nieuws

Hoge ontslagpremies blokkeren sanering

bouwbreed

veenendaal ­ Financiële problemen leiden bij middelgrote bouwbedrijven algauw tot een faillissement. Een reorganisatie is door de hoge ontslagpremies vaak niet op te brengen. Om de kosten te beperken pleit de Veenendaalse curator C. Berkel daarom voor een maximum bedrag dat bij ontslag wordt uitgekeerd.

Berkel: ‘Van Elst was een goede werkgever en het verloop was daarom extreem laag. Sommige mensen hadden wel 30 dienstjaren. Toen het bouwbedrijf in de problemen kwam, leverde dat hoge ontslagpremies op en werd een faillissement algauw onvermijdelijk’.

De val van het bouwbedrijf kwam in Veenendaal hard aan. Naast 150 banen verloor de tegen de oostgrens van de provincie Utrecht gelegen gemeente een bekende lokale bouwer die veel aanzien genoot. Daarbij kwam dat relatief kleine toeleveranciers uit de regio met zulke grote onbetaalde rekeningen zaten, dat Berkel zonder succes bij de gemeente om steun vroeg. Het bedrijf met een sanering uit het slop trekken, was volgens Berkel financieel niet haalbaar. ‘Je probeert wel met medewerkers te onderhandelen, maar als zij zich vrijwillig laten ontslaan, worden ze gekort op hun uitkering. Dus dan beland je al snel bij de kantonrechter’.

De zittende magistratuur maakt aan dergelijke procedures weinig woorden vuil en hanteert een standaard formule voor de berekening van de ontslagpremie. Daarbij is elk dienstjaar goed voor één maandsalaris plus vakantiegeld, pensioen en eventuele bonussen. Dat bedrag wordt vervolgens vermenigvuldigd met twee correctiefactoren. Werknemers die Sarah of Abraham hebben gezien, mogen voor de dienstjaren die zij sinds hun jubileum hebben opgebouwd de vertrekpremie verdubbelen. Mensen die tussen de veertig en de vijftig jaar oud zijn rekenen op dezelfde manier met een factor anderhalf.

De tweede toeslag heeft betrekking op de rol van de werkgever zelf. Ondernemers die bijvoorbeeld een rommeltje hebben gemaakt van hun administratie of te hoge risico’s naar zich toe hebben getrokken, krijgen er een extra factor bij omdat zij met hun onverantwoordelijke gedrag in elk geval een deel van de problemen zelf hebben veroorzaakt.

Wie krap bij kas zit, hoeft niet zo lang na te denken. Met een faillissement zijn de dure vertrekpremies direct van de baan. De doorstarter die volgt, kiest naar eigen inzicht uit het inmiddels werkloze personeel. Berkel: ‘Het voorgekookte faillissement. Dan wordt de procedure alleen gebruikt om op een goedkope manier van het personeel af te komen. Maar daar is de faillisementswet niet voor geschreven.’

Koppelen

De vertrekpremie aan een maximumbedrag koppelen, zoals dat in bijvoorbeeld Engeland gebeurt, is volgens Berkel een goede manier om de faillietverklaring van de rechter weer van de juiste status te voorzien. Een reorganisatie wordt dan financieel haalbaar en daarmee een goed te gebruiken middel om de onderneming er weer bovenop te helpen.

Gecombineerd met een surséance levert een bovengrens van de vertrekpremies volgens Berkel voldoende financiële lucht op om op een normale manier een succesvolle reorganisatie door te voeren. ‘In Nederland is uitstel van betaling toch vaak het voorportaal van het faillissement’, omschrijft Berkel het algemene beeld van de bescherming tegen ongeduldige schuldeisers.

Maar de Veenendaalse jurist is het daar niet mee eens. ‘In het buitenland gaat dat heel anders. Daar is na de aanvraag van surséance nog van alles mogelijk’.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels