nieuws

Beunschip kan spoelsteiger links laten liggen

bouwbreed

zaanstad ­ Het ontzilten van zeezand is tijdens de vaart van zandput naar losplaats mogelijk met brak spoelwater. Ballast Nedam Grondstoffen ontwikkelde een systeem waardoor de schipper tijdens het spoelen op elk moment het zoutgehalte kan zien aan de hand van de elektrische geleidbaarheid van het spoelwater. De beunschepen hoeven daarom niet meer naar een spoelsteiger en tijdrovende controles blijven achterwege.

Hoewel aanvankelijk werd gedacht dat voor het spoelen van zeezand zoet water was vereist, bleek uit metingen dat ontzilten ook goed mogelijk was met het brakke water van het Noordzeekanaal. KAM (Kwaliteit, Arbo en Milieu)­coördinator W. Bos van Ballast Nedam Grondstoffen: “Het zout in zeezand ‘kleeft’ aan het zand, maar bevindt zich niet in de zandkorrels. Het spoeleffect kwam naar boven toen we zand ontziltten dat veel zouter was dan ‘normaal’ zeezand en het spoeleffect hetzelfde was.”

Brak water

Dit schiep voor Ballast Nedam Grondstoffen de mogelijkheid het zoete afvalwater van de zuivering te vervangen door het brakke water uit het Noordzeekanaal.

Waar het echter nog aan ontbrak, was een eenvoudige methode die het zoutgehalte van het zeezand tijdens het spoelen op elk moment kon bepalen en vastleggen. Het was immers niet wenselijk van de spoelsteiger over te stappen naar de tijdrovende procedure met monsterneming. Bos introduceerde daarom het idee een weerstandmeter aan boord van een beunschip te monteren teneinde de elektrische geleidbaarheid van het spoelwater te meten. “De geleidbaarheid is namelijk een goede en beproefde indicatie van het zoutgehalte”, aldus Bos.

Na een proeftijd van meer dan een jaar heeft Ballast Nedam Grondstoffen inmiddels een wereldwijd octrooi op het systeem verkregen. Ballast heeft vijftien beunschepen varen die het zeezand iets voorbij het sluizencomplex ophalen. Het zeezand wordt gewonnen uit de dynamische wingebieden op de Noordzee en uit de IJ­geul van IJmuiden.

De winning van het zand vindt plaats met behulp van sleephopperzuigers door Zeezand IJmuiden VOF, een combinatie van Boskalis en Ballast Ham Nederland. De zuigers variëren in grootte van 5000 kubieke meter tot 17.500 kubieke meter per lading en lossen het zand in de Fortput naast het Forteiland in de monding van haven.

Los

Vervolgens gaat het zand in de schepen van Ballast tot maximaal 20 centimeter onder de rand van de beunbak. Onder in de bak lopen drainageleidingen die het water afvoeren. De schipper pompt brak water in de beunbak tot aan de rand. Via de drainage onttrekt het ingepompte water het zout aan het zand. Door de geleidbaarheid van het water in de afvoerleiding te meten, weet de schipper wat het zoutgehalte is. Om te voorkomen dat het zand de meetapparatuur beschadigt, is het meetpunt in een secundaire leiding geplaatst. De weerstandsmeter bepaalt de weerstand van het spoelwater elke 5 seconden.

Opvallend aan de meetresultaten is dat het zoutgehalte bij het begin van het spoelen toeneemt. “Als gevolg van het spoelen komt het zout eerst ‘los’, daarna treedt de verlaging van het zoutgehalte in.” Zodra de schipper ziet dat de maximale zout waarde is bereikt, kan hij de toevoer van spoelwater stopzetten doordat op dat moment voldoende spoelwater in de beun aanwezig is voor het verdere ontziltingsproces.

Proefondervindelijk kwam Bos er daarbij achter dat de hoeveelheid benodigd spoelwater minimaal 25 procent in volume bedraagt van de inhoud van het zandschip.

Bos is op dit moment in druk overleg met KIWA voor een aanpassing van de geldende beoordelingsrichtlijn (BRL). “De BRL geeft aan hoe je moet ontzilten en geeft de procedure voor de controle. Wij beheersen dit proces, dus moet de aanvulling van de BRL gaan over de procesbeheersing.”

Ballast slaat alle meetgegevens op en weet dus precies welk schip welke kwaliteit zand aflevert. “We kunnen de administratieve koppeling maken dat op het moment dat het zand het vereiste maximale zoutgehalte heeft, er tegelijkertijd een certificaat uitrolt.”

Ballast Nedam Grondstoffen verscheepte de afgelopen jaren grote hoeveelheden zand naar infrastructurele projecten. Voor de eerste helft van dit jaar ligt de productie op ongeveer 35.000 kubieke meter zand per week.

Ophoogzand

Om aan de behoefte aan bouw­ en ophoogzand te voldoen, maken ondernemingen steeds vaker gebruik van zeezand. Zouten in het zand zorgen echter voor corrosie van betonwapening, aantasting van de structuur van cement en beton en verzilting van oppervlaktewater. Daarom is het nodig zeezand te ontzilten. In principe zijn daartoe twee methoden voorhanden: Ontzilten ter plaatse van een zogenaamde spoelsteiger zoals in IJmuiden beschikbaar is en spoelen met behulp van spoelwater tijdens het varen van laad­ naar losplaats.

Om te voldoen aan de kwaliteit conform de BRL, is een controlesysteem beschikbaar waarbij met behulp van monsterneming het zoutgehalte wordt vastgesteld. Het zand mag na het uitspoelen niet meer dan 200 milligram zout per kilogram zand bevatten.

Volgens coördinator Bos is de controle op het zoutgehalte aan boord van schepen onderweg naar de losplaats een lastige en tijdrovende kwestie. Een laborant moet aan boord monsters nemen en aan de hand van de uitslag weet de schipper of hij nog meer moet spoelen.

Het blijkt in de praktijk een arbeidsintensieve methode waarbij soms te lang en soms te kort wordt gespoeld. Het alternatief is het zeezand te ontzilten bij de spoelsteiger in IJmuiden met behulp van zoet water afkomstig uit de afvalwaterzuivering. Nadeel van deze methode is dat het zoet water geld kost en het schip ‘werkeloos’ aan de wal ligt.

‘Zoutgehalte neemt bij begin spoelen eerst toe’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels