nieuws

Als Carel weg is

bouwbreed

Als Carel weg is

Onlangs nam Carel Weeber afscheid van de faculteit Bouwkunde in Delft. Vanaf 1955 is hij als student, als docent en als bestuurder onafgebroken aan Delft verbonden geweest. En dat hebben we geweten. Niemand was in die periode zo duurzaam, zo nadrukkelijk en zo irritant aanwezig. Niet alleen in het onderwijs overigens, maar ook in de Nederlandse architectuurpraktijk; als architect, maar ook als bestuur­ der (van BNA en de sectie architectuur van de Rotterdamse Kunststichting), als forumdeelnemer en als criticus. Hij vormde een eenpersoons guerrilla­eenheid die op alle architectuurfronten de zwakke plekken in de gevestigde orde lokaliseerde en genadeloos be­ kritiseerde. Ondanks zijn alom aanwezigheid opereerde Carel vooral als een buitenstaander.

De eerste van de vele anekdotes in het bij zijn afscheid uitgebrachte vriendenboek ‘Carel Weeber ‘ex’­architect’ is tekenend: regelrecht uit Curaçao, in de rij bij de inschrijving als student aan de TH, hoorde hij voor het eerst dat hij zich voor een studierichting moest kiezen. Izak Salomans, die voor hem in de rij stond, raadde hem aan om, als hij niet wist wat hij wilde doen, maar gewoon uit te gaan van de alfabetische volgorde. Zo kwam Carel Weeber terecht op de afdeling Bouwkunde.

Die Caraïbische neiging tot onverschilligheid ten aanzien van de gevestigde orde en tradities, werd door zijn tegenstanders maar al te vaak als een gebrek aan betrokkenheid en gevaarlijke nestbevuiling gezien. Maar er is niemand geweest die zoveel tijd in bestuurstaken heeft gestoken, dus betrokkenheid kan hem moeilijk ontzegd worden. De irritante nijging om de kont tegen de krib te gooien, gecombineerd met een onnavolgbaar gevoel voor humor en stijl, dat alles maakte hem echter voor zijn vele tegenstanders tot een onbegrepen clown, en voor zijn bewonderaars het jongetje dat als enige ziet dat de keizer in zijn blootje loopt. Carel was controversieel en recalcitrant uit overtuiging en daarom grotendeels ongrijpbaar. Rem Koolhaas introduceerde hem ooit met een mengeling van onbegrip en bewondering als de ‘architect die, op het moment dat de ratten het schip van het postmodernisme en masse verlaten, er als zelfverklaard modernist en rationalist juist op springt.’ Juist dankzij zijn onverschilligheid ten aanzien van de heersende stijlopvattingen en modes, was hij met controversiële gebouwen als de Peperklip, de Zwarte Madonna in staat om de vinger op de zere plek van de toenmalige architectuurpraktijk te leggen. Nurks en dwars, behoren ze tot de weinige voorbeelden van puur rationalisme, die de toenmalige volkshuisvestingspolitiek veel zuiverder verbeelden dan de door hem genadeloos afgestrafte ‘nieuwe truttigheid’. Mooi van lelijkheid ­ of eigenlijk voorbij begrippen als mooi of lelijk, en daardoor weer uitingen van een superieure architectuur ­ verdienen ze tot vroegtijdig monument te worden verklaard. Ondanks Carel’s vreemde stijlwendingen, van megastructuren naar bot rationalisme, van neo­classicisme naar het Wilde Wonen, zijn de uitgangspunten constant gebleven. Henk Engel wijst in het vriendenboek ­ waarvan de bijdragen voor een groot deel ingaan op de onbekende, vroege ontwerpen ­ op het feit dat vanaf zijn afstudeerwerk tot aan het Wilde Wonen ‘de architectuur steeds wordt benaderd vanuit haar mogelijke verdwijning’.

De ontheiliging van de architectuur met hoofdletter A, dat was Carels missie. Zijn langdurige aanval op de welstand is niet meer dan één van de fronten waarop hij deze verdwijning trachtte te bewerkstelligen. De allerlaatste stelling, die hij tijdens zijn afscheid als hoogleraar architectonisch ontwerpen publiek maakte, is daarom kenmerkend en treffend gekozen: “Met het functionalisme bewoog de architectuur zich voor het eerst en misschien wel voor het laatst binnen de kaders van het bruikbare, het maakbare en het haalbare en daarmee in het domein van ingenieurs. Nu de architectuur zich heeft ontwikkelt tot computer­geanimeerde verleidingskunst, liggen constructie en vorm weer uit elkaar. De faculteit Bouwkunde moet haar naam wijzigen in ‘Faculty of Building Engineering’. ‘Architecture’ kan terug naar kunstacademies.”

Ook al heeft hij al zijn publieke functies nu vaarwel gezegd, we gaan nog genoeg van Carel horen, hij zal het sturen van ingezonden brieven niet kunnen laten. Maar ooit gaat hij terug naar de Caraïben. Als Carel weg is, zal vriend en vijand hem nog vreselijk gaan missen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels