nieuws

Continuïteit beter dan zak met geld

bouwbreed

gouda ­ De krimpende budgetten bij de opdrachtgevers van waterbouwkundige werken hebben een achterstand veroorzaakt in de onderhoudssituatie van sluizen en vaarwegen. Economische schade door sluitingen of slechte beschikbaarheid dreigt. Inlopen van de achterstand is voor de branche geen probleem, maar het moet bij voorkeur gedoseerd gebeuren.

N. Kraaijeveld BV Waterbouwkundige Werken heeft de afgelopen vijf jaren te maken gehad met de gevolgen van de krimpende budgetten voor onderhoud. Directeur ir. P.A. Kraaijeveld van het middelgrote aannemingsbedrijf uit Sliedrecht zegt het accent van de werkzaamheden daarom verlegd te hebben van onderhoud naar nieuwbouw. Momenteel realiseert het middelgrote waterbouwkundige aannemingsbedrijf een omzet van circa 10 miljoen euro in de zogenoemde �natte waterbouw�. Een van de laatste opdrachten is afkomstig van Rijkswaterstaat directie Noord Holland voor het afwerken van de inrichting van het grootschalige baggerspeciedepot de Averijhaven te IJmuiden.

Ondanks de accentverschuiving is hij ingenomen met de recente stellingname van minister Peijs omtrent het vrijmaken van gelden voor onderhoud van onder meer de vaarwegen, desnoods ten kosten van nieuwe projecten.

Het onderhoud dat het bedrijf uit Sliedrecht nu nog doet, is hoofdzakelijk voor particulieren. Kraaijeveld: “Zij hebben meestal een probleem waarbij ze de sores bij de aannemer willen laten: afvoer van gebaggerde grond die naar het speciedepot De Slufter moet bijvoorbeeld. Overheden redeneren anders. Die maken doorgaans een bestek, brengen dat op de markt en laten het uitvoeren. Opvallend is dat juist de overheden weinig tot geen onderhoud meer laten doen aan waterbouwkundige objecten.”

Rijkswaterstaat bijvoorbeeld zou als geen andere opdrachtgever moeten weten dat correctieve maatregelen duurder uitpakken dan regelmatig uitvoeren van preventief werk. Die dienst weet hoe het zit met de technische levensduur. Een recent voorbeeld wat gebrek aan onderhoud kan doen is bijvoorbeeld te zien bij de sluis bij Weurt. Daar is een drijvend remmingwerk verbogen omdat het bij een lage waterstand (het is uitzonderlijk droog geweest) kwam te rusten op een rug van aanslibbing.

Vaarwegen zijn volgens Kraaijeveld een belangrijke transportmogelijkheid naast spoorwegen en autowegen. Restricties door gebrek aan onderhoud zijn daarbij uit den boze.

Dat binnen Rijkswaterstaat te beluisteren valt dat de dienst alleen maar correctief onderhoud laat doen, duidt volgens Kraaijeveld op een afnemende deskundigheid bij deze opdrachtgever. Veel kennis zit nu bij andere marktpartijen. Maar voor gebruik van die kennis moet betaald worden. En dat staat weer op gespannen voet met de krimpende budgetten van de overheden. “Soms”, geeft Kraaijeveld toe, “missen wij ook een stukje kennis. Maar dat is omdat de jeugd tegenwoordig liever doorleert dan de handen vuil te maken in de praktijk. Want uit dat soort mensen moeten de voormannen groeien die wij zo nodig hebben. Desondanks hebben wij een opdrachtgever met onze kennis iets te bieden.”

Een andere contractvorm is maar in sommige gevallen een oplossing om de gevolgen van een tekort aan deskundigheid bij de overheid te pareren. Een mogelijkheid voor aannemers om kennis in te brengen is werken volgens een �design and construct contract�. Maar dat betreft meestal grote complexe werken. En risicodragend deelnemen in een aannemerscombinatie ziet Kraaijeveld voor zijn bedrijf niet altijd als mogelijkheid. Kleinschalig, met bijvoorbeeld een gemeente als opdrachtgever kan dat natuurlijk wel. Dan wil Kraaijeveld best risico nemen. “In het bedrijfsleven gaat het om halen van rendement. In de toekomst zal meer werk in een pps­achtige constructies worden gerealiseerd. Maar dat is niet iets voor de onderhoudsmarkt”, zegt Kraaijeveld.

Om bij onderhoudswerk toch wat meer te kunnen bieden heeft Kraaijeveld in zijn bedrijf wel de ervaring binnengehaald op gebied van ontwerpen. Dan is voor het werk dat ze doen in ieder geval richting te geven aan bepaalde oplossingen. Die laat hij vervolgens door een ingenieursbureau narekenen.

De aard van de werkzaamheden die het Sliedrechtse aannemingsbedrijf doet heeft zijn invloed op het materieel dat ze gebruiken. Het is niet standaard op de markt te koop. Veelal wordt iets gekocht dat dan naar eigen specificaties wordt uitgebouwd. “We zijn bij ons best kapitaalintensief bezig. En dat moeten we allemaal wel rendabel maken. Dat kan omdat we met ons speciale materieel de uitvoering precies optimaal kunnen laten verlopen.”

Inlopen van de onderhoudsachterstand van sluizen en vaarwegen ziet Kraaijeveld niet als een capaciteitsprobleem voor de sector. De vraag is volgens hem wel hoe je dat zou moeten doen. Alles min of meer tegelijkertijd in een keer op orde willen krijgen is misschien niet verstandig. Goed werk vraagt om goede mensen en om goed materieel waarmee op maat gesneden oplossingen zijn te bieden. Dat kost allemaal veel geld. Om de investeringen daarin terug te verdienen is continuïteit in de opdrachten beter dan een enkele grote zak met geld die boven de markt wordt gehangen. Onderhoud gaat doorgaans over een langere periode. Voordeel daarvan is dat je het ook bedrijfsmatig rond de nieuwbouwopdrachten kan plooien. Directeur Kraaijeveld van N. Kraaijeveld BV Waterbouwkundige Werken kijkt uit naar de aanpak van minister Peijs voor het achterstallig onderhoud. Als een substantieel deel van de gelden die zij voor onderhoud vrij wil maken bestemd zijn voor de vaarwegen, dan is de overheid naar zijn mening terug op de goede weg.

�Jeugd leert liever door dan handen vuil te maken in de praktijk�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels