nieuws

Geïmpregneerde beelden terug op Eusebiuskerk

bouwbreed

ARNHEM ­ Als onderdeel van het tienjarenplan voor onderhoud aan de Eusebiuskerk, hebben 27 beelden die op vier luchtbogen rond het koor staan, een flinke operatie ondergaan.

De beelden van Ettringer tufsteen zijn in Duitsland geïmpregneerd volgens de Ibach­methode, die ook werd toegepast bij het monument op de Dam in Amsterdam en bij delen van het grafmonument van Willem van Oranje in Delft. De verwering aan de beelden van de beeldhouwers George van der Wagt en John Grosman, werd tijdens een inspectie vanaf de steiger pas goed zichtbaar. Bij 40 procent van de beelden kwamen naast de oppervlakteverwering ernstige scheuren voor en waren soms zelfs armen of handen afgebroken.

Om de beelden voor verdere verwering of kapotvriezen te behoeden, moesten ze volgens E. de Vaal van het Bouwkundig Adviesburo De Vaal uit Hoevelaken in Duitsland worden geïmpregneerd met acrylhars, wat een zorgvuldige voorbereiding vereist. E. de Vaal: ‘Het demonteren was de eerste moeilijke stap: de beelden verbrokkelden gemakkelijk en werden al of niet met afgebroken onderdelen in een kist verpakt en in luchtgeveerde vrachtwagens naar Franeker gebracht.’

Restaurateur De Boer van het gelijknamige steenreparatiebedrijf maakte de beelden sc hoon met warm water en met algenverwijderaar, waarna de afgebroken delen met minerale mortel werden verlijmd . Kunstharslijm was niet geschikt, omdat het beeld op het breukvlak dan niet meer doordrenkbaar zou blijven voor het acrylaat waarmee ze zouden worden behandeld. Om het impregneren goed te laten verlopen, moesten de beelden eveneens met kiezelzuurester worden behandeld. De restauratieadviseur: ‘Dat hecht niet alleen loszittende schilfers weer goed aan het beeld, maar verdicht ook de poriën, zodat na de impregnatie het dunne acrylhars niet meer naar buiten kan lopen. Na deze behandeling moesten het kiezelzuur en de minerale mortel dertig dagen harden.’

Acrylaatbad

Na deze voorbehandeling verhuisden de beelden naar Bamberg in Beieren voor hun acrylaatbad. Daar werden de beelden eerst drie maanden gedroogd, omdat voor de behandeling de steen eerst een vochtgehalte van minder dan 3 procent moet hebben. De Vaal: ‘Tufsteen moet je langzaam drogen. Als de buitenkant droog is, verliest het ­ anders dan andere steensoorten ­ snel de capillaire werking, zodat het vocht in de kern nog blijft zitten. Alleen buiten de droogkamer verspreidt het vocht zich weer, waarna opnieuw in de droogkamer weer de buitenkant sneller droogt.’

Drie maanden later kregen de afgekoelde beelden eerst een behandeling met beenderlijm. Dat werd in verschillende lagen opgespoten om het oppervlak van de beelden verder te verdichten en het dunne acrylaat binnen te houden.

Het eigenlijke impregneren begon pas daarna. In een autoclaaf, zoals ook wel bij houtconservering wordt gebruikt, werden de beelden in een bak ondergedompeld onder een laag acrylhars. Door de ketel met onderdruk vacuüm te maken, werd zoveel mogelijk lucht uit de beelden gehaald, waarna het acrylaat bij een bovendruk tot 20 bar in de beelden kon dringen. Door daarna vacuüm en druk af te wisselen, werden ook de laatste luchtbelletjes uit de acrylhars in de beelden gehaald om plaats te maken voor het impregneermiddel.

Toen na het impregneren het acrylaat uit de bak werd gepompt, moest de temperatuur onmiddellijk naar 80 graden om de temperatuurgevoelige component van het middel te activeren, zodat het acrylaat ging uitharden. Zodra dat proces op gang was, werd meteen de koeling in werking gezet. De steen zou anders zo heet worden, dat hij uit elkaar knapt. Nadat de ketel langzaam was afgekoeld, hebben de beelden ongeveer dertien dagen in de impregneerketel doorgebracht.

Inmiddels worden de beelden teruggeplaatst op de Eusebiuskerk, waar aannemer De Bonth van Hulten specie met acrylaat toeslagstof gebruikt voor een goede aanhechting.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels