nieuws

Stad van het noorden Stad van het noorden; Groningen in de twintigste eeuw

bouwbreed Premium

Onlangs had in de Nieuwe Kerk in Groningen het symposium �Stad van het noorden� plaats. Bijna was die centraal gelegen, historische kerk omzoomd door twee driebaans snelwegen. Gelukkig is dat onzalige plan nooit gerealiseerd, maar de bevolkingsgroei van 66.000 inwoners in 1900 naar een stad met inmiddels 172 duizend ging uiteraard wel gepaard met forse […]

Onlangs had in de Nieuwe Kerk in Groningen het symposium �Stad van het noorden� plaats. Bijna was die centraal gelegen, historische kerk omzoomd door twee driebaans snelwegen. Gelukkig is dat onzalige plan nooit gerealiseerd, maar de bevolkingsgroei van 66.000 inwoners in 1900 naar een stad met inmiddels 172 duizend ging uiteraard wel gepaard met forse stadsuitbreiding, nieuwbouw en afbraak.

Het gelijknamige boek – dat mede door toedoen van stichting Erven A. de Jager kon verschijnen – beschrijft al deze ontwikkelingen en komt tot de conclusie dat de groei van de bevolking en verkeersvoorzieningen in Groningen weliswaar in lijn is met de oude uitbreidingsplannen, zoals die van Berlage uit 1928, maar dat het tempo op een aanzienlijk groter niveau ligt.

Wanneer de plattegronden van Groningen van 1900 en 2000 naast elkaar worden gelegd is de enorme toename van het bebouwde areaal het meest opvallend.

De noordoostelijke stadswijken Lewenborg, Ulgersmaborg en Beijum zijn voltooid – er wordt zelfs alweer gesloopt – en datzelfde geldt ook voor het Hoornse Meer en Hoornse Park in het zuidwesten. In het noordwesten zijn De Held en Gravenburg en in het westen Buitenhof, Ruskenveen en Minerva aangelegd; bovendien is er veel aan stadsvernieuwing gedaan, net zoals nieuwbouw op oude fabrieksterreinen en groenstroken, zoals De Hunze of Van Starkenborgh. Of om de huidige wethouder Willem Smink bij de lancering van de Euroborgplannen op de locatie van de oude elektriciteitscentrales te citeren: “We werken aan bijna onmogelijke projecten, wij denken dat na de Martinitoren, het Groninger Museum, de Gasunie een nieuw beeldbepalend element in Groningen geïntroduceerd zal worden (�) Wij zijn op verschillende plekken bezig met een tamelijk meedogenloze ambitie”.

Groningen is om alle nieuwe activiteiten en mensen een plek te geven eigenlijk sinds 1970 in een permanente staat van renovatie.

Die vernieuwingsambities zijn er – volgens dr. Peter Groote, universitair docent aan de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen en een van de auteurs, eigenlijk altijd al geweest. De invloed van de sociaal-democratische ideologie is de hele eeuw zichtbaar gebleven. Zo drukten de linkse meerderheidscolleges tussen 1973 en 1978 – met latere PvdA-coryfeeën als Max van den Berg en Jacques Wallage – een stempel op de structuur van de stad. Grootschalige stadsvernieuwing, maar ook de introductie van een systeem van verkeerscirculatie, de nieuwbouw voor de rijksuniversiteit en de PTT gingen gepaard met vele inspraaknota�s, plannen en tegenplannen en zelfs referenda.

De realisatie van al die plannen ging trouwens niet zonder slag of stoot. De krakersrellen bij de ontruiming van het pand van uitgeverij Wolters Noordhoff in 1990 betekende een eerste forse aanvaring met het gemeentebestuur, dat toen onder leiding stond van burgemeester Jos Staatsen.

Kantorenstad

Staatsen nam trouwens ook het initiatief om samen met de provincie en omliggende gemeenten de samenwerking op terreinen als openbare veiligheid en ruimtelijke ordening te bevorderen. Daardoor werd de traditionele centrumfunctie van de stad versterkt en kon gedeeltelijk op het grondgebied van het Drentse Tynaarlo een nieuwe woonwijk ontstaan.

Groningen gaat kortom meer functioneren als onderdeel van �Groot-Groningen� en in wat breder verband als stad op Europese schaal. De transformatie van een agrarisch commercieel centrum tot een kantorenstad met veel instellingen voor cultuur, onderzoek en zorg betekende ook dat de samenstelling van de bevolking veranderde. Maar het zijn zeker niet alleen hoogopgeleide en dus goed gesalarieerde mensen die de stad – en vooral de buitenwijken en plaatsen als Haren of Roden – bevolken, maar ook de lagere inkomensgroepen, studenten en werklozen wonen tamelijk geconcentreerd in weer andere delen van de stad.

Het imago van Groningen heeft juist te lijden van de negatieve gevolgen van suburbanisatie, blijvende hoge werkloosheidscijfers, verloedering, criminaliteit en moeizame integratie van groepen met sociaal-economische achterstand – getuige de rellen tijdens de oud- en nieuwviering in de Oosterparkbuurt die toenmalige burgemeester Hans Ouwerkerk zijn kop kostte. Dat alles zorgde voor een temporisatie van de uitvoering van de vele plannen, ook al omdat internationale bedrijven zich in hun vestigingsplaatskeuze niet wilden laten verleiden door de mogelijkheden van Groningen. Daardoor is Groningen nog steeds niet �af�, maar dat is gelet op de infrastructurele plannen uit het verleden die de nekslag zouden hebben betekend voor het stadscentrum misschien nog niet eens zo erg.

Maarten Duijvendak en Bart de Vries (2003), ISBN 90 23239849, 652 blz., Koninklijke Van Gorcum BV, Assen (verschenen als nummer 25 in de Groninger Historische Reeks), 39,95 euro. In 2007 zal de nieuwste geschiedschrijving van de gehele provincie worden uitgebracht.

Reageer op dit artikel