nieuws

Sensorkabel detecteert brand in parkeergarage

bouwbreed

rotterdam ­ Conventionele brandmelders gaan in parkeergarages onder normale omstandigheden pakweg drie maanden mee. Daarna gaan vocht en stof een gevaar vormen voor de adequate werking. Elektronische sensoren lijden niet onder de omgeving waar ze brand detecteren.

Mütec Safety Systems uit Geldermalsen levert dergelijke detectoren in de vorm van een kabel; onder meer voor de parkeergarage onder het Rotterdamse winkelcentrum Alexandrium. De industrie detecteert met deze LIST­sensorkabel al jaren brand. Voor parkeergarages is het systeem van ‘lineaire branddetectie’ nieuw. De kabel van Mütec detecteert branden met behulp van sensoren die op regelmatige afstanden in de kabel zijn gemonteerd. Elke sensor heeft een eigen ‘adres’ zodat de brandweer precies weet waar het vuur woedt. Het systeem voldoet aan het Duitse VdS­keur. Dat geldt volgens Mütec­adviseur P. Wendt ook in Nederland. De lineaire detectietechniek is nog niet opgenomen in de brandveiligheidsnormen uit de reeks EN54. Brussel stelt er momenteel wel regels voor op maar moet die nog aan de lidstaten voorleggen.

Combinatie

Wendt benadrukt dat de kabel alleen in combinatie met een brandmeldinstallatie veiligheid biedt. Die installatie zet na een brandmelding onder meer de ventilatoren aan die de hitte en de rook afvoeren. De ventilatoren houden op die manier de lucht schoon en zorgen ervoor dat de mensen die de brandende parkeergarage ontvluchten, minstens 30 meter zicht hebben. Ventilatoren zorgen er verder voor dat de temperatuur boven de geparkeerde auto’s niet boven de 180 graden Celsius komt zodat de brand niet kan overslaan. Wendt wijst erop dat de kabel deel uitmaakt van een groter geheel en dus niet per meter wordt afgerekend. In de uiteindelijke prijs zijn bijvoorbeeld ook de ontwerpkosten verrekend.

Aders

De LIST sensorkabel telt vier aders en maximaal 1024 sensoren. De bijbehorende software brengt die in maximaal 32 groepen onder. De kabel is met hulpstukken af te takken zodat er ook ingewikkelder detectielussen mee te maken zijn. De systeemcomputer neemt op vrij in te stellen tijden de temperatuur op. Voor elke sensor vergelijkt de computer de gemeten waarde met geprogrammeerde waarde en slaat bij een afwijking alarm. De metingen hebben een marge van zo’n 0,1 graad Celsius. En omdat elke sensor een eigen adres heeft kan de computer elke sensor afzonderlijk uitlezen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels