nieuws

Gemeenten moeten hun belangen strikter scheiden

bouwbreed

Meedoen, meer werk, minder regels. De titel van het regeerakkoord van het tweede kabinet Balkenende is inmiddels ruim bekend. Het kabinet wil dat we harder werken, dat de regelzucht afneemt en dat iedereen zijn deel doet voor een betere samenleving. De grote vraag is of de overheid zelf mee gaat doen. Michel Oltheten geeft een paar recente voorbeelden van die robuuste attitude van de overheid. Denk hierbij vooral aan de opstelling van de gemeentelijke overheid rond het Bouwstoffenbesluit.

De bijdrage van de overheid aan de problemen van de samenleving worden in het akkoord helder geschetst. Er zijn te veel onduidelijke, overdreven en overbodige regels. En de noodzakelijke regels, normen en waarden die er zijn worden niet voldoende nageleefd. Dat moet nu maar eens afgelopen zijn, zo vinden de regeringspartijen. Het akkoord staat voor een herleving van nuchterheid en burgerzin. Maar hoe optimistisch mogen we zijn over de uitvoering van deze goede voornemens? Ook eerdere kabinetten hebben prachtige initiatieven gepresenteerd om de administratieve lastendruk te verlagen, de handhaving aan te scherpen en de kwaliteit van de wetgeving te verbeteren. Die eerdere kabinetten gaven ook signalen af dat met de bestaande regels geen loopje genomen kan worden. Op alle fronten en niveaus zou werk gemaakt gaan worden van robuuste handhaving.

Uitgesproken

Het technisch complexe bouwstoffenbesluit was bedoeld om bodem en oppervlaktewater te beschermen tegen de kwalijke invloeden van steenachtige bouwmaterialen en gereinigde grond. De uitgangspunten van het besluit zijn zeker niet slecht, maar de technische uitwerking is matig en de gestelde grenswaarden getuigen helaas van weinig realiteitszin. Qua wetgevingskwaliteit zeker geen hoogstandje dus. Die kwalificatie is nog veel te mild voor de handhaving van het besluit. Die was (en is nog steeds) absoluut onaanvaardbaar. In de toelichting van het besluit staat dat de overheid een uitgesproken voorkeur heeft voor volledige certificering als bewijsmiddel om te laten zien dat een bouwmateriaal voldoet aan de eisen.

Addertje

Er zijn naast certificering echter ook andere (in het besluit omschreven) bewijsmiddelen mogelijk. Voor bijna alle in Nederland geproduceerde bouwmaterialen bestaan inmiddels al lang door VROM erkende certificaten. Die hebben de producenten na lang werk en voor veel geld verkregen. Maar sommige producenten hebben zo’n certificaat niet. Je zou dan mogen verwachten dat de controlerende ambtenaren er op toezien dat die producenten beschikken over de andere voorgeschreven bewijsmiddelen. Dat is een kwestie van rechtsgelijkheid. Maar daar is geen sprake van. Wanneer het gaat om materialen die weinig risico’s opleveren voor het milieu, geven gemeenten vaak niet thuis. Handhaving van het Bouwstoffenbesluit heeft dan geen prioriteit, zo heet het. Het belang van ongehinderde (goedkopere) bouwactiviteiten in de gemeente gaat dan voor. Vanuit de optiek van een gemeente wellicht nog begrijpelijk, maar vanuit beginselen van rechtsgelijkheid is die attitude onaanvaardbaar. De producent die zich aan de regels houdt is duurder af. De producent die dat niet doet heeft een voordeel. De gemeente ziet dit wel maar doet niets. Een wel heel robuuste attitude heeft de gemeente Zoetermeer. Deze gemeente staat voor een omvangrijke woningbouwopgave in de wijk Oosterheem. Uit oogpunt van milieubescherming en beperking overlast wordt een tijdelijke betonmortelcentrale midden in de nieuwbouwwijk gepland. Dan hoeven er geen truckmixers (zware vrachtwagens met draaiende trommels) door de al bewoonde delen van de gemeente heen. De gemeente wil dus ook geen transport van betonmortel vanuit de tijdelijke centrale naar plekken buiten de nieuwbouwwijk. Toch laat de gemeente na om deze beperking in de milieuvergunning op te nemen. In plaats daarvan wordt in het huurcontract tussen de exploitant en de gemeente over de grond waarop de centrale staat, een bepaling opgenomen die leveringen buiten de nieuwbouwwijk verbiedt. Vervolgens blijkt dat (wellicht mede door de vertragingen in de bouw van de nieuwbouwwijk) de exploitant van de betoncentrale betonmortel gaat leveren in de omringende gemeenten. De betonmortelproducenten in de omgeving hebben er plots een concurrent bij die ze niet verwacht hadden. De omwonenden hebben toch de transportoverlast die de gemeente hen wilde besparen. En dan komt het addertje onder het gras tevoorschijn. Was de bepaling opgenomen in de milieuvergunning, dan hadden de omwonenden de gemeente kunnen dwingen om haar eigen regels te handhaven. Nu de bepaling in het huurcontract staat kan de gemeente niet tot handhaving gedwongen worden. De gemeente mag een afwijking van het contract toestaan als ze dat wil en doet dat ook.

Onontbeerlijk

Het lijkt er dus op dat deze gemeente alleen de schijn heeft willen wekken dat ze zorgt voor het milieu en de omgeving. De gemeente wilde kennelijk vooral voorkomen dat ze een schadeclaim van de ondernemer gepresenteerd zou krijgen voor vertragingen in de bouw. In mijn ogen heeft deze gemeente zichzelf door dit overigens volkomen legale trucje voorgoed ongeloofwaardig gemaakt als steller en handhaver van haar eigen beleid en regels. Kern van het probleem is mijns inziens dat gemeenten meerdere rollen vervullen en die rollen niet goed uit elkaar houden. De taak van handhaven van wet­ en regelgeving wordt regelmatig ondergeschikt gemaakt aan de eigen (bouw)belangen van gemeente en dat is niet de juiste invulling van de voorbeeldfunctie van de overheid. Een striktere scheiding van belangen, een goede organisatie en controle op het eigen handelen van de gemeente zijn onontbeerlijk. Dit is niet alleen een zaak voor de betrokken ambtenaren. Het zijn eerst en vooral de politici die hierin het voortouw zullen moeten nemen.In een volgende artikel ga ik in op de attitude van de Rijksoverheid. Politici moeten het voortouw nemen

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels