nieuws

Het alternatief voor de rekenvergoeding

bouwbreed

De verhoren van de parlementaire enquêtecommissie waren nauwelijks achter de rug of de eerste conclusie was al getrokken: het is over en uit met de rekenvergoeding. Op vrijwillige basis mag de aanbesteder een rekenvergoeding geven, zoals onlangs nog eens door het Europees Parlement bevestigd, in een afwijzing van een Nederlands voorstel tot verplichting daartoe, maar daar blijft het bij. Toch is het naar de mening van Arie de Klerk mogelijk te vroeg voor definitieve uitspraken.

Een stelsel dat zich eeuwenlang heeft bewezen kan beter in overleg worden omgebogen dan het met ferme uitspraken onder het tapijt te schuiven. Laat het nog maar eens gezegd zijn: het inschrijven op een werk kost tijd en geld. De calculatieafdeling is er vaak dagen mee bezig en als het werk dan niet binnengehaald wordt is dat teleurstellend. Maar realisme is geboden en bedrijfsrisico�s als deze horen er bij; een rekenvergoeding is nu eenmaal geen recht. Anderzijds is het maar makkelijk dat een aanbesteder bij tal van bedrijven met tal van deskundigen kan laten rekenen zonder daar enige vorm van vergoeding tegenover te stellen.

Is er toch niet iets anders te bedenken voor de rekenvergoeding? Iets dat mogelijk van pas kan komen bij het aanstaande overleg tussen overheid en bouwwereld, waartoe de Tweede Kamer bij motie unaniem heeft besloten?

Initiatieven

Twee opmerkingen vooraf: met name de rijksoverheid, heeft zich in zake de rekenvergoeding te diep ingegraven. De overheid ziet de rekenvergoeding als de kern van het probleem van het samenspannen door inschrijvers.

Het is ook niet duidelijk te krijgen hoeveel werk een inschrijver aan de inschrijving heeft gehad en bovendien ziet men het werk dat met een inschrijving is gemoeid als acquisitie. Daar tegenover staat dat de bouwwereld te weinig initiatieven heeft getoond en toont om tot een alternatief te komen. En twee: het meenemen van de kosten van calculatie van een verloren aanbesteding naar de volgende klant is geen oplossing, maar creëert een probleem. Immers, de kosten zullen geleidelijk oplopen. Dat gebeurt sneller naarmate er meer inschrijvers zijn, zoals vaak bij openbare aanbestedingen.

De kans het werk binnen te halen is dan relatief klein. Te denken dat dit dan tot nog scherpere inschrijfprijzen zal leiden is slechts in theorie een begaanbare weg.

Is er, met inachtneming van het bovenstaande een alternatief te bedenken voor de rekenvergoeding? Een regeling die bovendien geschikt is voor elke mate van complexiteit van werk en voor elk soort bedrijf. Ik stel voor dat bij een aanbesteding zowel de aanbesteder als de inschrijvers een bepaald bedrag inleggen.

De aanbesteder doet dat voor het recht aannemers te laten schrijven, en de inschrijvers doen het omdat ze bereid zijn de kosten van het calculeren te zien als bedrijfsrisico.

Het is op voorhand zeker dat alleen geïnteresseerde partijen meedoen. Na de gunning wordt alle geld teruggeven, naar de mate van de scherpte van inschrijfprijs. Inschrijvers die (hoog) boven de begroting zitten zal het dus in principe geld kosten. In zekere zin kan men ook dit als een probleem zien. Maar het zal wel mogelijk zijn dit verlies te compenseren met het verrichten van werk als onderaannemer, in opdracht van de inschrijver aan wie het werk gegund is.

Eigenlijk is dat al de uitwerking. Misschien wel iets voor een Europese prijsvraag?

Arie de Klerk

Publicist over bouwen en

De bouwwereld heeft te weinig initiatieven getoond

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels