nieuws

\Cultuurschok

bouwbreed

Milaan – Amsterdam, dat is nu echt een afstand van niks. Niet meer dan 12 uur autorijden, inclusief pauze. In dezelfde tijd als anderhalve werkdag lang is, passeer je het platteland rond Milaan, het merengebied in Noord-Italië, de bergen van Zwitserland, het heuvellandschap, de wijngebieden en de industriegebieden in het altijd weer tegenvallend grote Duitsland, […]

Milaan – Amsterdam, dat is nu echt een afstand van niks. Niet meer dan 12 uur autorijden, inclusief pauze. In dezelfde tijd als anderhalve werkdag lang is, passeer je het platteland rond Milaan, het merengebied in Noord-Italië, de bergen van Zwitserland, het heuvellandschap, de wijngebieden en de industriegebieden in het altijd weer tegenvallend grote Duitsland, om tenslotte in de buurt van Arnhem weer de vertrouwde weilanden en koeien tegen te komen.

Helemaal niets bijzonders, iedere (auto)vakantieganger herkent dit en maakt het mee, maar het feit dat je een traject van 1.000 kilometer in een dag doet, kan het wel tot een leerzame ervaring maken. Behalve verschillende landschappen en de duidelijk verschillende opvattingen per land over wat snelwegcultuur is en de kwaliteit van asfalt of bewegwijzering, valt er veel meer te beleven. De wijze van bewoning van het land bijvoorbeeld. Op plaatsen tussen rail en snelwegafslag, waar het in Nederland vanwege milieuregelingen zelfs verboden is om te werken laat staan te wonen, worden in Italië gewoon koopappartementen gebouwd. Het bij mij al langer aanwezige vermoeden dat we in Nederland te ver zijn doorgeschoten in onze regelgeving lijkt bewaarheid.

Nog een voorbeeld: kom je eindelijk een keer op een stuk weg waar je goed kan doorrijden – het stuk bij Schiphol bijvoorbeeld, twee keer vier rijstroken breed – dan staat er �hier 100� langs de weg. Terwijl je kort daarvoor, in Duitsland, borden bent tegengekomen langs stukken tweebaansweg met �achtung, gevaarlijke bocht, hier 120�. Om maar te zwijgen van de breedte van de stukken Italiaanse snelweg waar 150 is toegestaan. Misschien zijn we wat dit betreft ook wel te ver doorgeschoten in Nederland? De meest opvallende ervaring kreeg ik vlak na het nemen van de grens bij Arnhem. Totaal onvoorbereid – hier was nu een waarschuwingsbord op zijn plaatst geweest! – viel mijn oog op een verzameling grijze palen langs de weg, met rooie koppen erop. Manshoge lucifers van staal is nog de beste omschrijving, die zo te zien stootvast en wintervast geschilderd zijn en in slagorde, in een soort driehoekformatie, op gelijke afstand naast elkaar staan opgesteld. Er stond geen uitleg bij, dus dit moest Moderne Kunst In De Openbare Ruimte Naast De Snelweg zijn. Hier is natuurlijk ruim zes maanden over vergaderd door de plaatselijke verantwoordelijke ambtenaren, er is overleg geweest met een kunstadviescommissie, er is een kunstenaar geselecteerd, er is met deze persoon overleg geweest, er is een maquette van gemaakt die tijdens een rumoerige gemeenteraadsvergadering ingrijpend is gewijzigd, het buurtcomité �kunstwerk nee� is er overheen geweest�al dat soort gedachten schoten in een keer door mijn hoofd, nog voordat de lucifers uit de achteruitkijkspiegel waren verdwenen.

Een met overheidsgeld opgeleukte non-plek, dat bestaat helemaal niet in Italië, Zwitserland of Duitsland. Ja, kunst in de openbare ruimte is er wel, maar dan altijd op plekken die daar voor geschapen lijken, zoals iedere Italiaanse nederzetting zijn Piazza Garibaldi kent met een beeld op een sokkel in het midden en verkeer eromheen, of zoals iedere Duitse stad op logische plaatsen wel een of ander Denkmal heeft staan.

Het fenomeen �snelwegkunst� is totaal afwezig, en dat lijkt dus typisch Nederlands. Waarschijnlijk lijden Nederlanders wat betreft het maaiveld aan �horror vacui�, ofwel de angst voor lege plekken. Alles staat volgeplempt en dat geldt zeker voor de Randstad. En dat moet in onze cultuur zitten, want in onze steden gedragen we ons ook zo. Zelfs op het al totaal overwoekerde Leidseplein bleek een aantal jaren geleden nog ruimte te vinden voor beelden van hagedissen. In Italië, en ook in delen van Zwitserland, zijn belangrijke commerciële gebieden als het Leidseplein juist geheel vrij van uithangborden of kunst. In Milaan bijvoorbeeld staat de naam van de winkel alleen boven de ingang, en is altijd aangebracht op muur of raam, nooit haaks daarop. En de winkels zijn echt niet minder goed te vinden: in Nederland hangt het vaak zo overvol dat het door de overdaad aan commerciële uitingen toch niet mogelijk is meer dan een winkel ver te kijken.

Italianen, Zwitsers en Duitsers die Nederland als vakantieland uitkiezen en met de auto komen, krijgen als eerste prikkel in ons landje bovengenoemd cohort lucifers te zien. Wat zullen ze denken? Dat Nederland één grote stad is, omdat ze gewend zijn dat kunst alleen in steden staat? Zou kunnen. Aan de andere kant is het niet te hopen dat die vakantiegangers het herkennen als kunst, want dan is de reactie waarschijnlijk dat ze meteen weer rechtsomkeert maken. Wie wil nu vakantie vieren in een land zonder kunstbesef? Want dat we te ver doorgeschoten zijn in het initiëren, toestaan en plaatsen van kunst op onzinplekken, dat weet ik zeker.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels