nieuws

Inspectie boezemkaden mag niet verslappen

bouwbreed Premium

delft – Nu de oorzaak van het bezwijken van de dijk bij Wilnis vaststaat, is het gevaar groot dat iedereen weer genoegzaam achterover leunt en hoopt dat het een volgende keer wel goed gaat, vreest ir. G. Beetstra van GeoDelft.

Maar met een goede norm en een bijpassende toetsmethodiek is de staat van de Nederlandse boezemkaden volgens hem best snel te inspecteren.

Het lijkt een overdonderend getal: 12.000 kilometer boezemkade. Het besef dat die allemaal moeten worden geïnspecteerd, heeft al gauw een verlammende uitwerking op beleidsmakers. En het zou volgens Beetstra niet de eerste keer zijn dat dat het effect is na na de aanvankelijke opschudding bij de presentatie van een onderzoeksrapport.

De beelden van het water dat door de nieuwbouwwijken van Wilnis klotste, vervagen nu al en over een jaar zijn ze wellicht helemaal in de vergetelheid geraakt. Terwijl de grootscheepse inspectie volgens de directeur Grondconstructies van het onderzoeksinstituut lang niet zo�n onmogelijke opdracht is als op het eerste gezicht lijkt. Er hoeven beslist niet om elke 100 meter boringen en sonderingen te worden uitgevoerd. Dat kan veel slimmer en efficiënter. Het Studie Orgaan van de Waterschappen, Stowa heeft ook al een aanzet gemaakt voor een inspectiemethodiek.

Generieke norm

Maar dan moet er volgens Beetstra nu wel worden doorgepakt en is het zaak dat de verschillende partijen niet verslappen. Er moet eerst een generieke norm worden opgesteld waaraan de boezemkaden moeten voldoen en vervolgens een leidraad hoe dat moet worden getoetst. Voor de primaire waterkeringen heeft het adviesorgaan TAW zo�n set maatregelen ontwikkeld; voor de boezemkaden is dat nu ook nodig.

Als het aan Beetstra ligt gebeurt dat niet door het Rijk, maar door organisaties die dichtbij de waterschappen liggen. Zoals de Stowa en de provincies met hun Inter Provinciaal Overleg. Kennisinstituten als GeoDelft en TNO kunnen daarbij een adviserende rol vervullen.

Helemaal vanuit het niets hoeven ze niet te beginnen, want er werd onder aanvoering van de provincies al gewerkt aan een herziening van de bestaande leidraad die nog stoelde op geotechnische kennis uit de jaren 70 en 80. Wilnis heeft aanvullende kennis opgeleverd. Namelijk dat niet alleen water, maar ook langdurige droogte een bedreiging vormen voor de waterkeringen.

Eigen markt

Dat betekent volgens Beetstra niet dat er opnieuw moet worden begonnen. De nieuw vergaarde kennis kan in het lopende proces worden meegenomen. “Maar dan moet er nu wel flink worden doorgepakt. Het gevaar van verslappen is levensgroot.”

Uiteraard verliest Beetstra als leidinggevende bij een kennisinstituut ook de eigen markt niet uit het oog: er is meer fundamenteel onderzoek nodig naar het gedrag van dijken bij langdurige droogte. GeoDelft is gaarne bereid dat onderzoek uit te voeren.

Volgens Beetstra is er meer onderzoek nodig naar het effect van het afwisselend droog en nat worden van een dijk. Ook over gasvorming in droge veendijken is nog onvoldoende bekend. “Op de gebeurtenissen in Wilnis zal dat geen nieuw licht meer werpen, maar voor die duizenden kilometers veenkaden in de rest van het land is dergelijke kennis van groot belang.”

Reageer op dit artikel