nieuws

Uitzicht vertroebelt blik ontwerpers Architectuur Biënnale

bouwbreed

Met een lofzang op de automobiliteit maakt de organisatie van de eerste Internationale Architectuur Biënnale in Rotterdam een lange neus naar de beleidsmakers die sinds de jaren zeventig worstelen met de massamobilisatie. Snelwegen hebben de plek van stads­ en dorpscentra overgenomen als hart van de samenleving. Een flexibel hart, met als enig vast punt het interieur van de eigen automobiel. analyse

Deze zienswijze staat centraal op de Biënnale en sluit goed aan bij de tijdgeest. De tegen de verdrukking in gegroeide automobiliteit wordt als feit aanvaard en ‘autootje pesten’ is uit. Je kunt haast niet meer zonder; het zal niet lang meer duren of autobezit moet in het bijstandspakket. De Biënnalisten bejubelen ‘de poëzie van het reizen’. Onderweg zijn met de auto (maar ook de trein): net als in de film. Met een diepzinnige blik achter het stuur terwijl het landschap voorbij trekt. Een spectaculaire bestemming ligt in het verschiet. De realiteit is, dat die bestemming veelal een saaie kantoortuin of winkelcentrum is. En in plaats van het fraaie landschap geprojecteerd op de studioachtergrond, ziet de automobilist lelijkheid. Gedrochten uit de doos van de snelwegarchitect ontnemen het zicht op al het moois dat daarachter ligt.

Liefdeloos

Dat moet anders, volgens de visionisten van de Biënnale. De autogebruiker moet weer worden behaagd, onder meer met een blik op het volle leven van de (Rand)stedelijke omgeving. Net als vroeger, toen de auto nog geen strobreed in de weg werd gelegd. De stad en haar bewoners zijn volgens deze visionisten ­ hoe sneu ­ liefdeloos weggestopt achter grote glazen geluidsschermen. Een opmerkelijke gedachte. Het is de kern van het dramatische misverstand dat de Biënnale parten speelt. Veel te gemakkelijk wordt voorbijgegaan aan de redenen waarom de automobilist overal wordt buitengesloten. De ‘liefdeloos weggestopte’ bewoners kunnen het medeleven uit het Biënnale­vaatje missen als kiespijn. Zij koesteren hun geluidsschermen die, om aan de geluidsnormen te kunnen voldoen, alleen maar hoger moeten worden. Zonder is het leven langs de snelweg ondraaglijk. Denk aan de wijk Overschie langs de A13 in Rotterdam. Lawaai en vieze lucht. Het ‘leven’ verplaatsen naar de snelweg biedt geen soelaas. Een van de kolderieke hoogtepunten van de vele plannen die aansluiten bij het thema van de Biënnale, is het voorstel de A13 om te bouwen tot ‘Nederlandse Champs Elysées’. Dat zal een stadssnelweg worden waarlangs niemand wil wonen. Liever eerst een stevige geluidswal en dan op gepaste afstand woningen. Ook wel zo veilig, want wie rijdt, moet op het verkeer letten.

Eenzijdig

De snelweggebruikers die willen genieten van de stedelijke omgeving die zij doorkruisen; het genoegen zal niet wederzijds zijn. Niemand die het voor het uitkiezen heeft, woont langs een snelweg. Wie dat doet, heeft meestal niet genoeg geld voor een betere woonstek. (En waarschijnlijk ook niet voor een auto.) Kijkend naar andere landen valt een hoop te leren. Dat is waar en het is ook de gedachte achter het Biënnale­project Mobility ­ A Room with a View. Al filmend is door twaalf wereldsteden rondgereden. Interessante voorbeelden van de integratie van autoverkeer en stedelijk leven zijn gevonden. Met name in de armere steden, en dat is natuurlijk geen toeval. Stank en lawaai zijn er voor het gewone volk, dat al blij is als het kan overleven. In de Zuid­Chinese metropool Pearl River Delta (Hongkong en omstreken) blijkt het personenautobezit sterk in opmars, al is 92 procent van de bevolking nu nog aangewezen op openbaar vervoer (of fiets). Maar ‘voorbeelden’ van meervoudig gebruik van de verkeersruimte zijn er al wel verschenen. Een markt en een caféterras onder een stadssnelweg bijvoorbeeld. Heel prettig. En in Mexico­Stad zijn de kunstwerken op de middenberm zeker de moeite waard, maar de stad is al lang veel bekender van de extreme luchtvervuiling. Zijn de jonge ontwerpers die zich thuisvoelen op de Biënnale vergeten waarom het autoverkeer in steden zo nodig aan banden moest worden gelegd? Zeker brengen auto’s volk, en daarmee leven in de binnenstad. Toch danken bloeiende stadscentra hun bestaan niet aan automobiliteit maar aan de ontwikkeling van waardige alternatieven. Zie onder meer New York, Londen en Tokyo, met alle een efficiënt openbaar vervoer en een navenant prettig leefklimaat. Het alternatief daarvoor is de uitgestrekte Amerikaanse stad zonder centrum. Het straatleven blijft er beperkt tot de eerdergenoemde Room with a View, een kamer met uitzicht. Op de file.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels