nieuws

‘Balkonramp heeft geen nationale consequenties’

bouwbreed

den haag ­ Behalve dat de nok niet goed ondersteund werd, liep de wapening van de nok niet ver genoeg door, concludeert hoogleraar betonconstructies prof. Walraven. Het verslag van zijn onderzoek naar de balkonramp in Maastricht waaruit eerder al citaten lekten, werd begin deze week openbaar. De onderzoeker ziet geen enkele reden waarom de ramp nationale consequenties zou hebben, zoals lang werd gesuggereerd.

Walraven laat in het midden of de wapening in de nok een ontwerp­ of een uitvoeringsfout is. Maar hij neigt in zijn onderzoeksverslag duidelijk naar het eerste met zijn pleidooi voor een langere nok. Daarbij zou voorkomen zijn dat de krachtinleiding van de kolom naast de wapening uitkomt, zoals in Maastricht het geval was. Als een langere nok al ter sprake is gekomen in het ontwerpproces, hebben de architecten Cruz y Ortiz en hun gedelegeerden bureau Hoen daar waarschijnlijk een stokje voor gestoken. Want de verschillende stappen in het ontwerpproces die duidelijk naar voren kwamen uit het dossieronderzoek van betontechnologisch instituut BAS, waren er duidelijk op gericht om de kolom en de nok netjes weg te werken in de borstwering. Die is bij Patio Sevilla tegen de zijkant van de balkons bevestigd. Binnen die borstwering van het onderste balkon voltrok zich, onttrokken aan het oog, de aanloop tot het drama van Maastricht.

‘Afboeren’

De scheur die ontstond in het beton van de nok onder druk van de kolom, werd niet tegengehouden door wapening aangezien die niet ver genoeg doorliep. Daardoor kon de uiterste punt van de nok ‘afboeren’ en sloeg de kolom weg. De onderste nok was zo’n 100 millimeter dunner dan de nokken van de andere balkons. In de nokken van de meeste balkons kon prefab­betonbouwer Granito dus gemakkelijk de wapeningslussen onderbrengen. In de onderste nok, waarop nota bene alle andere balkons steunden, was dat lastiger en moesten de wapeningslussen schuin worden gelegd. Aangezien de nok aan de onderkant gebrekkig werd ondersteund door een blokje krimparme mortel en een inderhaast aangebrachte stalen console, werd de scheur ook van onderaf niet tegengehouden. Anders dan betontechnologisch instituut BAS, dat naast een analyse van de brokstukken ook een complete reconstructie maakte van het ontwerpproces en de wijzigingen tijdens de bouw, had Walraven een heel beperkte opdracht. Zijn rol was vooral om te onderzoeken wat de rol was van de Isokorf koudebrugonderbrekingen aan het drama in Maastricht. Daarover is de hoogleraar betonconstructie kort: de berekeningen waren goed uitgevoerd en de dimensionering was correct. De isokorven hadden dus voldoende draagvermogen om met een ruime veiligheidsmarge de optredende krachten op te nemen. Ze waren bovendien door Granito correct gemonteerd.

NEN 6700

Walraven besluit zijn rapport met een verwijzing naar NEN 6700, die waarschuwt voor voortschrijdende instorting. Bouwconstructies moeten zo zijn ontworpen dat het bezwijken van een onderdeel niet tot onevenredig grote schade leidt. De gekozen constructievorm, waarbij een belangrijk deel van de krachten zich concentreerde op de nok van het onderste balkon, was dus onnodig kwetsbaar. De constructie was bovendien tamelijk ongebruikelijk, aldus het rapport. Het werd ondersteund door slechts een kolom, op een ongebruikelijke plaats aan de zijkant. Daar komt nog bij de excentrisch geplaatste funderingswand op de begane grond. Al met al maakt dat volgens Walraven dat er geen enkele reden is voor de suggestie dat het bezwijken van de Maastrichtse balkons nationale consequenties zou hebben.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels