nieuws

Waterbouwers maken in China meeste kans

bouwbreed

gouda ­ Waterbouwers hebben op de Chinese markt de beste kansen. Dat stelt directeur E. Eggink van Nabu, de vereniging van bouwbedrijven die internationaal actief zijn. Toch blijft het moeilijk om in het land van de onbegrensde mogelijkheden voet aan de grond te krijgen.

Wie in China aan de slag wil, moet iets te bieden hebben. En voor de Nederlandse bouwers is dat een zeer degelijke kennis van waterbouw. Nabu wil zijn leden daarom vooral op dit gebied profileren. Daarbij komt dat rond de Chinese metropolen Shanghai en Canton veel wordt gebouwd. De economische centra van het land liggen in de uitgestrekte en waterrijke delta’s van respectievelijk de Yangtze en de Parel Rivier.

“Men wil wel graag, maar de helft moet van de Chinezen komen”, schetst Eggink de weerbarstige praktijk waarmee de bouwers in China te maken hebben.

Contact

Het contact met de Aziaten verloopt volgens de Nabu­man niet altijd even goed. Daarbij speelt de felle concurrentie met andere landen vaak een grote rol. “Eerst vertel je hoe je bepaalde zaken kunt aanpakken, maar dan gaat een Amerikaan of Fransman er met de opdracht vandoor.” Voor de bouwers zelf blijft de vervolgopdracht het grootste probleem. Politiek stelt Eggink: “Eenmaal een opdracht binnen garandeert nog niet dat je ook aan het werk blijft. Het vinden van een nieuwe klus is daarom een sterke uitdaging”. De onduidelijkheid over de mogelijkheden op de middellange termijn maakt directies daarom voorzichtig.

Op het congres ‘China: mogelijkheden onderkennen en benutten!’ in Rotterdam bleek dat het vooral de ingenieursbureaus zijn die zich met succes in China bewegen. DHV showde op het door het exportplatform Fenedex georganiseerde congres zijn Chinese jaaromzet van 20 miljoen euro. Het Amersfoortse bureau wil zijn activiteiten binnen vier jaar ruim verdubbelen. In 2007 moet de omzet naar 50 miljoen euro zijn gestegen.

Grontmij

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels