nieuws

EIM: bouwsector relatief lage organisatiegraad

bouwbreed Premium

zoetermeer – De bouwsector heeft een relatief lage organisatiegraad. Dat stelt het EIM, een onderzoeksbureau voor het midden en kleinbedrijf.

Ruim 40 procent van de ondernemingen in de sector is aangesloten bij een brancheorganisatie. Daarmee is de bouw op één na de minst georganiseerd branche van Nederland.

Horeca- en logiesbedrijven zijn het beste georganiseerd. Bijna tweederde van de ondernemingen in deze sector is lid van een organisatie. Door de nauwe samenwerking is Koninklijke Horeca Nederland (KHN) met meer dan 20.000 aangesloten bedrijven de grootste branchevereniging van het land.

BouwNed is met vierduizend leden het talrijkste samenwerkingsverband van aannemers. De organisatie is met name populair bij het midden- kleinbedrijf, zo blijkt uit de enquête van het EIM.

Volgens H. Heutink van BouwNed sluiten zich vooral hoofdaannemers uit de utiliteits- en burgerbouw zich bij de organisatie aan. “Binnen dat segment hebben wij een dekking van 65 procent”, nuanceert hij de cijfers van het EIM. De woordvoerder denkt dat de resultaten van het onderzoek enigszins vertekend worden door het grote aantal zelfstandigen zonder personeel dat in de bouw actief is. Daarbij komt dat de organisatiegraad volgens Heutink in andere sectoren van de bouw aanzienlijk lager ligt.

Uit het EIM-onderzoek blijkt dat 82 procent van de middelgrote bedrijven – tussen de tien en de honderd personeelsleden – aangesloten is bij een vereniging. Bij kleinere bedrijven ligt dat percentage op 56 procent. Zelfstandigen zonder personeel (zzp) zijn het minst georganiseerd. Niet meer dan eenderde van de eenpitters heeft zich verenigd.

Opvallend genoeg zijn het vooral de oudere bedrijven die aansluiting zoeken bij een branchevereniging. Bij bedrijven die al tientallen jaren bestaan is 88 procent georganiseerd. Bij ondernemingen in de eerste levensfase ligt dat percentage op 37 procent.

De meeste midden- en kleinbedrijven die het EIM heeft ondervraagd, zien in hun brancheorganisatie een belangrijk klankbord. Daarnaast verwachten de ondernemers met name advies en informatie van de vereniging. Op de tweede plaats komt samenwerking met concurrenten dat vooral bij de kleinere ondernemingen populair is.

Het EIM signaleert op basis van het onderzoek een verschuiving in de verwachtingen die ondernemers hebben van hun brancheorganisatie. Traditioneel zorgen dergelijke instellingen voor de belangenbehartiging van de sector bij onder andere de centrale overheid. Maar dat is voor het midden- en kleinbedrijf niet meer de belangrijkste reden om zich aan te sluiten.

De koerswijziging die de verenigingen hebben ingezet, is volgens het EIM de oorzaak van het veranderde verwachtingspatroon. De belangenclubs bieden op het moment veel meer diensten aan dan vroeger, waaronder adviezen, goedkope verzekeringen of keurmerken.

Reageer op dit artikel