nieuws

Kunststof in gww vergt veel praktischer aanpak

bouwbreed

katwijk ­ Als per se elke vezel moet worden benut, zoals in de luchtvaart, wordt het nooit wat met kunststoffen in de gww, is de mening van drie deskundigen. Een praktischer inslag die aansluit bij beschikbare technieken is veel kansrijker.

De gedachte is verleidelijk, erkennen Kees Honselaar, Willem Zwaan en Arjan Bakker. Bij de bouw van de eerste kunststof brug in Nederland wilde Rijkswaterstaat met een schone lei beginnen.

Door puur vanuit de mogelijkheden van het nieuwe materiaal te ontwerpen, hoopte de dienst de weg te openen naar compleet nieuwe bouwconcepten. Bij de eerste brug in Nederland, een voetgangersbrug naar de veerboot in Harlingen uit 1996, werd voor die radicale aanpak gekozen. Daarom waren standaard kunststofprofielen en boutverbindingen kansloos en liet de Bouwdienst van Rijkswaterstaat haar oog vallen op een handgelamineerde constructie. Helaas pakte de brug ruim twee keer zo duur uit als een vergelijkbare constructie in staal. Aangezien de verwerker koos voor een harstype waar hij geen ervaring mee had, ontstonden tijdens de bouw luchtinsluitingen en moest hij opnieuw beginnen. Ook het uittimmeren van een complexe matrijs, die op één project moest worden afgeschreven, was een ongelukkige keuze voor wie op de kosten moet letten.

Afblazen

Die geschiedenis dreigt zich te herhalen bij de bouw van een brug geschikt voor zwaar verkeer over de Brabantse Zuid­Willemsvaart bij Den Dungen.

De enige aanbieder die na een uiterst stroef verlopen aanbesteding eind vorig jaar overbleef, gaf een prijs die meer dan drie keer die van een traditionele stalen val bedroeg. Daar voelde de desbetreffende dienstkring van Rijkswaterstaat weinig voor en de aanbesteding werd afgeblazen.

En dat zit de drie ‘kunststofprofeten’ nog steeds dwars. Volgens hen had er allang een kunststof brug in Nederland kunnen liggen, geschikt voor zwaar verkeer, die alleen al wat betreft pure bouwkosten bijna zou kunnen concurreren met een stalen exemplaar. Daar komt dan eens het grote voordeel bij, dat die brug naar verwachting vijftig jaar onderhoudsvrij is. Terwijl stalen bruggen tijdens hun levensduur nog twee­ tot driemaal de stichtingskosten aan onderhoud vergen. Een gemiste kans kortom, aldus het drietal unaniem.

Invalshoek

Ieder benadert de problematiek vanuit een eigen invalshoek. Honselaar drijft met een compagnon het ingenieursbureau Composieten Team, dat zich toelegt op het ontwerpen van kunststof constructies voor tal van sectoren. Zwaan bekijkt de wereld vooral als leverancier van standaard pultrusieprofielen. Net als in de staalbranche gebruikelijk is, levert de firma Fiberline die hij in Nederland vertegenwoordigt, allerlei standaardprofielen. Daaruit kunnen door middel van boutverbindingen allerhande constructies worden samengesteld.

Bakker is de meest praktische van het gezelschap. Als bedrijfsleider van de Katwijkse bruggenbouwer Haasnoot, kwam hij pas twee jaar geleden voor het eerst met kunststoffen in aanraking. De firma bouwt al meer dan veertig jaar bruggen in staal en hout, vooral voor fietsers en voetgangers. Maar sinds het bedrijf twee jaar terug voor het eerst zo’n brug uitrustte met een kunststof dek, met een slijtlaag van hars afgestrooid met grind, bleek de vraag niet te stuiten. Inmiddels liggen door het hele land al bijna 130 bruggen met een onderhoudsvrij kunststof dek. En niet alleen het dek is volgens Bakker gebaat bij een uitvoering in kunststof; ook de draagconstructie vaart daar wel bij. Want het kunststof dek is compleet gesloten, zodat strooizouten die een groot gevaar vormen voor de coating van houten en stalen constructies, dat nauwelijks nog kunnen bereiken.

Haasnoot verwacht zoveel van kunststof in de nabije toekomst dat het bedrijf op de nieuwe locatie waarheen het binnenkort verhuist, behalve een hout­ en staalmontagehal ook een complete kunststofassemblagehal neerzet. Het succes van Haasnoot bewijst volgens Zwaan en Honselaar hoe vruchtbaar de aanpak is die zij al langer voorstaan: sluit aan bij beschikbare technieken, streef niet direct het hoogst haalbare na. Anders wordt het nooit wat met de introductie van kunststoffen in de gww.

De stapsgewijze aanpak levert financieel aantrekkelijke alternatieven op met risico’s die zijn te overzien. Zoals bij de bruggen van Haasnoot waarvan de meerkosten voor een kunststof brugdek lager zijn dan 60 euro per vierkante meter. Anders dan Honselaar en Zwaan, die leven van kunststof, is de Katwijkse bruggenbouwer voor opdrachtgevers een betrekkelijk onverdachte partij wanneer hij kunststof promoot. Het bedrijf bouwt immers al decennia op traditionele manier bruggen en is kind aan huis bij de afdeling stadsbeheer van vele gemeenten. Als zij ineens overstag gaan, gaan hun klanten daar gauw in mee.

Het levert misschien niet die grote stap op die Rijkswaterstaat wil zetten en Honselaar en Zwaan diep in hun hart ook, maar het is een stap in de goede richting. Van daaruit kan weer een stap verder worden gezet om kunststof uiteindelijk de plaats te geven binnen de gww die het materiaal verdient. Het levert immers lichte, onderhoudsvrije constructies op.

Luchtvaart

Maar zelfs met de beschikbare technieken is volgens Zwaan en Honselaar best een grotere stap te zetten. Voor de brug bij Den Dungen had Composieten Team een alternatief ontwerp opgesteld. Samengesteld uit de kunststofprofielen van Fiberline en een andere fabrikant.

Voor een royaal door Rijkswaterstaat ter beschikking gesteld ontwikkelbudget mocht het team parallel aan het Centrum voor Lichtgewicht Constructies (CLC) uit Delft een ontwerp maken en doorrekenen. Honselaar beweert dat de stalen val van de bestaande brug voor een bedrag van zo’n 110.000 euro kan worden vervangen door een kunststof exemplaar. Dat kan hij bewijzen aan de hand van offertes en harde toezeggingen van diverse toeleveranciers. Maar aangezien Rijkswaterstaat anders beschikte, bleef deze variant in de fase van het voorlopig ontwerp steken.

En dus zit Nederland voorlopig zonder kunststof brug voor zwaar verkeer. De onder druk staande budgetten van Rijkswaterstaat maken de kansen voor nieuwe experimenten op dat terrein er ook niet groter op. Volgens Honselaar is het probleem dat de wereld van het constructief kunststof wordt beheerst door lucht­ en ruimtevaartdeskundigen. Die bedenken eerst een optimaal product en ontwikkelen daar dan het bijbehorende productieproces bij. Daarvoor bestaat een hele reeks hoogwaardige gereedschappen als autoclaven en dergelijke.

Maar in de gww gaat het er niet om dat elke wapeningsvezel precies in de juiste richting ligt en optimaal wordt benut om een zo licht mogelijke constructie te krijgen. Het mag volgens Honselaar best een onsje meer zijn. En dan blijkt er, aansluitend bij beschikbare goedkope technieken ook nu al heel wat mogelijk in de gww met kunststof. ‘Er had allang een kunststof brug kunnen liggen voor zwaar verkeer’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels