nieuws

Isoleren tot je er bij neervalt

bouwbreed

De bouwwereld heeft het kostenverhogend effect van de bouwregelgeving voor de consument steeds getracht te verzachten. Lange tijd is geprobeerd de kosten te drukken door het benutten van het serie­effect, het zoeken van compensatie door het gelijktijdig schrappen van bepaalde eisen. Tegelijk kreeg de consument te horen dat de regelgeving de kwaliteit en daarmee de waarde van het huis ten goede kwam. Heel direct ook met het argument, dat met name heel lang opgeld heeft gedaan bij het treffen van maatregelen ter bevordering van thermische isolatie, dat hier weliswaar kosten aan verbonden waren, maar dat dit via lagere stookkosten werd terugverdiend. Volgens Arie de Klerk is juist met dat argument een hele generatie op het verkeerde been gezet.

Tot op het ziekmakende af ging het door. De vraag zij nog maar eens herhaald: wat is de kritische succesfactor van de bouwregelgeving? Toch niet het aantal carapatiënten? Voordat het mes in de bouwregelgeving wordt gezet is het goed stil te staan bij de ontwikkelingsgang ervan. Ik verwijs dan naar mijn boek: ‘Bouwen aan de Hofstad, de geschiedenis van het bouwtoezicht van Den Haag 1250­1900’ (Delft 1998). Daaruit blijkt dat in de geschiedenis van het bouwtoezicht de 19de eeuw de belangrijkste is. Men spreekt dan van het ‘toezicht op het bouwen’. Dit containerbegrip is in de loop van de twintigste eeuw uiteengerafeld tot in hoofdzaak: bouwtoezicht (in de zin van veiligheid en gebruik van materialen), arbo­wetgeving, welstandstoezicht, milieubeleid, ruimtelijke ordening en grondbeleid.

Detaillering

In de loop van de twintigste eeuw zijn de regels voor het voldoen aan de doelstelling steeds verder gedetailleerd. Hun onderlinge samenhang is nog steeds als die binnen het ‘toezicht op het bouwen’. Het gevolg van deze detaillering is dat de kans op strijdigheid van regelgeving, binnen zowel een aandachtsgebied als tussen aandachtsgebieden onderling, toeneemt. Voor opdrachtgevers kan dat vervelend uitpakken, omdat die daardoor van het kastje naar de muur gestuurd kunnen worden. Maar het is ook vervelend voor gemeenten, die recent een centrale rol hebben toebedeeld gekregen in zowel de ruimtelijke ordening als in het toezicht op het naleven van de bouwregelgeving. De problematiek van de complexe regelgeving komt nu nadrukkelijk bij de gemeenten te liggen. En dat weer maakt het aannemelijk dat de bouwregelgeving lokaal zal gaan verschillen.

Lat

Wie zou eigenlijk met het voorstel tot vereenvoudiging moeten komen? Wie heeft belang bij het vereenvoudigen van de bouwregelgeving? Die vraag knelt te meer als men bedenkt dat de kern bij het formuleren van bouwvoorschriften is het creëren van een gelijke uitgangspositie voor bouwbedrijven, bij een bepaald kwaliteitsniveau. Daarom ook zit de bouwwereld bovenop het ontstaan van bouwregelgeving. De samenstelling van het Overlegplatform Bouw­regelgeving (OPB) is daar het levende bewijs van. Bouwbedrijven willen nu eenmaal grip houden op de hoogte waarop de lat ligt. Die lat moet niet te hoog liggen, omdat anders de omzet in gevaar komt en hij moet niet te laag liggen, omdat anders de concurrentie via een onbetamelijk kwaliteit, een goedkoper product kan aanbieden. Dat het niet makkelijk is om het mes in de bouwregelgeving te zetten komt ook doordat bouwregelgeving tot stand komt in goed overleg tussen partijen; ieders belang zit erin verwerkt. Meer opmerkelijk is dat ook van de zijde van betrokken ministeries het vooralsnog stil blijft. En dat is niet in de laatste plaats, omdat VROM, vanouds behept met een hoog regelneefgehalte, op gespannen voet leeft met Binnenlandse Zaken, dat een meer bestuurlijke insteek voorstaat. VROM is vanouds behept met hoog regelneefgehalte

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels