nieuws

Tijd dringt voor pensioenbrief

bouwbreed

Aannemers met pensioenopbouw in de eigen bv (eigen beheer) moeten vóór 1 juni 2004 hun pensioenregeling aanpassen. Op 1 juni 1999 is de nieuwe fiscale pensioenwet in werking getreden met een overgangstermijn van 5 jaar. Deze wet kent voor aannemers met pensioen in eigen beheer bepaalde verslechteringen en een enkele verbetering. Wie zijn pensioenregeling niet op tijd aanpast, riskeert een heffing van maximaal 72 procent over het pensioenkapitaal.

DGA�s met een aandelenbelang van tenminste 10 procent mogen nog steeds een pensioen in eigen beheer opbouwen. De bv draagt geen premies af aan een verzekeringsmaatschappij (het werkkapitaal blijft intact), maar vormt een pensioenvoorziening op haar balans.

Voorheen mocht een DGA 2,33 procent per jaar opbouwen van zijn vaste jaarsalaris, inclusief vakantiegeld en de auto van de zaak (pensioengrondslag). Zo kon een DGA in 30 jaar een pensioen opbouwen van maximaal 70 procent van zijn eindloon. In het kader van de overgangsregeling is dit oude regime voor lopende pensioenaanspraken nog van toepassing tot uiterlijk 1 juni 2004.

Onder de nieuwe pensioenwet is de opbouw beperkt tot 2 procent per jaar en is de auto van de zaak uit de pensioengrondslag geschrapt. Opbouw van een pensioen van 70 procent van het laatstverdiende salaris duurt dan 35 jaar (verslechtering).

Door het loslaten van de 70 procent­norm is bij een diensttijd van 40 jaar echter een voordeel te behalen, namelijk een maximumopbouw van 80 procent en bij uitzondering zelfs tot 100 procent. De DGA kan ook kiezen voor een middelloonpensioen met een opbouw van 2,25 procent per dienstjaar of pensioenopbouw volgens het beschikbare premiestelsel.

Versoberingen

Eind 2002 besliste het eerste Kabinet Balkenende de pensioenregelingen verder te versoberen. In het Belastingplan 2003 is daartoe het opbouwpercentage voor eindloonpensioen verlaagd van 2 procent naar 1,75 procent en voor middelloonpensioen van 2,25 procent naar 2 procent.

De ingangsdatum van die lagere opbouwpercentages is echter tot �nadere order� uitgesteld. Waarschijnlijk wil het kabinet een koppeling met de invoering van een levensloopregeling. Naar onze inschatting wordt de invoering van de lagere opbouwpercentages uitgesteld tot 1 januari 2005. Maar het kabinet kan daartoe ook eerder besluiten. Ook de VUT en het prépensioen staan ter discussie.

Middelloonpensioen

Bij een door de jaren heen gelijkblijvend salaris bereikt de DGA via een middelloonpensioen een hoger pensioenresultaat dan via een eindloonpensioen. In 35 dienstjaren bouwt hij met middelloon namelijk een pensioen van 78,75 procent op in plaats van 70 procent.

Het middelloon is dus aantrekkelijk voor DGA�s die de pensioendatum naderen en verwachten dat het salaris niet meer gaat stijgen. Bij een huidig opbouwpercentage van 2,33 procent per dienstjaar vallen zij dan slechts terug naar 2,25 procent. Handhaaft de DGA zijn eindloonpensioen, dan valt hij terug naar 2 procent.

Bij een beschikbare premieregeling wordt op basis van leeftijd jaarlijks een bepaald maximum premiebedrag toegevoegd aan de pensioenvoorziening in eigen beheer. Dat premiebedrag mag worden afgestemd op een vol pensioen van 70 procent eindloon. Het voordeel van het beschikbare premiestelsel is dat het pensioenresultaat op de pensioendatum gelijk is aan het werkelijk gerealiseerde beleggingsrendement. De bv komt dan niet voor verrassingen te staan.

Bij elk type pensioenregeling in eigen beheer van de DGA blijft de bv levenslang aansprakelijk voor de opgebouwde pensioenrechten. Het vormen van een pensioenvoorziening alleen is niet voldoende om het pensioen zeker te stellen. Op het uitkeringsmoment moet er natuurlijk ook voldoende geld aanwezig zijn in de bv. Het daadwerkelijk reserveren van pensioengelden in de bv wordt steeds belangrijker naarmate de pensioendatum nadert. Dit kan ook in een aparte pensioen­bv of holding.

Een DGA kan, bijvoorbeeld op pensioendatum, het in eigen beheer opgebouwde pensioen alsnog afstorten bij een verzekeraar voor de aankoop (al dan niet gegarandeerd) van een levenslange pensioenuitkering. Ook als de DGA hoogbejaard wordt, zijn de uitkeringen door de verzekeringsmaatschappij gegarandeerd (afdekken langlevenrisico).

Hogere pensioenvoorziening

De pensioenvoorziening dient jaarlijks actuarieel te worden berekend met inachtneming van een rekenrente en sterftekansen. Door nieuwe fiscale rechtspraak kan in veel gevallen in de periode tot aan de pensioendatum een aanzienlijk hogere voorziening worden berekend. Hierdoor ontstaat een extra fiscale pensioenlast en wordt belastingheffing uitgesteld naar de toekomst.

Tijdige aanpassing

De nieuwe pensioenafspraken moeten dus vóór 1 juni 2004 zijn vastgelegd in een ondertekende pensioenbrief.

Dat kan geschieden door bij wijze van spreken vandaag een nieuwe pensioenbrief te ondertekenen die ingaat per 1 juni 2004. Zo wordt optimaal gebruikgemaakt van het oude fiscale regime (2,33 procent in plaats van 2 procent) én is de pensioenregeling tijdig aangepast. Geschiedt de aanpassing te laat, dan loopt de DGA het risico dat het opgebouwde pensioenkapitaal door de belastinginspecteur wordt gerekend tot het belaste loon.

Hierover is doorgaans 52 procent loonbelasting verschuldigd plus een �boete� van 20 procent. Onderneem daarom tijdig actie!

Mr. Coen Walschot, Branche Gespreksgroep Pensioenen Fiscaal (020­5497763) en mr. drs. Emmelieke Nuijten, Real Estate Hospitality and Construction Group, Ernst & Young Belastingadviseurs, 033­4512713.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels