nieuws

Architectuur van techniekliefhebbers

bouwbreed

den haag ­ Echte technische fröbelaars zijn het, die Zwarts en Jansma. In de goede zin van het woord. Want de twee architecten die nu zon vijftien jaar succesvol samenwerken in het gelijknamige bureau in Amsterdam, hebben iets met techniek.

Ze spreken de taal van constructeurs en nemen ook graag zelf plaats achter de draaibank of de lastafel, zoals is te zien in het boek over hun werk dat deze maand verscheen bij NAi uitgevers.

Niet voor niets krijgt het duo eigenzinnige opdrachten en telt hun oeuvre nauwelijks woningbouwprojecten. Zelfs kantoorgebouwen zijn schaars. In voetbalstadions zijn ze groot. Zoals het stadion van FC Utrecht, het AZ­stadion of de spectaculaire uitbreiding van de Rotterdamse Kuip.

Maar hun specialisme lijkt te liggen op het gebied van openbaar vervoer en infrastructuur. Fly­overs, bruggen en metrostations ontwierpen ze bij bosjes. Al jarenlang fungeren ze zo�n beetje als huisontwerper van Rijkswaterstaat. Niet voor niets werden zij uitverkoren om de gebouwtjes te ontwerpen rond de eerste Nederlandse boortunnel, het naviduct en niet te vergeten de intrigerende balgstuw bij Kampen. Stuk voor stuk opdrachten die om nieuwe benaderingen vroegen, waar Zwarts en Jansma elegante oplossingen voor bedachten, zonder nu direct zichzelf naar de voorgrond te dringen en monumenten voor zichzelf op te richten, zoals zoveel architecten geneigd zijn te doen.

Het boek over deze architecten met een passie voor techniek is niettemin een echt architectenboek. De tekst is ondergeschikt; de plaatjes domineren. Ruim vierhonderd pagina�s lang. Tussen al die foto�s, maquettes en tekeningen doet een grote foto over twee pagina�s van een grasveldje met uitzicht op een naaldbos vreemd aan. Maar dat grasveldje is natuurlijk helemaal geen grasveldje, het is een ecoduct gezien door de ogen van de gebruiker, het overstekende wild. Typisch zo�n beeldgrapje en perspectiefverschuiving waar Zwarts en Jansma patent op hebben en die al beginnen op de omslag van het lijvige boek dat voorbestemd lijkt voor een leven op koffietafels.

Ook het consequent aanduiden van projectlocaties met de geografische lengte­ en breedtegraad, past daarin. Als lezer zie je het voor je, die koddige Moshe Zwarts met eeuwige bretels, terwijl hij met zijn handheld satellietontvanger de precieze locatie van zijn nieuwste werk uitpeilt. Maar hij mag dat. Omdat hij samen met Jansma en de rest van het bureau zo�n eigenzinnig oeuvre neerzette, dat behalve gebouwen ook bushokjes, gsm­masten, wegportalen en andere intrigerende objecten omvat, die lang niet altijd de aandacht krijgen die ze verdienen.

Zwarts & Jansma Architecten, door Hans Ibelings e.a., ISBN 90 5662 302 8, NAi­uitgevers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels