijke Ordeningsplannen een grote rol krijgt. En die belangrijke rol zal vooral voelbaar zijn in de grote steden. Er moet een einde komen aan het systeem dat dorpspolitici beslissen over grote stadsproblemen. Evenzo is er geen plaats in stadsbesturen voor klaplopers, hoerenklanten en parvenu�s.

Reageer op dit artikel