nieuws

Herinvesteringsreserve afboeken op nieuw pand

bouwbreed

Mijn bv heeft in 2001 een pand verkocht. De behaalde boekwinst is gereserveerd in een herinvesteringreserve (HIR). Mijn bv is voorts commanditair vennoot in een commanditair vennootschap (cv). De beherend vennoot schaft een vergelijkbaar pand aan dat ingevolge de akte van de cv tot de goederengemeenschap gaat behoren. Kan mijn bv de herinvesteringsreserve afboeken op haar aandeel in de investering in het pand?

Staatssecretaris Wijn (financiën) heeft in maart deze casus met de cv besproken. Hij is van mening dat de HIR niet kan worden afgeboekt op het aandeel van de bv in de investering in het pand. De gerechtigdheid tot het pand is namelijk wezenlijk gewijzigd. De bv was 100 procent eigenaar van het pand, terwijl dat ten aanzien van het zich in de cv bevindende pand niet meer het geval is. Er gelden andere regels voor de aansprakelijkheid en beschikkingsbevoegdheid. Er is niet voldaan aan de voorwaarde van eenzelfde economische functie. De HIR kan worden gevormd voor de boekwinst die wordt behaald bij verkoop van een bedrijfsmiddel (het pand). De regeling van de HIR is in 2001 opgenomen in de wet als opvolger van de vervangingsreserve. Door de vorming van een HIR wordt afrekening over de boekwinst uitgesteld. Door lagere fiscale afschrijvingen wordt de boekwinst gedurende de afschrijvingstermijn aan de winst toegevoegd.

Niet­doorzaam

Voorwaarde voor de vorming van de HIR is de aanwezigheid van een herinvesteringsvoornemen. De HIR moet uiterlijk in het derde jaar na het jaar waarin de reserve is gevormd, zijn afgeboekt op de aanschaffingskosten van nieuwe bedrijfsmiddelen. In bijzondere situaties kan deze termijn worden verlengd. De HIR valt vrij als de bv geen herinvesteringvoornemen meer heeft. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen bedrijfsmiddelen met een afschrijvingstermijn korter dan 10 jaar (niet­duurzame bedrijfsmiddelen), zoals machines en auto’s, en bedrijfsmiddelen met een afschrijvingstermijn langer dan 10 jaar (duurzame bedrijfsmiddelen), zoals panden en grond. De HIR moet worden afgeboekt op daarvoor in aanmerking komende investeringen. Voor afboeking van de HIR op een duurzaam bedrijfsmiddel geldt de voorwaarde dat het vervangende bedrijfsmiddel dezelfde economische functie in de onderneming heeft als het verkochte bedrijfsmiddel. Deze eis geldt niet voor afboeking op niet­duurzame bedrijfsmiddelen. Dit betekent een HIR gevormd bij verkoop van machines en auto’s slechts wordt afgeboekt op investeringen in niet­duurzame bedrijfsmiddelen. Een HIR gevormd bij verkoop van een pand kan worden afgeboekt op een ander pand (mits dit pand dezelfde economische functie inneemt) en op investeringen in voornoemde auto’s en machines. Een zelfde economische functie betekent volgens de wetgever dat het bedrijfsmiddel een soortgelijke taak of werkzaamheid vervult. Niet van belang is of het vervangende bedrijfsmiddel in technisch opzicht afwijkt van het vervangende bedrijfsmiddel of dat het moderner of waardevoller is. De Hoge Raad heeft diverse keren zijn oordeel moeten geven over het vervangingsbegrip ten aanzien van onroerende zaken, die in gebruik zijn als bedrijfsmiddel.

Arrest

In het algemeen hoeft een verschil in waarde niet een belemmering te zijn om te spreken van vervanging. Dit volgt uit een arrest uit 1985. Voldoende was dat de verkochte en gekochte onroerende zaken (woningen) dezelfde economische functie vervulden (exploitatie van onroerende zaken). De HIR kent verder de zogenoemde boekwaarde­eis: de HIR mag slechts worden afgeboekt voor zover de boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel (van de nieuwe bedrijfsmiddelen samen) de boekwaarde van het verkochte bedrijfsmiddel overtreft. Indien aanschaffingen binnen een jaar plaatsvinden ­ zowel vóór als ná de verkoop van een bedrijfsmiddel ­ kan de HIR naar keuze worden afgeboekt op de daarvoor in aanmerking komende investeringen. Deze vrijheid gaat echter niet zo ver dat een deel van de HIR blijft staan, terwijl deze nog op een kwalificerende aanschaf kan worden afgeboekt. De staatssecretaris van Financiën heeft dit in een besluit uit maart bevestigd.

Vervreemding

Toevoeging aan de HIR en afboeking daarvan is bij bedrijfsmiddelen met een lange afschrijvingstermijn ook mogelijk, indien reeds vóór de vervreemding gevolg is gegeven aan het voornemen tot herinvestering. Deze regeling biedt oplossingen voor bijvoorbeeld nieuwbouw van bedrijfspanden. Het fiscaal optimaal benutten van de herinvesteringsreserve vereist de nodige aandacht. Begin tijdig met de voorbereidingen!

mr. drs. Emmelieke Nuijten, Real Estate Hospitality and Construction Group, Ernst & Young Belastingadviseurs, telefoon: (033) 4512713

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels