nieuws

Vergelijkingen rapportage PWC (2)

bouwbreed

In het artikel ‘Bouwkosten Rijk moeten naar beneden’, Cobouw, 1 april 2003 (nummer 63) is een verwijzing gemaakt naar een rapport van PriceWaterhouseCoopersConsulting (PWC). Op basis van een analyse van de samenvatting van het PWC­ rapport zoekt David Meijer in dit tweede en tevens laatste deel naar de verklaringen van de conclusies en adviseert hij de overheid het gunnen van werken uit te breiden.

Het is duidelijk: private, commerciële ontwikkelaars letten meer op de euro’s en zijn daardoor eerder geneigd om eenvoudiger gebouwen te maken. Die eenvoudiger gebouwen maken ze in bouwteamverband. Soms zelfs zonder architect of met een architect in dienst van de aannemer of ontwikkelaar. Daarmee is de verklaring van de commerciële drive gekoppeld aan de organisatievorm. Als dit inderdaad een verklaring is versterken ze elkaar. Het PWC­rapport noemt wel programmatische kwaliteitsverschillen als verklaring (de beveiliging bijvoorbeeld) maar niet de vormkwaliteit. Voor de niet ingewijden onder u: een vierkant is efficiënter dan een rechthoek.

De vraag is of bij het corrigeren van de ‘scopefactor’, wat vooral tot uitdrukking zal komen in de uitvoeringskosten, er wel gekeken is naar de mogelijkheden om een gebouw te optimaliseren op de betreffende locatie. Veel overheidsgebouwen staan in de buurt van openbaar vervoer knooppunten. Alle ministeries staan in hartje stad (hoogbouw is daar de nieuwe mode maar ook noodzakelijk) en maar zelden op kantorenpark ‘Juinen­West’. Gaat u er maar van uit dat dit vele procenten verschil zal opleveren.

Ontoereikend

Kostendeskundigen onder u die in bouwteamverband met een aannemer een meer dan gemiddeld project hebben ontwikkeld, zullen toegeven dat in veel gevallen de begrotingstechnische kennis van aannemers in de voorlopig ontwerpfase of zelfs de definitief ontwerpfase ontoereikend is. Men is over het algemeen niet in staat om een elementenbegroting op te stellen waarmee een project kan worden aangestuurd. Die kennis is min of meer verloren gegaan toen de aannemers hun ontwikkelafdelingen verzelfstandigden.

Wat natuurlijk een groot voordeel is van een aannemer in bouwteamverband, naast de eerder genoemde besteksuitwerking, is dat je hem medeverantwoordelijk kunt maken voor het budget. De aannemer heeft dan een sterke motivatie want hij is zelf zijn enige concurrent. Dom om zo’n kans te lagen glippen.

Het onderzoek behelsde projecten die zijn gerealiseerd in de periode 1996­2001. De hoogtijdagen voor bouwend (uitvoerend) Nederland. Een periode met af en toe een nachtmerrie voor opdrachtgevers. De overheid, gebonden aan een aanbestedingsplicht, kon zich dus geen prijsgarantie bemachtigen. Andere opdrachtgevers kenden wel die flexibiliteit en kozen voor de bouwteamvariant. Geen wonder dus dat bouwteamvarianten in de rapportage significant lagere prijzen kennen. Pech, nogmaals, voor de overheid. Zo is de bouwteamvariant te verklaren uit de marktsituatie. Bijzonder jammer dat PWC dit in haar rapportage buiten beschouwing laat. Het zet in mijn ogen het onderzoek op losse schroeven.

Werkhongerig

De meeste opdrachtgevers die tot voor kort in bouwteamverband werkten, kiezen nu weer voor de aanbestedingsvarianten. Dat levert op dit moment een hoop geld op, al nemen de zorgen wel weer toe. Werkhongerige (onder­) aannemers geven weer fikse kortingen weg. Kortingen die de extra zorgen ruimschoots compenseren. Kortingen ook die het eerder aangegeven verschil tussen publieke en private kantoren kunnen overbruggen. Misschien dat in de volledige rapportage de verschillen meer tot in detail worden verklaard maar op basis van deze stukken zou ik geen conclusie durven trekken. De conclusie over de aanbevelingen laat zich raden.

Als de overheid haar kwaliteitseisen naar beneden zou bijstellen, dan zal dat lagere kosten met zich meebrengen. Die mogelijkheid is er altijd. Het lijkt me wel verstandig dat het doorkijkje naar de levensduurkosten er blijft. Juist de overheid, als langlopende organisatie, kan voordelen plukken van lage gebruikskosten en dus op de lange duur voordeliger uit zijn.

Ik adviseer de overheid dan ook om de mogelijkheden tot het gunnen van werken uit te breiden. De overheid moet dezelfde mogelijkheden hebben als andere aanbestedende partijen. Een ‘aanbesteding’ op basis van een voorlopig ontwerp, vergezeld met algemene informatie en een verdere uitwerking in bouwteamverband, moet toch kunnen? De markt zijn werk willen laten doen maar vervolgens te veel betalen, dat is een wel heel merkwaardige vorm van overheidssteun. Begrotingstechnische kennis aannemers is ontoereikend

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels