nieuws

Prestatiebestekken minder aardig dan gedacht

bouwbreed

den haag ­ Het lijkt zo mooi, prestatiebestekken. Zeg wat je wilt hebben en de aannemer maakt het. De bouw was dan ook enthousiast. Was, want inmiddels is het enthousiasme aardig bekoeld. Twee jaar ervaring hebben de nodige nadelen aan het licht gebracht.

Vroeger was het leven een stuk simpeler. Een aannemer deed onderhoudswerk en als dat goed ging hield hij dat jaren. Hij kende het werk, het terrein en wist exact wat er moest gebeuren. Nu wordt datzelfde werk in een prestatiebestek gegoten. Nog niks aan de hand, mits er maar voldoende gegevens worden overgedragen van de opdrachtgever naar de inschrijvers.

“Daar schort het momenteel aan. Het zijn geen standaard RAW­bestekken. Ze zijn er duidelijk op gericht de inspanningen en risico’s van Rijkswaterstaat zoveel te beperken”, zegt de directeur van het Adviescentrum Aanbestedingen GWW (ACA) ir. Bas van der Bilt. Gegevens over de bestaande situatie bijvoorbeeld worden niet of slechts informatief gegeven hetgeen inhoudt dat afwijkingen voor rekening van de aannemer zijn.

Een mooi voorbeeld is de herinrichting van de Lekdijk West. Bij het bestek zitten 4 tekeningen. Twee daarvan over de toekomstige situatie zijn bindend, twee andere, de huidige situatie en kabels en leidingen, zijn slechts informatief, waarbij een beroep op afwijkingen via de UAV is uitgesloten. Verder kent het bestek nog 11 bijlagen, waarvan er 4 bindend zijn, alle op milieugebied. De andere zeven, waaronder het V&G­plan ontwerpfase en de beschikbare geotechnische gegevens zijn informatief.

In dit bestek worden de gegevens tenminste nog beschikbaar gesteld. Erger is het als aannemers kilometers moeten lopen om met eigen ogen maar te zien wat er allemaal aan de hand is. Ook dat komt voor. En dan is zelf kijken de enige methode om enigszins te kunnen inschatten om hoeveel werk het gaat en hoeveel achterstallig onderhoud er is. Op zich niet onmogelijk wel tijdrovend en geldverslindend.

De werken worden in het algemeen groter van omvang, omdat het vaak om meerjarige onderhoudscontracten gaat. De kansen voor het middenbedrijf om mee te dingen worden daardoor kleiner, waardoor een koude sanering dreigt.

Bij de uitvoering van werken, lopen aannemers ook al tegen problemen aan. Zo zijn functionele eisen vaak niet duidelijk. Wat is storend zwerfvuil, hoe wordt de hoogte van gras gemeten en hoe schoon moet een geluidsscherm zijn, zijn maar een paar van de vele vragen. Het leidt in ieder geval op de werkvloer wel eens tot verhitte discussies tussen toezichthouder en aannemer met de nodige financiële gevolgen van dien.

Het zijn slechts enkele van de vele problemen die opdoemen bij de hantering van prestatiecontracten. “Waar het vooral om gaat is dat de bestekken kosten met zich meebrengen die op het bordje van de aannemer komen te liggen. In hoeverre ze die kunnen doorberekenen in de prijs, is soms de vraag”, aldus Van der Bilt.

Niet dat hij tegen meerjarige onderhoudscontracten is, integendeel. Ze hebben zeker voordelen, al is het maar dat een aannemer tot op zekere hoogte zelf de inzet van personeel en materieel in de hand heeft. Maar er is in toenemende mate sprake van onevenwichtigheden in de verhouding opdrachtgever­aannemer. En dat is slecht, ook voor de opdrachtgever zelf.”

Kansen voor het middenbedrijf worden kleiner

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels